Premier ziet geen onenigheid over onderzoek RIOD

DEN HAAG, 16 OKT. Er bestaat geen onenigheid tussen de minister van Buitenlandse Zaken en die van Defensie over de formulering van de opdracht aan het Rijks Instituut voor Oorlogs Documentatie (RIOD) naar de val van de Moslim-enclave Srebrenica. Dit zei premier Kok gistermiddag in de Tweede Kamer, waar hij minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) verving die in Windhoek was.

Eind deze week hoopt het kabinet met een voorstel te komen, zes weken nadat het voornemen voor een wetenschappelijk historisch onderzoek bekend werd gemaakt. Wel gaf Kok aan dat Nederland internationale verplichtingen over het beheer en de toegang tot documenten is aangegaan. Daarnaast gaat het om een beoordeling op basis van nationale wet- en regelgeving, zoals de Wet inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Kok voegde er aan toe: “dit lijkt wellicht restrictief maar het is het niet.” Het onderzoeksrapport moet ook openbaar gemaakt kunnen worden. “De zorgvuldigheid brengt met zich mee ook daarover vooraf en niet op een te laat moment expliciete afwegingen en afspraken te maken”, aldus Kok.

Defensie zou niet graag zien dat het onderzoek zich beperkt tot nationale feiten en interviews. Op Buitenlandse Zaken is er begrip voor dat er ook internationale bronnen worden geraadpleegd maar bestaat beduchtheid dat de verhoudingen met bondgenoten worden geschaad als niet een zekere voorzichtigheid wordt betracht bij het openbaar maken van sommige gegevens.

Kok gaf aan dat inzage in geheime stukken mogelijk zou kunnen zijn mits onder bepaalde condities. Kok ontkende dat vooral Frankrijk dwars zou liggen bij het ter beschikking stellen van informatie over de val van Srebrenica. “Van enigerlei bijzondere gevoeligheid of overweging aangaande Frankrijk is absoluut geen sprake”, aldus Kok. Eerder werd bekend dat zowel Frankrijk als het Verenigd Koninkrijk als de Verenigde Staten als het secretariaat van de Verenigde Naties niets zagen in een onderzoek.