Openbare renovatie in Stedelijk Museum; Matisse vergeeld door fout in jaren zeventig

AMSTERDAM, 16 OKT. Vanaf vandaag kunnen bezoekers in het Stedelijk Museum in Amsterdam de renovatie volgen van een van de pronkstukken van het museum: La Perruche et la Sirène (De Parkiet en de Zeemeermin) van de Franse schilder Henri Matisse (1869-1954). Het museum spreekt van een 'renovatie' en niet van restauratie, omdat alleen de witte papieren achtergrond van het werk wordt vervangen. Die is vergeeld en vertoont onregelmatige bruine vlekken.

De ondergrond was al in de jaren zeventig vervangen omdat het papier bruin was geworden. Er is toen gezocht naar een papiersoort waarbij geen verbruining zou optreden. Dat dit toch weer is gebeurd, is vermoedelijk te wijten aan een produktiefout bij de vervaardiging van het papier.

“Bij het vooronderzoek voor de ingreep van 1972 tot 1974 werd de verkleuring toegeschreven aan het gebruik van dierlijke lijm”, zegt André van Oort, restaurator papier en fotografie van het museum, die ook destijds de restauratie uitvoerde. “Daarom hebben we bij de vorige restauratie een plantaardige lijmsoort gebruikt. Maar omstreeks 1982 begon ook het nieuwe papier weer tekenen van verbruinen te vertonen. Dan schrik je je wel te pletter. We waren twee jaar bezig geweest om dat nu juist te voorkomen.”

De afgelopen twintig jaar is veel meer bekend geworden over vezelmaterialen en verouderingsprocessen. Een recente analyse van de stoffen waaruit het papier is samengesteld, wees uit dat niet de lijm, maar ijzer de boosdoener is. Van Oort: “Er blijkt behoorlijk wat ijzer in het papier te zitten dat onregelmatig is verdeeld. IJzer werkt oxidatie in de hand waardoor dat vlekkerige beeld ontstaat. Er is onderzocht of het mogelijk is de verkleuring weg te werken zonder het hele werk te demonteren, maar dat bleek te gecompliceerd en gaf onvoldoende garantie voor de lange termijn.”

Het ijzer is indertijd waarschijnlijk in het papier terecht gekomen omdat de machines in de papierfabriek niet goed waren gereinigd. “Tijdens de produktie moet iets totaal mis zijn gegaan. Wat er gebeurd is, weten we niet precies. Je kunt het de fabriek ook niet meer aanrekenen. Het waren andere tijden, er werd onzuiverder gewerkt. Tegenwoordig krijg je steeds meer firma's die zich specialiseren in materiaal voor restauratie en conservering. Toen was het een tussendoorklusje voor een gewone papierfabriek.”

Het publiek kan de restauratoren door een glaswand en via een monitor op de vingers kijken. Het werk zal waarschijnlijk acht tot tien maanden in beslag nemen. La Perruche et la Sirène is een enorm werk van 768,5 bij 337 centimeter. Het is opgebouwd uit zes hoge verticale panelen van verschillende breedten. Oorspronkelijk waren dit twee panelen die elk uit drie stukken waren samengesteld. Het geldt als een van de belangrijkste werken uit Matisse' laatste periode en het hoort tot zijn zogenoemde 'papiers découpés' (papierknipsels). Matisse maakte het in 1952/53, aan het eind van zijn leven, toen hij bedlegerig was en niet meer kon schilderen. Met een schaar knipte hij papieren vormen uit papier dat van te voren met gouache-verf was beschilderd. Een assistente prikte de vormen op zijn aanwijzingen tegen de muur - de speldegaatjes zitten nog in de vormen - en verschoof ze tot het naar zijn zin was. Zo creëerde Matisse in zijn kamer zijn eigen 'tuin' met bladeren en granaatappels die net als in de natuur allemaal verschillend van vorm zijn. Daartussen plaatste hij een parkiet en een sirene. Later werd de compositie bij een bedrijf in Parijs op papier gelijmd dat op een linnen doek was aangebracht.

De waarde is moeilijk te schatten en fluctueert met de ontwikkelingen op de kunstmarkt. Als het te koop zou zijn, zou er nu waarschijnlijk twintig miljoen gulden voor worden gevraagd. In 1967 betaalde het Stedelijk Museum er nog maar 428.000 voor. Het werk was in het bezit geweest van een Franse verzamelaar, die er niet erg zorgvuldig mee was omgesprongen. Er zaten krassen op de vormen, de ondergrond was ernstig beschadigd en hier en daar overgeschilderd. Er liep zelfs een horizontale vouw over het gehele werk. Bij het Parijse bedrijf dat de compositie op papier had gelijmd is toen in samenwerking met de assistente van Matisse een andere ondergrond aangebracht.

Inclusief wetenschappelijk onderzoek kost de restauratie ongeveer 80.000 gulden, schat Van Oort. Het gegeven dat het achtergrondpapier toch al niet meer origineel is, vergemakkelijkte het besluit om tot vervanging over te gaan. Het werk is al vanaf 1993 niet meer tentoongesteld. “De renovatie gebeurt vooral om esthetische redenen”, zegt Van Oort. “De vormen zijn niet aangetast, maar de verbruining ging een rol spelen in de compositie en de beleving van het werk.”

La Perruche et la Sirène bevat 150 beschilderde vormen, die elk weer uit verschillende stukjes bestaan, 634 in totaal die elkaar vaak gedeeltelijk overlappen. De belangrijkste kleuren zijn blauw, groen, geel, oranje en paars. De vormen zijn geplakt op een witte ondergrond. Bezoekers van het museum zullen kunnen zien hoe de stukjes worden losgemaakt en later weer bevestigd op nieuwe panelen. Van Oort heeft nog de transparanttekeningen van de vorige renovatie, die per paneel minutieus de plaats aangeven van de vormen en de overlappingen. Ze bevatten ook gegevens over de achterkant van de vormen. Matisse deed aan 'hergebruik': op sommige zitten ballpointtekeningen, waarschijnlijk niet van hemzelf, andere hebben een andere kleur verf aan de achterkant. “Die transparanttekeningen hebben me destijds per stuk een maand werk gekost”, zegt Van Oort. “Ik kan me nu toeleggen op het maken van nieuwe ondergronden, het schoonmaken van de vormen en het terugplakken.”

Het nieuwe papier is zorgvuldig onderzocht en uitgetest in combinatie met wisselende dragers en lijmsoorten. Er is geëxperimenteerd met verschillende soorten papier, die elk een iets andere structuur en een ander soort wit hebben, de een wat geliger, de ander wat grijzer. In de restauratieruimte hangen de zes soorten waaruit uiteindelijk een keuze is gemaakt, beplakt met de Matisse-vormen - alleen zijn deze geknipt door Van Oort. Directeur Rudi Fuchs koos voor een helder witte ondergrond, het Canson C à grain, afkomstig van dezelfde fabriek die aan Matisse leverde. Van Oort: “Fuchs vond het zo'n mooi mediterraan wit.”