Olie en euro drijven koers pond en dollar op

AMSTERDAM, 16 OKT. Twijfel over de hardheid van de toekomstige Europese munt en de stijgende olieprijs hebben de koersen van de Amerikaanse dollar en het Britse pond vanmorgen opgedreven tot het hoogste niveau sinds januari '95 tegenover de mark en de valuta's in het blok rond de Duitse munt.

De dollar raakte vanmorgen een niveau van 1,7320 gulden, het hoogste niveau sinds 9 januari 1995. Op 18 april van dat jaar bereikte de Amerikaanse munt nog een dieptepunt van 1,5140 gulden. Het pond sterling noteerde vanmorgen een piek van 2,7740 gulden. Dat is de hoogste koers sinds 4 januari 1995. Nog geen jaar geleden raakte het pond een dieptepunt van nog geen 2,43 gulden, op 17 november 1995.

Op de financiële markten werd de opmars van pond en dollar geweten aan een dubbel-effect. Enerzijds krijgt de Amerikaanse dollar, waarin wereldwijd transacties in ruwe olie en olieprodukten worden afgerekend, een stimulans van de stijgende olieprijs. Die bereikte gisteren het hoogste niveau van de laatste vijf jaar. De prijs van ruwe olie steeg vannacht in Singapore verder. Op de SIMEX-termijnbeurs werden contracten in Noordzee-Brent olie voor levering volgende maand verhandeld tegen 25,15 dollar per vat van 159 liter. Dat koers was 42 cent hoger dan het slot in Londen gisteren. Een groter dan verwachte vraag naar ruwe olie, lage voorraden bij raffinaderijen en het uitblijven van toestemming van de Verenigde Naties voor de beperkte hervatting van Iraakse olie-exporten worden gezien als de drijvende kracht achter de olieprijs.

Omdat de Japanse economie gevoelig is voor de prijs van olie, leidt de gestegen olieprijs tot een verzwakking van de yen tegenover de dollar. De yen bereikte vanmorgen met 112,30 yen per dollar de zwakste koers sinds begin 1994.

De kracht van de Amerikaanse munt werkt daarbij ook door in zijn koers ten opzichte van de munten rond de Duitse mark. Via de krachtige band tussen het Britse pond en de Amerikaanse dollar, gaat ook het pond mee omhoog.

Dat het pond proportioneel sneller stijgt dan de dollar weten analisten vanmorgen aan vluchtgedrag op de valutamarkten vanuit de harde Europese munten rond de Duitse mark naar perifere valuta's als het Britse pond.

De kans dat Spanje, en wellicht ook Italië en Portugal, al in 1999 toetreden tot de Economische en Monetaire Unie tempert de verwachtingen over de hardheid van de ene Europese munt, de euro. Dat geldt ook voor incidentele maatregelen waarmee landen als Frankrijk en België proberen hun overheidsfinanciën afdoende te saneren om met de EMU mee te kunnen doen. Het vooruitzicht van een zwakker dan verwachte euro gaat ten koste van de Duitse mark die net als de andere Europese munten straks in de euro opgaat.