Officieren: geen politieke invloed op vervolging

DEN HAAG, 16 OKT.Het openbaar ministerie verzet zich tegen plannen van minister Sorgdrager (justitie) om officieren van justitie instructies te geven hoe te handelen in individuele strafzaken.

Op een tweedaagse besloten bijeenkomst in Domburg is de top van het OM vorige week tot de conclusie gekomen dat de wensen van de minister om zich nadrukkelijker te kunnen bemoeien met het handelen van officieren van justitie uitgaan van “een onjuist staatsrechtelijk fundament”. Namens alle hoofdofficieren van justitie en procureurs-generaal vraagt de topman van het OM, A. Docters van Leeuwen, de minister in een brief van 11 oktober “de consequenties van de voorgestelde systematiek nog eens goed te doordenken”.

Eerder deze maand stemde een meerderheid van de Tweede Kamer al in met het voornemen van Sorgdrager om “in het algemeen belang” direkt aanwijzingen te kunnen geven aan leden van het OM over bijvoorbeeld “de hoofdlijnen van het requisitoir”. Volgens het openbaar ministerie hebben Sorgdrager en de Tweede Kamer niet genoeg aandacht besteed aan “de fundamentele vragen die de positie van het OM raken”.

Het schrijven van Docters is volgens bronnen bij het OM uniek te noemen omdat het unaniem is en omdat justitie in verzet komt tegen een plan van de minister dat door de Kamer wordt gedragen. De officieren zijn bang dat hun onafhankelijke, magistratelijke positie “afhankelijk wordt van politieke opportuniteit”. Ze vinden dat het plan van Sorgdrager om van officieren van justitie te kunnen eisen bepaalde zaken niet te vervolgen alsnog “uitgesloten” moet worden. “Door de schepping van deze mogelijkheid zou Nederland afstand nemen van de algemene rechtsopvatting op dit punt in Europa”.

Het OM vindt ook dat de rechter ten onrechte buitenspel wordt gezet door aanwijzingen aan officieren van justitie waar de rechtbank geen kennis van heeft. Aanwijzingen schaden de “democratische legitimatie” van het OM ten opzichte van de rechter.