Nederlandse fotografen exposeren in Rome

Rome, Sala 1, Piazza di Porta San Giovanni 10. T/m 24 okt. Di t/m za 17-20u.

ROME, 10 OKT. Op het visitekaartje van Nederland staan onder andere een sensuele tulp, een behaard been, mensen in foeilelijke windjacks op de Floriade en een in stukjes gesneden wortel tegen het decor van een prent van Caravaggio.

Dat zijn een paar van de onderwerpen op de tentoonstelling waarmee de contemporaine Nederlandse fotografie deze maand in Rome wordt gepresenteerd. Een grote verscheidenheid aan stijlen. Gevestigde namen en beginners naast elkaar. En dat alles prachtig opgehangen onder de gewelven van een voormalige kloosterkerk.

“Ik hoop dat het voor veel Italianen een ontdekking is”, zegt curator Cees Steeman, voorzitter van de stichting Foto Forum, die zichzelf omschrijft als een soort reizend ambassadeur van de Nederlandse fotografie. “Wij hebben brede creatieve mogelijkheden. In Italië is er voornamelijk toegepaste fotografie. Een opleiding bij een kunstacademie bestaat daar niet. Je wordt als fotograaf opgeleid in relatie tot werk als grafisch ontwerper, als designer, niet als vrije creatieve kunstenaar.”

Hij heeft een vijftiental fotografen uitgekozen voor de tentoonstelling, die een variant is op een eerdere expositie in Turijn. In die stad ging vorige maand ook veel aandacht naar de historische fotografie en naar de verschillende foto-instituten uit ons land. In Rome is alleen eigentijds werk te zien.

“Mijn foto's hebben nog nooit zo mooi gehangen als hier”, zegt Pepijn Provily opgetogen op de opening. Hij is een paar jaar geleden afgestudeerd op de Rietveldacademie.

Provily maakt grote zwart-wit stillevens van een lichaamsdeel met een paar voorwerpen, onverwachte en doordachte composities waarin bijvoorbeeld de welving van een kuit terugkomt in die van een stoel. De stille, ingetogen schoonheid van zijn foto's trekt veel aandacht.

Zeven fotografen zijn voor de opening overgekomen - de anderen waren bij de tentoonstelling in Turijn. Carla van de Puttelaar, net afgestudeerd, geniet met volle teugen. Sommige bezoekers zijn geschrokken van haar foto's met de voeten van een slapend meisje.

Er hangt een blauw-grijze waas over die kan doen denken dat het meisje dood is. “Ik kan me dat wel voorstellen. Daarom wilde ik ook foto's erbij waarop je een stukje van de pyjamabroek ziet. Ik vind het niet erg dat het een licht macabere sfeer heeft. Maar ik wil wel oppassen die ik niet bepaalde grenzen overschrijdt. Mensen krijgen gauw verkeerde gedachten.”

Voor een aparte poster was geen geld, maar het onofficiële logo van de tentoonstelling is een tulp van Jasper Wiedeman. Curator Steeman heeft die foto op de omslag laten zetten van de - summiere en wat warrige - catalogus. “Wiedeman maakt bijna erotische tulpen”, zegt Steeman. “Het zijn buitengewoon sensuele portretten geworden, doordat hij de vleselijkheid en het natuurlijke vocht van tulpen heel goed heeft weergegeven.”

Steeman vertelt dat hij, binnen de verscheidenheid, ook een aantal Nederlandse kenmerken tot uiting wilde laten komen, zoals de documentaire en sociale fotografie, de wat abstracte fotografie en de geënsceneerde fotografie, die ook wel met de Italiaanse term fotografia buffa wordt aangeduid maar in Italië minder bekend is.

De eerste stroming wordt vertegenwoordigd door zulke uiteenlopende fotografen als Theo Bos, die gefascineerd is door de kunstmatige wereld van de Floriade, Rineke Duikstra, Bertien van Manen en in zekere zin ook fotograaf-filmer Marjoleine Boonstra - hoewel die zegt met haar schilderij-achtige foto's geen verhaal te willen vertellen omdat ze dat in haar documentaires al doet.

Overigens kan de informatie dat Van Manen een prijs van een ton heeft gehad voor haar serie foto's uit de voormalige Sovjet-Unie, Italiaanse vakbroeders zeer jaloers maken. De fotografieprijzen, de opdrachten van de overheid, de ruimte die er wordt ingeruimd door gevestigde musea, dat bestaat allemaal nauwelijks in Italië. Dat was ook de reden dat de Italiaanse Fotografiestichting met de exposities in Turijn en Rome Nederland wilde presenteren als een van de toplanden voor de fotografie.

De geabstraheerde kroonkurken, dobbelstenen en theepotjes van Niels Schumm vormen een soort divertimento op deze tentoonstelling, waarop verder veel ruimte is ingeruimd voor Rommert Boonstra. Hij doet alles in zijn studio en ziet zichzelf als een dichter, de ene keer met woorden, de andere keer met beelden.

“ Een fototoestel is net zoiets als een schilderkwast. Ik zet foto's in elkaar, ik bouw een decor op in mijn atelier. Het is gewoon je eigen wereld creëeren en je niet concentreren op een wereld die er al is. Ik begrijp niets van wat er allemaal om me heen gebeurt, dus laat mij maar lekker op mijn atelier zitten en mijn eigen wereldje maken.”

“Waar ik erg in geïnteresseerd ben is, wat gebeurt er in mijn hoofd. En als je in de wereld gaat rondlopen dan ontgaat je dat. Daarvoor moet je even rustig gaan zitten”, zegt Boonstra. “Ik denk dat de verveling in ere moet worden hersteld. Iedereen wil zich voortdurend volstoppen met ervaringen en indrukken. Het is veel beter om je af en toe eens te vervelen en dan een soort rechtstreeks contact met je gedachten te maken. Je kent jezelf niet en je wilt wel eens weten wat er allemaal in dat rare hoofd gebeurt. En dat is eigenlijk veel. Hoe stiller het is, hoe beter je daarachter komt. De geschiedenis van allerlei dingetjes om me heen boeit me ook zeer. Alles heeft zijn historie.”

“ Fotografie is natuurlijk erg op mensen georiënteerd, maar ik ben veel meer bezig met dingen en wat die dingen dan weer te vertellen hebben. Mensen zijn pas leuk als ze weg zijn en ze hebben ruïnes achtergelaten. Rome bijvoorbeeld. Ze zouden de mensen er eens een poosje uit moeten zetten, zodat je rustig door Rome zou kunnen lopen, verzonken in mijmerijen.”