Nationalisatie met fluwelen handschoen

Ze zijn te bewonderen in het Belastingmuseum in Rotterdam: de schilderijen waarop boeren zich met kippen en ossen bij de ontvanger vervoegen om hun belastingschulden te voldoen. Enige jaren geleden nog smeet een boze boer het kadaver van een varken door het loket van een belastingkantoor ergens in het noorden van het land, maar het echte betalen van belasting in natura behoort sinds 1907 tot de folklore.

Staatssecretaris Vermeend (Financiën) maakt plannen voor een herinvoering. Zijn interesse gaat overigens niet uit naar pluimvee. Hij wil graag kunst als betaling van het successierecht, de belasting over nalatenschappen.

Eigenlijk bestaat er geen goede rechtsgrond voor deze heffing, die jaarlijks zo'n twee miljard gulden opbrengt. Dit soort belasting bestaat sinds de Middeleeuwen en wordt meestal zonder morren betaald. Soms moeten de erfgenamen een deel van de erfenis te gelde maken om het tot 68 procent oplopende tarief te kunnen voldoen. Dat leidt er soms toe dat een kunstcollectie onder de hamer komt. Met lede ogen zien de cultuurbewakers hoe daardoor waardevol cultuurgoed in handen van buitenlandse kopers komt. In navolging van Frankrijk, Groot-Brittannië en een paar Zwitserse kantons, wil Vermeend de gelegenheid geven om kunstvoorwerpen af te staan aan de gemeenschap in ruil voor kwijtschelding van successierecht.

Vermeend voorziet dat de erfgenamen van een mooie kunstcollectie, die het successierecht vaak zien als een vorm van gelegaliseerde kunstroof, eerder gokken op de veilingopbrengst dan op de schatting namens de belastingontvanger. Daarom bouwt de staatssecretaris een stimulans in. Hij geeft bereidwillige erfgenamen 20 procent korting op het belastingbedrag. Wie als erfgenaam een kunstvoorwerp bij Vermeend inlevert, krijgt voor 120 procent van de waarde daarvan een korting op het successierecht. Tenminste als een schattingscommissie het object de moeite waard vindt. De Raad van State suggereert om ook cultuurhistorische panden in de regeling te betrekken. Maar de opportunistische Vermeend voelt daar niets voor. Gebouwen vertrekken immers niet naar het buitenland. Dat opportunisme is de zwakke stee in het voorstel. De fiscus geeft alleen korting op zaken die de staat begeert. Een selecte groep kunstbezitters wordt voortaan fiscaal beter behandeld dan andere Nederlanders. Hun gezamenlijk jaarlijkse voordeel bedraagt tien miljoen gulden.

Zo'n opzet is in de sfeer van de belastinginning helemaal nieuw. Bij het vaststellen van het belastingbedrag is het al wel gewoon om mensen die zich gedragen zoals de overheid dat graag ziet, belastingvoordeeltjes toe te schuiven. De verbreding van dit terrein heeft in de handen van de creatieve Vermeend een ongekende potentie. Waarom zou aan hoog getalenteerde wetenschappers geen fiscaal voordeeltje worden gegund; in de Gouden Eeuw volstond een accijnsvrijdom op dranken om hen aan de universiteit te binden, maar de tijden veranderen. Zo zijn er vast wel meer personen die bereid zijn te leven en te werken overeenkomstig de doelstellingen van het geldende regeerakkoord en daarvoor een beloning verdienen.

Voorlopig volstaat Vermeend met een nationalisatie met de fluwelen handschoen van het roerende kunstbezit. Er zullen wel een paar generaties over heen gaan, maar sluipenderwijs verdwijnt de beste kunst uit particuliere handen. De landen die deze techniek hanteren zetten een hek aan hun grens; niet alleen voor de topkunst die door een exportverbod getroffen kan worden, maar in zekere zin ook voor de iets minder geklasseerde kunstvoorwerpen, waaraan van rijkswege een uitsluitend in Nederland geldige kortingsbon voor de successierechten vastzit. Een stimulerende gedachte voor kunstaankopen.

Welbeschouwd is het niet alleen een fiscale noviteit maar gaat het om een geheel nieuw element van cultuurbeleid waar de Tweede Kamer binnenkort in een fiscaal onderonsje over beslist. Het kabinet negeert namelijk de uitdrukkelijke wens van de Raad van State om het kunstprivilege als een apart wetsvoorstel, medeondertekend door staatssecretaris Nuis, aan de Tweede Kamer te presenteren.

Het is nu een onderdeel van het donderdag ingediende Belastingplan 1997. Een wetsvoorstel dat eigenlijk is bedoeld om snel even de koopkrachtvoorstellen uit de Miljoenennota belastingtechnisch te verwerken.

Door dit soort principiële doorbraken in het belastingsysteem in zo'n totaalpakket met bijna tien andere plannen op te nemen, heeft de Tweede Kamer op zo'n individueel onderdeel veel minder bewegingsruimte. Dat karakteriseren de bewindslieden van Financiën als een 'efficiënt wetgevingsproces'. Maar hun efficiency bestaat er maar al te vaak uit dat ingrijpende wetswijzigingen waarop zij zelf jaren hebben gestudeerd, op het laatste nippertje bij de Tweede Kamer worden ingediend. Tegensputteren, waar de VVD wat toe geneigd is, levert druk binnen de coalitie op. Zodoende vordert de herziening van het belastingstelsel gestaag, maar een echt kunstwerk wordt het niet.