Moeilijk doen met een geniaal ontwerp

In de literatuur, journalistiek en wetenschap is plagiaat een regelmatig terugkerend verschijnsel. Adriaan van Dis, Henri Beunders en sinds kort René Diekstra zijn namen die in ieder Nederlands geheugen voor eeuwig zijn verbonden met plagiaat. Maar in de architectuur speelt plagiaat nauwelijks een rol.

Het was dan ook in sommige kranten voorpaginanieuws toen vorige week zondag in het Engelse weekblad The Observer Nederlands beroemdste architect, Rem Koolhaas, werd beschuldigd van plagiaat door ene Gareth Pearce. Koolhaas zou voor zijn Kunsthal in Rotterdam een ontwerp hebben gestolen van Pearce, die in 1986 stage liep bij Koolhaas' bureau Office for Metropolitan Architecture in Londen.

Erg overtuigend is Pearce's zaak niet. Hij komt met zijn beschuldiging wel erg laat: het is al ruim vier jaar geleden dat de Kunsthal werd opgeleverd. Bovendien liet het plaatje dat in sommige kranten van Pearce's ontwerp voor een gemeentehuis in de Londense Docklands werd gepubliceerd een paar doosvormen zien die slechts met veel moeite en goede wil in de verte een klein beetje deden denken aan de Kunsthal. Maar ja, dozen lijken nu eenmaal altijd op elkaar.

Pearce's beschuldiging lijkt dus het werk van een rancuneuze, waarschijnlijk mislukte ex-leerling. Toch was de zaak dagenlang goed voor kopij. Redacteuren van Het Parool en de Volkskrant vroegen andere architecten om commentaar. Vrijwel zonder uitzondering lieten die weten niets van Pearce's beschuldiging te geloven.

De ophef over het vermeende Koolhaasplagiaat was des te verbazender omdat ruim een maand eerder in Rotterdam een brug werd geopend die erg veel lijkt op een andere brug. Maar bij de opening van de Erasmusbrug schreef niet één criticus over plagiaat. Integendeel, journalisten kwamen woorden tekort om de durf, originaliteit en schoonheid van deze door Ben van Berkel ontworpen brug te prijzen.

De Erasmusbrug is dan ook een aardige brug. Hij valt in de categorie 'moeilijk doen als het makkelijk kan', een categorie waarin de beste architectuur voorkomt. Zo staat de pyloon van de Erasmusbrug niet gewoon recht, maar helt achterover. En niet aan twee zijden is de schuine mast voorzien van kabels die het wegdek vasthouden, maar slechts aan één zijde. De Erasmusbrug heeft dus een niet voor de hand liggende constructie en daar had de gemeente Rotterdam terecht tientallen miljoenen guldens meer voor over dan strikt noodzakelijk was.

De euforie over de Erasmusbrug is zó groot dat iedereen blijkbaar is vergeten dat het idee van een brug met één achteroverhellende pyloon niet echt nieuw is. Zes jaar geleden, toen Van Berkels ontwerp voor de Erasmusbrug werd gepresenteerd, viel er nog wel wat gemurmel over plagiaat te horen, maar dit is, mede dankzij de efficiënte publiciteitsmachine van de gemeente Rotterdam en Van Berkels bureau, al lang verstomd. Zo lang zelfs, dat Rudi Fuchs, directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, in zijn column van afgelopen zaterdag in Het Parool schreef dat hij zich niet meer de naam kon herinneren van de Spaanse architect die al eerder een dergelijke brug zou hebben gebouwd. Van Berkel zelf kent de naam natuurlijk wel, maar hij hield deze in zijn commentaar op de kwestie-Koolhaas wijselijk verborgen. “Op plagiaat in de architectuur rust een taboe”, zei hij vorige week in de Volkskrant. “In andere vormen van kunst, muziek en de beeldende kunst wordt enorm gesampled. Neem Warhol. (-) Ik heb geruchten gehoord over de Erasmusbrug in Rotterdam, maar kenners zijn het eens dat de vorm uniek is.”

Het kan in deze tijd van collectief geheugenverlies daarom geen kwaad om nog eens de naam te noemen van de architect die voor het eerst een brug met één achteroverhellende pyloon bouwde. Welnu, het was Santiago Calatrava, bij wie Van Berkel in 1988 stage liep, die al in 1987 een soort Erasmusbrug ontwierp. Hij werd ook daadwerkelijk gebouwd en was in 1992 bij de opening van de Wereldtentoonstelling in Sevilla klaar.

De Erasmusbrug en Calatrava's brug in Sevilla lijken door hun achteroverhellende pylonen en de eenzijdig bevestigde kabels allebei op een harp. Toch roept de Erasmusbrug bij de meeste Rotterdammers een andere associatie op: de 'zwaan' is de meest gehoorde bijnaam voor Van Berkels brug. Maar ook dit beeld is al gebruikt door Calatrava. Voor zijn ontwerp voor de Austerlitz-brug in Parijs, die hij in 1988 (het jaar van Van Berkels stage) ontwierp, nam hij een schets van een vliegende zwaan als uitgangspunt - Calatrava is een architect die zich in zijn werk door dieren en organische vormen laat inspireren.

Ondanks de gelijkenis in beeld en bijnaam is de Erasmusbrug geen plagiaat. Van Berkel heeft zijn schuine pyloon een knik gegeven en hierdoor heeft de Erasmusbrug inderdaad een 'unieke vorm'. De Erasmusbrug kan dan ook het best worden omschreven als een unieke variant op een bekend ontwerp. Maar helaas is deze unieke variant ook een mindere: Van Berkels geknikte pyloon wordt namelijk ondersteund door twee dikke balken, die de brug elke betovering ontnemen. Terwijl men zich bij Calatrava's brug het hoofd blijft breken over de ogenschijnlijke onbegrijpelijkheid van de zwevende mast, doorziet men bij de Erasmusbrug al bij de eerste blik waarom de pyloon zo schuin kan staan. Het zijn natuurlijk die twee afzichtelijk dikke palen die voorkomen dat de geknikte mast omvalt. Van Berkels brug is daarom een unieke, maar lompe uitwerking van Calatrava's geniale idee, de Erasmusbrug is een zwaan die nooit van de grond zal komen.