Kritisch zelfonderzoek van de pers

Een debat over de media en de politiek verengt zich al snel tot de rol van de televisie, nu eenmaal de indringendste van alle media. Zo ook in het VPRO-radioprogramma Aardse zaken dat gisteren als slot van een serie over de parlementaire journalistiek een discussie organiseerde tussen journalisten, PvdA-Kamerlid Jan van Zijl en CDA-voorlichter Pieter Beljon.

Het was een interessante bijeenkomst omdat de heren elkaar en zichzelf niet spaarden. Zijn de media zorgvuldig genoeg, of veroorzaken ze in een zucht om te scoren te vaak gebakken lucht, tegenwoordig ook wel 'hype' genoemd?

Men kwam gelukkig snel bij de harde praktijkvoorbeelden terecht. Begrijpelijk, want Jan van Zijl was onlangs zelf het lijdend voorwerp van de kortsluiting die tussen pers en politiek kan optreden. In een reportage in Nova had hij toegegeven dat hij als CTSV-onderzoeksleider in de affaire-Linschoten 'twee foutjes' had gemaakt. Het NOS-Journaal bracht die avond - dus vóór Nova zelf - een samenvatting van de Nova-reportage. De 'twee foutjes' stonden erin centraal, maar de nuancering dat Van Zijl verder vierkant achter zijn rapport bleef staan, was weggelaten. Het leek nu of hij zich distantieerde van zijn voor Linschoten zo harde rapport.

Van Zijl: “Het 'nieuwe nieuws' was: Van Zijl trekt rapport terug. Het 'oude' nieuws - Linschoten heeft de Kamer vier, vijf maal verkeerd ingelicht - was niet meer interessant.”

Van Zijl kreeg later van zijn collega's te horen dat hij reuze stom was geweest. Hij had nooit die foutjes mogen toegeven. “Je weet toch hoe het werkt”, zei men. De affaire had Van Zijl gereserveerder gemaakt tegenover de pers. “In mijn achterhoofd heb ik altijd de gedachte: wat zullen ze ermee doen.” Deze werkwijze van de pers kweekt, volgens Van Zijl, ”laffe politici.”

Job Frieszo van het NOS-Journaal trok in de zaak-Van Zijl dapper het boetekleed aan. Hij had die dag vrij gehad, zei hij tegen zijn ietwat monkelende collega's, maar daarmee wilde hij er zich niet vanaf maken. “Ik kan me voorstellen dat die toon door ons gezet is, en dat is dan niet zoals het moet.”

Maar Van Zijl liet zijn prooi nog niet los. Het NOS-Journaal had dagen later immers gemeld dat hij 'mocht blijven als Kamerlid'. “Maar ik hoefde helemaal niet weg”, riep hij in de studio uit. “Mijn excuses namens het Journaal”, sprak Frieszo plechtig.

Als een uitspraak eenmaal uit de context is getild en uitvergroot, is er geen houden meer aan, zei de CDA-voorlichter. “Als het NOS-Journaal zoiets brengt, kun je er vergif op innemen dat de ochtendkranten het overnemen.”

Ook de affaire-Bolkestein kwam nog even ter sprake. Al die tv-beelden uit Cyprus - de pers die Bolkestein in taxi's achtervolgde - hadden het publiek weerzin ingeboezemd, volgens de meeste discussianten. “De mensen kregen daardoor een sik van het onderwerp”, aldus Van Zijl.

Wat mij in deze discussie vooral opviel, was de kritische introspectie van de persmensen. Van Zijl werd op een aantal essentiële punten niet tegengesproken. Martin Fröberg, journalist van Netwerk, voegde er eigener beweging zelfs nog een klacht aan toe: in de zaak-Bolkestein had hij tot driemaal toe een foutief ANP-bericht moeten corrigeren.

Mark Kranenburg (NRC Handelsblad) vroeg zich af waarom de grote affaires van de laatste jaren - Brinkman, Evenhuis, Bolkestein - juist niet door parlementaire journalisten waren opgerakeld. “Wij hebben daar de tijd niet voor”, zei Frieszo. “Misschien is de basisvoorwaarde dat journalisten met afstand naar hun bron kijken”, zei Kranenburg.

Die afstand, zo bleek uit de hele discussie, ontbreekt in Den Haag.

Feilbare mensen dus, die (Haagse) journalisten, maar laten we hopen dat ze niet té lang bij hun zwakheden stilstaan: er zou te weinig tijd overschieten om de politici hinderlijk te volgen. En dán zijn we nog verder van huis: zie België.

Op de BRT hoorde ik gisteravond de Belgische ex-politieman Jacques Depret uitleggen hoe er 'tot op ministerieel niveau' voor gezorgd werd dat er arbeidskaarten voor Filippijnse prostituées kwamen. Alle informatie die Depret daarover aan zijn superieuren verstrekte, werd verdonkeremaand. Pas nu vindt hij gehoor bij de pers. Voor een zelfonderzoek van de Belgische pers lijkt één uurtje op de radio me niet voldoende.