Keurige tragedie met een happy end

Voorstelling: Oresteia, van Aischylos, door de Koninklijke Vlaamse Schouwburg. Regie: Franz Marijnen; vertaling: Gerard Koolschijn. Spel: Geert De Jong, Hans Ligtvoet, Wim Danckaert e.a. Koor olv Francesca Breschi. Gezien: 12/10 Koninklijke Vlaamse Schouwburg, Brussel. T/m 21/11 aldaar, vr en za aanvang 19u, zo 15u, di 14u. Res 0032-2-2176937.

De Oresteia van Aischylos dateert uit 458 voor Christus, de Orestes van Euripides uit 408 v. Chr. Is het alleen het tijdsverschil waardoor het werk van Euripides een modernere, want meer vertwijfelde indruk maakt dan dat van Aischylos? Belangrijker misschien is het verschil in karakter.

Euripides moet een ongeneeslijke piekeraar zijn geweest. Aischylos daarentegen straalde optimisme uit en praktische burgerschapszin. Zijn Oresteia laat zich lezen als een pleidooi voor harmonie en gematigdheid tot nut van 't algemeen. Het is een stichtelijk drieluik, culminerend in een happy end. Want in het slotdeel wordt achter de verschrikkelijke traditie der bloedwraak een dikke punt gezet.

Orestes is in het koningshuis der Atriden de laatste moordenaar. In Dodenoffer, de tragedie die aan dat slotdeel voorafgaat, vertelt Aischylos hoe Orestes zijn moeder Klytaemestra doodt en ook haar minnaar Aigisthos. En in de eerste tragedie zien we waarom: daarin vermoorden Aigisthos en Klytaemestra Orestes' vader Agamemnon (plus Kassandra, diens minnares en oorlogsbuit), omdat Agamemnon op zijn beurt Klytaemestra's dochtertje Ifigineia vermoordde, als offer aan de goden die moesten zorgen voor de overwinning van de Grieken op de Trojanen.

Theatergroep Hollandia gaf de trilogie vorig jaar, in de muziektheater-versie van Iannis Xenakis, een eigentijdse draai door de nadruk te leggen op de haat en het zinloze geweld. Associaties met de Tweede Wereldoorlog en recenter slachtpartijen lagen voor de hand. Franz Marijnen blijft met de acteurs van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg dichter bij de bedachtzame toon van het origineel. Hier geen op de zenuwen werkende verwijzingen naar het wereldnieuws maar een kalme, bijna tijdloze mise-en-scène. Een plechtige façade van verweerde stenen verbeeldt heel realistisch een paleis en later een tempel. In het eerste deel zit het koor naast dat paleis op een muurtje: een groep oude mannen met hoeden en stokken en zwarte pakken, ervaren commentatoren van het dorpsleven zoals je ze op vakantie in Zuid-Europa overal bij bosjes ontmoet.

Net als het toneelbeeld bestaat ook de muziek, gecomponeerd door de Italiaanse Giovanna Marini, uit een mix van oud-Griekse en rustieke nieuw-Griekse elementen. Na elke moord geven de zangers en zangeressen van het koor (dorpsoudsten eerst, later onder andere slavinnen) uiting aan hun rouw via melodieën die door hun harmonieënrijkdom eerder welbehagen wekken dan afschuw. Marijnen houdt het netjes. Zo zien de lijken er gewoon uit als lijken en niet als bloederige hompen vlees. En de moordenaars en hun slachtoffers maken geen lawaai; geruisloos verdwijnen ze door de paleispoort, die al even stilletjes achter hen dichtgaat.

Uit het openlijk gedemonstreerde verdriet (mooi gespeeld door gastactrice Geert De Jong) van Klytaemestra om de dood van haar dochtertje blijkt hoezeer zij overtuigd is van haar eigen gelijk. De enige die twijfelt is Orestes (Hans Ligtvoet). Omdat hij zo hevig lijdt onder zijn op advies van het Apollo-orakel gepleegde moord wordt hij door Aischylos ontzien. Orestes, de eerste Atridentelg die van zijn leed iets leert, en wel dat men bescheiden dient te zijn in plaats van overmoedig, mag van de auteur blijven leven.

Zo is ten slotte iedereen tevreden. Ook de wraakgodinnen die Orestes achtervolgen komen tot bezinning. De nieuwe godheid Athene vervangt hun primitieve oog-om-oog-tand-om-tand-praktijken door een proto-democratische vorm van rechtspraak, maar ze gunt hun wel een plaatsje onder de zon, waarop zij van Wrekende geesten in Goede geesten veranderen.

Marijnen lijkt het helemaal eens te zijn met Aischylos' keuze voor redelijkheid en matiging der driften. Kennelijk heeft de regisseur een klassieke fase in zijn loopbaan bereikt. Afgelopen is het met de voorliefde voor wanhopige schrijvers, met de Sturm und Drang, met wilde excessieve voorstellingen als Bataille/bataille, vier jaar geleden bij het Noord Nederlands Toneel. Goed, Marijnen werkt nog steeds graag met grote groepen die niet alleen tegenover het publiek spelen maar ook ernaast en erachter. Maar inhoud en vorm zijn strenger dan ooit. Zwarte en witte tinten overheersen in een even strakke als esthetische choreografie.

Oogstrelend zijn de beelden, oorstrelend is de muziek. Deze rustgevende benadering doet beslist recht aan Aischylos' bedoelingen - en toch: geef mij maar toneel dat onrust zaait.