Inspraak vooraf voorkomt 'geharnaste' burgers

Bij nieuwe infrastructuur experimenteert het Rijk met inspraakrondes vooraf. Onderwerp is de Tweede Maasvlakte.

ROTTERDAM, 16 OKT.Tafel 2 is het oneens over de 'oplossingsrichtingen' voor het ruimtegebrek van de Rotterdamse haven. M. de Koning, voormalig stedebouwkundige te Flevoland, tekent met een blauwe stift een diep in zee stekende Tweede Maasvlakte op de Rijnmondse kaart. De Hoekse Waard loopt vol nieuwe woonwijken om het forenzenverkeer naar de Maasvlakte te beperken.

De jeugdige M. Muijen is tegen elke industriële uitbreiding in de Rijnmond. “Vol is vol.” Met rode stift tekent hij een 'kringloopcentra' in de wijken van Rotterdam, woonwijken op vliegveld Zestienhoven en een veerlijn over de Nieuwe Waterweg voor forenzen.

In het Rotterdamse World Trade Centre is op dinsdagavond het tweede 'werkatelier' van regio Rijnmond City in volle gang. Zo'n veertig deelnemers bespreken aan vier tafels, die zijn herschapen tot berglandschappen van koffiekopjes, multomappen en papier, de oplossingen voor het ruimtegebrek van de haven in het jaar 2010. Aan tafel 2 gaat het over de 'leefbare regio'. Een uitbreiding, de 'nul-variant', de nul-variant met uitbreiding elders, 'inbreiding', ofwel efficiënter ruimtegebruik; dat is de kwestie.

Muijen opteert als enige voor de nul-variant.“Laten we dan maar weer in plaggenhutten gaan wonen en turf steken”, plaagt zijn tegenstrever De Koning.

Muijen slaat met zijn vuist op tafel. “Onzin! We moeten onze economie gewoon anders inrichten.”

“Toen ik nog jong was, redeneerde ik ook zo.”

“Ik moet nog zestig jaar met deze haven leven. Het is hardstikke ongezond hier in de Rijnmond.”

“Maar de milieunormen worden steeds strenger. Je kunt beter hier zitten dan in het Oostblok.”

Wanneer tafel 2 afdwaalt naar een vergelijking van de milieunormen in Polen, het Ruhrgebied en de Rijnmond, grijpt 'rapporteur' E. Koopman kordaat in. “We moeten beslissen over een oplossingsrichting. Willen we een uitbreiding of een nul-variant?” De meerderheid aan tafel 2 ziet wel wat in een Tweede Maasvlakte, maar Muijen weet van geen wijken. Daarom worden beide varianten uitgewerkt.

De 'verkenningsfase ruimtegebrek Mainport Rotterdam' is een experimentele brede maatschappelijke discussie, die voor het eerst aan de aanleg van een groot infrastructureel werk voorafgaat. In de traditionele inspraak valt eerst het besluit en volgt dan pas de inspraak.

Professor Tops, hoogleraar bestuurskunde aan de Katholieke Universiteit Brabant, begeleidde de enquêtes waarmee de verkenningsfase begon. Grote projecten vormen “een kwelwak in ons openbaar bestuur”, zo schrijft hij. Bestuurlijke slagvaardigheid, inhoudelijke zorgvuldigheid en maatschappelijke acceptatie zijn nauwelijks nog te combineren. Veel bestuurders klagen over de 'stroperige besluitvorming' en het 'NIMBY-gedrag' van burgers, die vaak vóór nieuwe infrastructuur als de Betuwelijn zijn, zolang die niet door hun achtertuin loopt. Deze bestuurders willen daarom de inspraak beperken.

Het kabinet heeft anders besloten. In april dit jaar is overeengekomen aan de aanleg van een Tweede Maasvlakte - een diep in zee stekend industrieterrein van tweeduizend hectare dat naar schatting acht miljard gulden gaat kosten - een 'verkenningsfase' van een jaar vooraf te laten gaan. Men gaat niet over één dag ijs. Eerst zijn er enquêtes gehouden in de Rijnmond over de wenselijkheid van een Tweede Maasvlakte. Driekwart van de ondervraagden bleek vóór omdat het de economie en de werkgelegenheid stimuleert en vergeleken met andere lokaties weinig overlast en milieuschade oplevert.

Daarna volgden 'ronde tafelgesprekken' met overheden en belangengroepen in alle regio's waar nog ruimte is voor havens, industrie en logistiek: de Rijnmond, de IJmond, Dordrecht-Moerdijk, Arnhem-Nijmegen, Venlo, Delfzijl, Vlissingen-Terneuzen. Inmiddels is men in de fase van de 'werkateliers' beland, waarbij per regio wordt nagedacht over oplossingen voor het ruimtegebrek. De resultaten van de ateliers worden gecoördineerd door 'regioteams'. Om dit proces te begeleiden, heeft het kabinet adviesbureau Início ingehuurd.

In 'klankbordgroepen' zetten intussen belangengroepen hun agenda's gelijk met die van de overheden, terwijl de deskundigen in separate 'expert-meetings' hun mening geven. De resultaten van dit praatcircuit worden op 7 december gepresenteerd. Dan volgt een advies aan het kabinet, dat de knoop doorhakt. Daarmee is het 'open plan proces' voltooid.

Feitelijk wordt burgers gevraagd het werk van de beleidsambtenaren over te doen. De vraag is - zoals bij elke inspraakprocedure - of dat werkelijk van invloed is op het uiteindelijke besluit. Als professor Tops schrijft dat het 'open plan proces' moet voorkomen dat “verzet op de vierkante centimeter” en “massieve weerstand” ontstaat, lijkt de verkenningsfase vooral een oefening in repressieve tolerantie. Tops: “Dat is het dan ook. Het bestuur organiseert dit om een draagvlak voor een project te scheppen. Men heeft het leergeld van de Betuwelijn betaald. Minister Maij-Weggen mocht indertijd parmantig zeggen dat ze haar verantwoordelijkheid nam, gevolg van haar houding was dat maximale weerstand werd georganiseerd en eerbiedwaardige burgemeesters geharnaste actievoerders werden.”

Inspraakprocedures als deze zijn in het verleden op gemeentelijk niveau uitgeprobeerd. Tops: “Waar gemeenten burgers met een open vizier lieten meedenken, werden conclusies bereikt die verdacht veel leken op die van de gemeente zelf. Maar de burgers waren verguld, het was hún besluit.”

Sommige bestuurskundigen zijn kritisch. Professor Glasbergen bekritiseerde tijdens een 'expert meeting' de 'roept-U-maar-agenda' van de verkenningsfase, waardoor de discussie nauwelijks diepgang bereikt. Anderen waarschuwden voor het ontstaan van een “mistig eindrapport”, waaruit de ambtenaren hun favoriete punten pikken. Een heldere conclusie lijkt moeilijk te bereiken als iedereen meepraat.

Ook rapporteur M. Nauta van Rijnmond City twijfelt. “Je hoort hetzelfde als bij eerdere inspraakprocedures. Het is een wassen neus, wij hebben toch niets te zeggen.” Haar werkatelier is ook wat onevenwichtig samengesteld. “Het zijn vooral mensen die beroepsmatig betrokken zijn of waren: stedebouwkundigen, ingenieurs, havenmensen. En mensen met tijd, 50-plussers dus.”

Tussen de regio's bestaan verder markante verschillen. In 'Rijnmond City' hebben voorstanders van een Tweede Maasvlakte een grote meerderheid, al wil men wel een grondig onderzoek naar de gevolgen voor de Voornse duinen. In Rijnmond-West, waaronder de omwonenden van de havenuitbreiding vallen, winnen de tegenstanders met glans. Dordrecht vreest verstrikt te raken in een warboel van nieuwe spoorlijnen en snelwegen. Noord-Groningen en Vlissingen-Terneuzen lopen warm voor een massale verplaatsing van havenactiviteit naar hun regio. Arnhem-Nijmegen en de IJmond willen daar juist niets van weten. In Arnhem sprak men van 'Mainportpsychose': de aandacht voor de Rotterdamse haven en Schiphol zou wat overdreven zijn. Venlo is Rotterdams ruimtegebrek een zorg, zegt rapporteur R. van Slooten. “Antwerpen is daar minstens zo belangrijk.”

De deelnemers van werkatelier Rijnmond City vrezen tijdverlies. “Als we deze discussies in de vorige eeuw hadden gehouden, was de Nieuwe Waterweg nu nog niet gegraven”, zegt een deelnemer.