'Holland is kaas, wiet en molens'

UTRECHT, 16 OKT. Holland, dat is het land van Frau Antje en Coffeeshops. En natuurlijk van eindeloos vlak landschap waarin molens, dijken en duinen de blikvangers zijn. De minister-president heet er De Klerk en Venlo is één van de vier grote steden.

Althans, dat denken Duitse gymnasiumscholieren. Na de spraakmakende Clingendael-enquête uit 1993, waaruit bleek dat Nederlandse jongeren een uitgesproken negatief beeld van Duitsland hebben, hebben de Utrechtse studenten G. Colmjon en B. Oremus nu ruim driehonderd Duitse gymnasiasten ondervraagd over hun associaties met Nederland.

Uit de resultaten blijkt dat 57 procent van de ondervraagden het zuivelprodukt kaas als eerste noemt. Daarna volgen op respectabele afstand de coffeeshops en landschapskenmerken. Begrijpelijk, vinden de onderzoekers. Verrassender is het in hun ogen dat Ajax niet op de formulieren voorkomt. Ook de Nederlands/Duitse presentator Rudi Carrell en de koeien laten het afweten.

Van de Nederlandse politiek weten de Duitse scholieren weinig. Slechts één leerling weet dat “Herr Cock” de minister-president is, terwijl in dat verband bij 1 procent spontaan de naam van de vroegere Zuid-Afrikaanse president De Klerk opborrelt.

Beter bekend zijn de gulden als nationale munteenheid en Amsterdam als hoofdstad. De overige grote steden liggen minder goed in het geheugen. Utrecht bijvoorbeeld wordt amper genoemd, terwijl daarentegen Venlo door 11 procent wordt genoemd. Een vijfde van de ondervraagden weet dat Nederland tussen de dertien en zeventien miljoen inwoners telt. De rest gokt ergens tussen de honderdduizend en honderd miljoen.

Negatieve gevoelens jegens Nederlanders blijken mee te vallen. Op een ranglijst van acht landen, waarop Italië het sympathiekst en Polen het slechtst uit de bus komt, eindigt Nederland op de tweede plaats. (ANP)