Geen akkoord lagere beloning

DEN HAAG, 16 OKT. Minister Melkert (Sociale Zaken) en de coalitiepartijen in de Tweede Kamer zijn er gisteren niet in geslaagd overeenstemming te bereiken over een geconditioneerde verlaging van het minimumloon. D66 en de VVD willen werkloze kostwinners verplichten tijdelijk werk aan te nemen beneden het wettelijk minimumloon. Daarvoor moet de “richtlijn passende arbeid” worden aangepast. Melkert en de PvdA-fractie in de Tweede Kamer wijzen dat af.

Een van de voorwaarden voor het ontvangen van een uitkering is dat “passende arbeid” aanvaard dient te worden.

Daaronder wordt verstaan: “alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd”. Het probleem schuilt in het laatste deel van deze definitie: de sociale aard van werk.

Als de beloning minder bedraagt dan het voor betrokkenen geldende uitkeringsniveau hoeft de betreffende arbeid niet te worden aanvaard.

De PvdA, met Melkert voorop, wil aan deze richtlijn vasthouden. De sociaal-democraten vinden het ideologisch onjuist om mensen te verplichten onder het voor hen geldende minimumloon te gaan werken.

Als de richtlijn wordt losgelaten is de beer volgens de PvdA los. Vervaagt deze norm, dan is het ook denkbaar dat werkloze academici worden verplicht laagwaardig fabriekswerk te aanvaarden en dat mensen worden gedwongen te verhuizen voor een baan ver weg, die weinig oplevert. Nederland glijdt dan volgens Melkert af naar het door hem verfoeide Amerikaanse model, waarbij werklozen slechts 26 weken recht hebben op een niet al te hoge WW-uitkering.

D66 en de VVD nemen ideologisch een tegenovergestelde positie in. Zij willen de economische functie van het minimumloon (een inkomensbodem in de arbeidsmarkt) loskoppelen van de sociale functie (iedereen heeft recht op ten minste het sociaal minimum, dat is afgeleid van het netto minimumloon). Als de produktiviteit van bepaalde arbeidskrachten tekortschiet, dan moet aan hen minder dan het minimumloon kunnen worden betaald, vinden D66 en VVD. Als een kostwinner daardoor onder het sociale minimum terechtkomt, moet hij of zij zich maar bij de sociale dienst vervoegen voor een uitkering. Deze zienswijze lijkt ook de steun te hebben van een meerderheid in het CDA.

Het meningsverschil speelt een belangrijke rol bij het in maart dit jaar ingediende wetsvoorstel om langdurig werklozen aan werk te helpen door middel van een dispensatie voor de werkgever ten aanzien van het minimumloon. De werkgever mag onder voorwaarden 30 procent onder het geldende minimumloon betalen.

De Raad van State plaatste bij het wetsvoorstel al de kanttekening dat het een papieren maatregel is, omdat weinig werklozen bereid zullen zijn om hun relatief hoge uitkering te verruilen voor een lager loon. D66 en de VVD willen daarom meer dwang in het systeem brengen.

Ook al omdat is gebleken dat WW'ers te weinig geprikkeld worden om werk te aanvaarden. Veel werklozen, zo blijkt uit onderzoek, gaan pas actief op zoek naar een baan als het einde van de WW-periode (variërend van een half tot vijf jaar) in zicht is en terugval in de bijstand dreigt. D66 en de VVD beschuldigen de PvdA nu van het doelbewust traineren van het wetgevingsproces.