Gangster in warm jaren twintig licht

Last Man Standing. Regie: Walter Hill. Met: Bruce Willis, Christopher Walken, Bruce Dern, Karina Lombard, Patrick Kelly. In 26 theaters.

Wie kent hem niet, de hoofdpersoon van Last Man Standing? Een spijkerharde revolverheld, bereid om te doden voor de goede zaak, of gewoon omdat de wereld zonder sommige boeven beter af is. Een hoererende loner die niet aarzelt zijn leven te riskeren voor de eer van een dame. Een man die spottend zegt zonder geweten geboren te zijn, maar die zijn vrienden door dik en dun steunt en leeft naar een persoonlijke erecode.

John Smith, de 'last man standing' in de nieuwe film van Walter Hill (The Long Riders, Geronimo) is de archetypische Amerikaanse filmheld. Dit keer duikt hij niet op als cowboy in het Verre Westen of als privédetective in Los Angeles, maar als hired gun in een klein stadje op de grens van Texas en Mexico. Het is de tijd van de Drooglegging, van elkaar bevechtende gangsters, en Smith knapt klusjes op voor de hoogste bieder, totdat hij er genoeg van krijgt en in zijn eentje, met twee pistolen, de stad van al het gespuis verlost.

De plot is overbekend, wat niet hoeft te verwonderen: Last Man Standing is na Sergio Leone's legendarische Fistful of Dollars (met Clint Eastwood) de tweede film naar Akira Kurosawa's samoerai-epos Yojimbo (1961). Maar van Walter Hill, als westernspecialist geëerd met de Gouden Laars van de Cowboy Hall of Fame, zou je niet alleen een onderhoudende remake verwachten, maar ook een die iets aan de vorige versies toevoegt.

IJdele hoop. Hoewel de handeling werd verplaatst naar een gangsteroorlog, verliet Hill zich voornamelijk op clichés, variërend van glimlachende doodgravers en schietpartijen in slowmotion tot krakende laarzen en ratelslanggeluiden op de soundtrack. Bruce Willis, die de ondankbare taak heeft om Eastwood te doen vergeten, werd opgescheept met een pompeuze voice-over en quasi-romantische scènes vol kitsch. En zelfs de achtergrondmuziek van Ry Cooder maakt een krachteloze indruk.

Mooi gefilmd is Last Man Standing wel; de art direction is onberispelijk en iedere scène baadt in het warme geelbruine licht dat in Hollywood doorgaat voor typisch jaren twintig. Maar het is juist de visuele perfectie die de indruk versterkt dat je zit te kijken naar een parodie - en niet naar een serieuze genreoefening.