Film van Joel en Ethan Coen gebaseerd op ware gebeurtenissen; Zwangere agente overwint het kwaad

Fargo. Regie: Joel Coen. Met: Frances McDormand, Steve Buscemi, William H. Macy, Peter Stormare. In: 10 theaters.

Zeven doden telt de hoogzwangere politiechef Marge Gunderson (Frances McDormand) aan het slot van Fargo, de geheel op ware gebeurtenissen gebaseerde zesde speelfilm van de gebroeders Joel (regie, scenario, montage) en Ethan (produktie, scenario, montage) Coen. “En waarvoor?”, vraagt ze retorisch aan de arrestant op de achterbank, “voor een handvol geld! Ik begrijp het echt niet.”

De Amerikanen die doorgaans in films figureren lijken weinig op de vriendelijke, wat sullige en nauwelijks tot extreem gedrag geneigde burgers die je in werkelijkheid buiten de grote steden tegenkomt. Het is een briljante vondst van Joel en Ethan Coen om van zo iemand de heldin te maken in een film die qua laconiek geweld nauwelijks onderdoet voor Pulp Fiction. Met een zangerig Scandinavisch accent, eigen aan veel inwoners van Minnesota (waar ook de gebroeders Coen opgroeiden), engelengeduld en boerenslimheid doorziet ze de onhandige intriges van twee beroepscriminelen (babbelkous Steve Buscemi en zwijgzame reus Peter Stormare) en een schlemielige autoverkoper in geldnood (William H. Macy). Het zou niet aardig zijn de opzet van hun snode plannen hier te onthullen. Het geraffineerde scenario voorziet immers in een zorgvuldige dosering van het kwaad en van het nog geestiger geschetste tegenoffensief van een waggelende speurneus, die het onderzoek tussen de middag onderbreekt om met haar zorgzame echtgenoot een hamburger te eten en over echt belangrijke zaken te praten, zoals visaas en vogelschilderijtjes.

In Cannes won Joel Coen dit jaar de regieprijs, maar ook zijn echtgenote McDormand had een bekroning verdiend. Het acteren in Fargo, vernoemd naar het stadje in Noord-Dakota waar de eerste scène zich afspeelt, is over de hele linie buitengewoon sterk. Niet alleen de aanwezigheid van Macy, die in verschillende films van David Mamet speelde, doet denken aan de droge, heldere en lucide stijl van diens acteerregie. Het realisme in Fargo, de eerste film van de gebroeders Coen die geen genrestijloefening betreft, is immers relatief. Het verhaal vond werkelijk in 1987 in Minnesota plaats en het onaanstellerige milieu van plattelandsbewoners uit de Midwest doet zeer authentiek aan. Maar Fargo is wel degelijk een gestileerde, met fijn timmermansoog en aandacht voor onverwachte details uit het ijs gehakte auteursfilm. Alleen al de voor het grootste deel kunstmatig geconstrueerde sneeuwlandschappen bestempelen Fargo tot een nauwelijks minder fantastische film dan Barton Fink of Miller's Crossing, meer opzichtig de filmhistorie citerende genrestukjes van Joel en Ethan Coen.

In zekere zin markeert Fargo het einde van de korte, maar heftige bloei van de sarcastische Amerikaanse geweldfilm, die in Europa het etiket 'nouvelle violence' opgeplakt kreeg. Ook bij de gebroeders Coen contrasteert de alledaagsheid van de conversaties en de overige context met de onberedeneerde en steevast onverwachte, buitenproportionele gruwelijkheid van het geweld. Ook in Fargo weet het publiek niet goed of het moet grinniken of huiveren, wanneer het bloed weer eens alle kanten opspuit of een gezicht weggeschoten wordt. Het grote verschil met Quentin Tarantino is echter de aanwezigheid van een moraal. De heldin van Fargo is geen wreker, die met gelijke munt terugbetaalt tot bevrediging van het rechtsgevoel van de kijker, maar vertegenwoordigt de huis-, tuin- en keukenverbazing van de buitenstaander.

De strijd tussen politie en boeven is er geen van lood om oud ijzer. McDormand gelooft in de goedheid van de mens, en persisteert in het aanpakken van grote en kleine leugens, vaak behoed voor gevaar door haar gezonde verstand en natuurlijke reserve. Ze draagt ook letterlijk het leven in haar lijf, zonder daar ook maar een moment sentimenteel over te doen. Als ze zich aan het slot van de film tegen haar man aanschurkt en mompelt: “nog twee maanden”, dan is de overwinning van het leven op de dood voor de verandering eens totaal vrij van schijnheiligheid.