Drama van 1982 houdt Heidemij nog altijd bezig

ARNHEM, 16 OKT. “Heidemij zal het de komende één tot twee jaar wat kalmer aan doen met acquisities”, zo zei bestuurslid ir. H.L.J. Noy op 19 maart van dit jaar bij de presentatie van de kwartaalcijfers. Dat bleek ten dele waar: iets meer dan een half jaar later maakt Heidemij een fusie bekend met branchegenoot DHV.

De nieuwe onderneming komt daarmee, geheel naar de wil van de top, terecht in de top-vijf van mondiaal opererende ingenieursbureau.

Het Arnhemse Heidemij heeft, als het gaat om deelnames, overnames en acquisities, roerige jaren achter de rug. Zo verkocht het bedrijf (ruim 6.000 medewerkers) eind 1995 zijn belang van 23,6 procent in het automatiseringsbedrijf Raet, terwijl in 1994 het belang in ingenieursbureau Fugro van de hand werd gedaan. In de eerste maanden van dit jaar werd een belang genomen in de Franse holding Sageos, vorig jaar kocht Heidemij het Belgische Gedas (met 200 medewerkers) en het Spaanse Eptisa (900 werknemers). Al eerder, in 1993, nam Heidemij het Amerikaanse bedrijf Geraghty & Miller over en kocht het twee Duitse ondernemingen.

De overnamegolf zorgde voor een sterk stijgende omzet: van 550 miljoen in 1990 en 858 miljoen gulden in 1994 tot naar verwachting meer dan een miljard gulden dit jaar - de fusie niet meegerekend.

De winst groeit evenwel niet zo hard als de omzet: over 1991 behaalde de onderneming een winst van 18,2 miljoen gulden, over 1995 27 miljoen gulden, 2 procent meer dan over 1994. Het bestuur heeft de verwachting uitgesproken dat de winst over 1996 uitkomt op het niveau van vorig jaar. “Gezien de moeilijke omstandigheden op de milieu-adviesmarkt zijn wij best blij met deze lichte stijging”, zo liet bestuurslid Noy toentertijd weten.

De fusie met DHV, waarbij 2.300 mensen werken, is voor Heidemij, zo zei het bedrijf gisteren bij de bekendmaking van het samengaan met DHV, “een sprong naar een mondiale positie”. Dat past bij de uitspraak van topman F. Luttmer vorig jaar oktober bij de notering van Heidemij aan de Amsterdamse effectenbeurs. Het zou hem niet verbazen, zei hij toen, als zijn bedrijf tegen het jaar 2000 een verdubbeling van de omzet zou hebben bereikt. Met de fusie schiet die geplande verdubbeling aardig op.

Naast de hectiek van de overnames heeft Heidemij de afgelopen jaren ook nog eens moeten afrekenen met een loodzwaar verleden en een snel veranderende markt. Tot voor kort kreeg het bedrijf nog serieus de vraag voorgelegd hoe het toch met de oogst van de eikels staat, zo memoreerde Luttmer vorig jaar in deze krant. En dat terwijl Heidemij, in 1888 opgericht door de Geldersch-Overijsselsche Maatschappij van Landbouw om gronden te ontginnen, al jaren niet tot nauwelijks meer actief is in bosbouw, herverkaveling en landinrichting. Heidemij profileert zich als een milieu-, advies- en ingenieursbureau. Het bedrijf, sinds 1993 genoteerd aan de Nasdaq in de Verenigde Staten, heeft om precies te zijn nog één bosbouwer in dienst, en die houdt zich uitsluitend bezig met fusies en acquisities. Ruilverkaveling zorgt nog voor één procent van de omzet, waar dat ooit negentig procent was.

In de jaren zeventig en tachtig bleek grondige reorganisatie noodzakelijk. Na de oorlog koos Heidemij voor diversificatie. Er werden nieuwe bedrijfsonderdelen opgezet, het bedrijf werd internationaal van karakter. De verscheidenheid aan produkten en diensten bleek geen succes. In 1982 moest de Arnhemse onderneming via een sterfhuisconstructie zelfs van de ondergang worden gered. De gezonde onderdelen bleven bestaan, projectontwikkeling en internationale houthandel sneuvelden onder meer, de top ruimde het veld en veel werknemers kwamen op straat te staan.

Nog altijd wordt er bij overnames en fusies gedacht aan het drama van de jaren tachtig, zei Luttmer. “Bij alles wat je doet, denk je: kan dit leiden tot zoiets als in 1982.”

De gang naar de beurs in Amsterdam, vorig jaar oktober, leek slecht getimed: de milieumarkt was ingestort en de beursgenoteerde concurrentie in Nederland, waaronder Fugro en Grontmij, kreeg te maken substantiële winstdalingen. Heidemij zou niet de problemen van Fugro en Grontmij meemaken, aldus Luttmer. Beide ondernemingen waren ofwel te veel op één produkt gericht, ofwel te veel op één geografische markt. “Wij hebben onze activiteiten meer geografisch gespreid. Wij zijn ook zo'n beetje de enige in de wereld die zowel adviseren als uitvoeren.”