Albanië voor nieuwe test democratie

De Albanezen gaan zondag naar de stembus voor wat kan worden gezien als een lakmoesproef voor de democratische gezindheid van het bewind van president Berisha. OVSE-waarnemers ontbreken.

Het gaat zondag om gemeenteraadsverkiezingen en de macht op nationaal niveau staat niet op het spel. Wat wel op het spel staat is echter zo mogelijk nog belangrijker: zondag wordt antwoord gegeven op de vraag of Albanië na de zware hobbels van eerder dit jaar de kant van de democratie opgaat, dan wel afglijdt in de richting van een postcommunistische semi-dictatuur.

De crisis van de Albanese democratie, die al vorig jaar begon met de wegzuivering van topfunctionarissen die zich te kritisch uitten over president Berisha, bereikte in mei een hoogtepunt bij de parlementsverkiezingen. De belangrijkste oppositiepartijen trokken zich op 26 mei - enkele uren voor het sluiten van de stembussen - terug wegens de talrijke gevallen van fraude en manipulatie. Aldus behaalde de Democratische Partij een overweldigende meerderheid in het nieuwe parlement: 122 van de 140 zetels.

De klachten van de oppositie werden gedeeld door de waarnemers van de Europese Veiligheidsorganisatie OVSE en van de EU, de Italiaanse en de Amerikaanse regering. De Amerikanen - de belangrijkste bondgenoot van de Albanezen op hun 'weg naar Europa' - waren zo boos over de verkiezingsfraude van Berisha's bewind dat ze de eerste zitting van het nieuw'gekozen' parlement boycotten. Sindsdien bevinden de relaties tussen Tirana enerzijds en de EU, Rome en Washington anderzijds zich in een crisis. Berisha houdt zich oostindisch doof voor oproepen de verkiezingen te herhalen en heeft tot twee keer toe geweigerd hoge Amerikaanse gezanten te ontvangen. De Berisha-gezinde media hebben als reactie op de kritiek OVSE-waarnemers uitgemaakt voor geheime agenten van het stalinistische regime van vroeger.

Om de relaties met het buitenland weer enigszins op orde te krijgen en zijn democratische geloofsbrieven weer geloofwaardig te maken, moet Berisha hoe dan ook zorgen dat de gemeenteraadsverkiezingen zonder problemen verlopen: dat is belangrijker dan de uitslag van de verkiezingen zelf.

Het is nog steeds niet helemaal zeker dat de (ex-communistische) socialisten, de belangrijkste oppositiepartij, ditmaal niet tot een boycot besluiten. Officieel doen ze, althans tot vandaag, mee. Hun leider Fatos Nano riep eerder deze week vanuit de gevangenis van Tepelenë, waar hij sinds 1994 na een dubieus proces is opgesloten, zijn kiezers op zondag naar de stembus te gaan. “Er is geen andere uitweg uit de huidige crisis dan door de massale deelname aan de verkiezingen”, aldus Nano in een boodschap uit zijn cel.

In een verkiezingsmanifest stelden de socialisten dat de verkiezingen van vijf maanden geleden “het land in een politieke crisis hebben gestort, elke eerlijke burger hebben geschokt en het imago van Albanië ernstig hebben geschaad”. Met enige overdrijving werd gesteld dat “het huidige parlement een produkt van het geweld, de psychologische terreur en de demagogie van Berisha's regime en derhalve onwettig is.” “Het democratische proces is verlamd en wordt gekenmerkt door diktat, dwingelandij, politieke bevelen, arrogantie en incompetentie, schendingen van de wet en de rechten en vrijheden van de mens, politieke vervolging, corruptie en de voortdurende bedreiging van de levens en bezittingen van de burgers.” Desondanks wilden de socialisten bij de publikatie van dat manifest op 1 oktober nog aan de verkiezingen deelnemen: “Ze zijn een belangrijke test voor de democratie in Albanië en een politieke strijd die de waarlijk democratische krachten moeten en zullen winnen”, aldus de partij.

Nu hebben de socialisten gezien hun stalinistische verleden nogal wat boter op het hoofd als het gaat om hun strijd voor “de overwinning op het totalitarisme” van Berisha. Dat wordt hun ook nog vrijwel dagelijks door de Democratische Partij ingepeperd. Op diezelfde 1ste oktober bestempelde bijvoorbeeld de voorzitter van het Albanese parlement, Pjeter Arbnori, hun boycot van de verkiezingen van 26 mei en 2 juni als “een stalinistische poging de democratie te ondermijnen”. Berisha zelf betitelde de socialistische partij tijdens haar jongste congres zelfs in een 'groetboodschap' als een stalinistisch gezelschap.

Dat neemt niet weg dat er aan de Albanese democratie het een en ander schort. Elk vermeend gebrek aan loyaliteit aan Berisha wordt zonder pardon bestraft met ontslag en verkettering. Het openbare leven wordt gekenmerkt door vriendjespolitiek en corruptie. Er wordt voornamelijk op trouw geselecteerd. Zo klagen de inwoners van Tirana dat de meeste politiemannen primitieve en corrupte ex-boeren zijn uit Tropoja, Berisha's geboortestad.

De afgelopen maanden heeft het ook niet ontbroken aan klachten van de oppositie over pogingen van de regering, ook de gemeenteraadsverkiezingen van zondag te manipuleren. De Sociaal-Democratische Partij (PSD) kreeg, in strijd met de wet, geen overheidsgeld voor haar campagne, met het argument dat ze de parlementsverkiezingen heeft geboycot, als gevolg daarvan geen zetels heeft behaald en daarom de toen uitgekeerde overheidssteun voor de PSD-campagne moet terugbetalen: tienduizend dollar, een naar Albanese verhoudingen groot bedrag. De oppositie is verder geïntimideerd door een nieuwe wet, die het weglopen van leden van kiescommissies - dus: het herhalen van de boycot van 26 juni - met drie jaar cel bestraft. De socialisten hebben alweer zoveel onregelmatigheden geconstateerd dat ze een boycot op het laatste moment niet uitsluiten.

Blijft het cruciale thema van de waarnemers. De Raad van Europa heeft beloofd toezicht te houden op de verkiezingen van zondag. Ook de Italianen en de Amerikanen sturen waarnemers. Maar er komen geen waarnemers van de OVSE, de gebeten hond van de verkiezingen van mei en juni. De OVSE werd wel uitgenodugd waarnemers te sturen en was ook bereid dat te doen. Maar de regering in Tirana keurde de voorgelegde lijst van OVSE-waarnemers maar ten dele goed. Vanochtend besloot de OVSE dan liever van haar taak in Albanië af te zien.