Wachtgelden

De stijging van de wachtgelden in het onderwijs is voornamelijk gecreëerd door het ministerie zelf. Immers, het ministerie zelf heeft ervoor gezorgd dat de arbeidsomstandigheden in het onderwijs progressief verslechterd zijn. De salarissen laat ik hierbij geheel buiten beschouwing.

Ik noem slechts de klassenvergrotingen, de fusiedwang, de kaalslag op universiteiten en wat mijn eigen HBO aangaat, de vermenigvuldiging van niet-onderwijzend personeel ten opzichte van het onderwijzend personeel. Het primair proces van het onderwijs wordt gedegradeerd tot een soort indirecte kosten, waarop naar believen kan worden bezuinigd.

Ter illustratie. Toen ik in 1971 in het HBO begon, had ik bij een volledige werktaak 190 studenten te verzorgen. Nu zijn dat er 580. Ik ben inmiddels heel wat ouder.

Wat ook is toegenomen is het aantal regelneven, commissies en bestuurders. Waren er in 1981 nog slechts 1 op de 8,7 docenten ondersteunend personeel, nu is dat 1 op de 1,8. In Leiden schijnt het nog erger te zijn. Bestuurders van een Hogeschool hebben thans staatssecretarissalarissen en auto's van de zaak, plus de onvermijdelijke arrogantie van de macht.