Veel leuk bedoelde wezenloosheid

De NCRV-tv is helemaal in de greep geraakt van de bekende Nederlander. De maandagavond wordt tegenwoordig volgeplempt met programma's - Villa Felderhof, Spanjer - waarvan de basisvoorwaarde is: de aanwezigheid van een, liefst twee bekende Nederlanders.

Een enkele keer leidt dat tot aardige combinaties, zoals gisteren Hella Haasse en Willem Nijholt in Villa Felderhof, maar over het geheel genomen is creatieve armoe troef. Een goed voorbeeld daarvan is het nieuwe programma rond Maarten Spanjer. Sinds zijn succes met het aardige Taxi wordt Spanjer door de NCRV tot de laatste druppel uitgemolken als zijnde een potentiële kijkcijferkoe. Dat leidde vorig seizoen al tot een matige serie programma's, waarin Spanjer op nogal voorspelbaar-verneukeratieve wijze de wereldjes van esoterische therapiegroepen verkende.

Maar hoe teleurstellend ook, je kon toen tenminste nog zeggen dat het ergens over ging. Tegenwoordig trekt Spanjer, doorgaans met een bekende Nederlander aan zijn zijde, naar afgelegen plekjes om al keuvelend een beetje (klein beetje) lol te trappen. Zo zagen we hem met Rijk de Gooyer aan de Franse zuidkust ronddarren, twee humoristische mannen tevergeefs op zoek naar humor.

Het edele zangduo Gert en Hermien mochten we vergezellen naar modderbaden in Roemenië, en met Bart Chabot werd een cursus geitenhoeden gevolgd. Over Chabot bestaat in Nederland het enorme misverstand dat hij van nature zo leuk is. Als tv- en radioredacties verlegen zitten om een goede grap, roepen ze allemaal in koor: Bart Chabot! Maar ik heb die jongen nog nooit op één vermakelijke uitspraak kunnen betrappen, en het werd dan ook het saaiste programma dat Maarten Spanjer ooit voor de tv heeft gemaakt.

Gisteravond konden we drie kwartier naar de buik van Theo van Gogh kijken die samen met Spanjer dieetsapjes ging drinken in Portugal. De andere programma's uit de serie waren vervelender, maar toch bekruipt je als kijker naar zoveel leuk bedoelde wezenloosheid al snel de gedachte: waarom houden die mensen zich niet gewoon bij hun stiel? Waarom zou je jezelf zo ongeveer in je blote kont als circusnummer opvoeren tussen een stel halve garen in Portugal, tenzij je niets beters te doen hebt, of tot de bedelstaf vervallen bent?

Theo van Gogh en Maarten Spanjer hebben bewezen dat ze goede tv-programma's kunnen maken. Ze werken alleen in een omroepwereld die eerder in termen van kijkcijfers dan van kwaliteit denkt. (Het paradoxale is overigens dat zo'n programma van Spanjer geen kijkhit is. De kijker is wel goed, maar lang niet altijd gek.) Televisie gunt talent te weinig rust, men zuigt het zo snel mogelijk leeg. Iemand als Spanjer zou eens een seizoen moeten overslaan om op zijn gemak aan een nieuwe, betere formule te werken.

Laat op de avond nam de tv afscheid van iemand die ook nogal slordig - en weer vooral op de tv - met zijn talent kon omspringen: de overleden acteur Gerard Thoolen. De redactie van Het uur van de wolf was zo attent de programmering om te gooien. We zagen een interviewfragment uit 1993, waarin Thoolen moeizaam enkele wollige meningen over acteren verwoordde. Thoolen kwam op de planken altijd aanzienlijk beter uit de verf dan in interviews.

Gelukkig liet de NPS ons ook nog een uit 1990 daterende proeve van zijn acteertalent zien: de hoofdrol in Een vreemde liefde, een eenakter van Tennessee Williams. Geen bijster sterk stuk, maar Thoolen en Olga Zuiderhoek haalden er met hun spel meer uit dan erin zat. En de kat Nitchewo, spinnend in de armen van Thoolen, bleek het grootste natuurtalent.