Rode familie vertrekt uit Amsterdam

Het PvdA-partijbestuur wil verhuizen van Amsterdam naar Den Haag. Als het congres in februari akkoord gaat, zal alleen nog het FNV-gebouw herinneren aan 'de rode familie'.

AMSTERDAM, 15 OKT. Voor ingewijden waren het Hekelveld en de Tesselschadestraat, beide in Amsterdam, een begrip. Op het Hekelveld zat de socialistische krant Het Vrije Volk. In het pand Tesselschadestraat 31 was, sinds de oprichting in februari 1946, het partijkantoor van de Partij van de Arbeid gevestigd. Over en weer was levendig contact - totdat de Rode Burcht begin jaren zeventig viel en de krant naar Rotterdam verhuisde waar hij in 1991 het loodje legde. In mei 1980 verhuisde het partijkantoor naar de Nicolaas Witsenkade en als de voortekenen niet bedriegen verlaat ook dit eertijdse bolwerk van 'de rode familie' de hoofdstad. Het PvdA-partijbestuur wil vanaf 2000 kantoor houden in Den Haag, bleek zaterdag tijdens een partijbijeenkomst in Zwolle. Het congres moet er in februari over besluiten.

Op de eerste verdieping van het pand aan de Tesselschadestraat zetelden PvdA-voorzitters als K. Vorrink, S. Tans, A. van der Louw, en I. van den Heuvel. In hun dagen kwam het partijbestuur twee keer per maand bijeen. Menige discussie passeerde de revue: over het Indonesië-beleid in de jaren veertig, de politiek van bestedingsbeperking halverwege de jaren vijftig en over het VARA-televisieprogramma 'Zo is het toevallig ook nog eens een keer'. In de jaren zeventig stonden de kruisraketten en het Nederlands lidmaatschap van de NAVO vaak op de agenda van het partijbestuur. Ellenlange sessies werden aan deze onderwerpen gewijd.

Opeenvolgende Tweede Kamerfracties en de fractievoorzitters van de PvdA voelden zich niet altijd begrepen door 'de Tesselschadestraat'. Zo ontstond tussen de eerste naoorlogse fractievoorzitter M. van der Goes van Naters en partijvoorzitter K. Vorrink een bittere strijd over de vraag wie het in de partij voor het zeggen had. Toen eind jaren zestig een aantal vertegenwoordigers van Nieuw Links een zetel in het partijbestuur veroverde sloeg de vlam in de pan. Polariseren werd het streven, het strategiedenken een tweede natuur aan de Tesselschadestraat. De PvdA moest actiepartij worden, vond vertegenwoordiger van Nieuw Links, A. van der Louw die in 1971 tot partijvoorzitter was gekozen. De Kamerfractie had het daar niet altijd even gemakkelijk mee.

In de periode november 1972 tot mei 1973 werd niet zelden met rode hoofden de kabinetsformatie die zou leiden tot het kabinet-Den Uyl, gevolgd en besproken. Op tafel lag het ononderhandelbare Keerpunt '72, het akkoord tussen PvdA, D66 en de PPR. 'De Tesselschadestraat' liet er geen onduidelijkheid over bestaan: ononderhandelbaar betekent ononderhandelbaar. Toen formateur Burger met succes 'inbrak' bij, toen nog, de AR en de KVP hapte menig partijbestuurslid naar adem: immers, de KVP in de persoon van Schmelzer, werd nog altijd verantwoordelijk gehouden voor de val van het kabinet Cals/Vondeling in oktober 1966. Toen de formatie was afgerond en het kabinet was geïnstalleerd was het gebruik dat PvdA-bewindslieden de vergaderingen van het partijbestuur in de Tesselschadestraat bijwoonden. Niet allemaal tegelijk, maar zeker één was per vergadering aanwezig. Op tafel lag vaak een exemplaar van Keerpunt '72 waarmee de bewindslieden om de oren werd geslagen wanneer was gebleken dat hun beleid niet strookte met wat zwart op wit geschreven stond. In 1976 haalde toenmalig PvdA minister van financiën, W. Duisenberg, zich de woede van onder meer de Tesselschadestraat op zijn hals door een verkiezingsprogramma te publiceren dat enkel een paar A4-tjes bevatte. Hem was de voorliefde voor het detail waar nogal wat bestuurders in het partijkantoor blijk van hadden gegeven, een doorn in het oog geworden.

De Kamerfractie hinderlijk volgen: dat was jarenlang het devies dat vanuit de Tesselschadestraat werd beleden. Het had er soms alle schijn van dat niet de fractie of de bewindslieden het voor het zeggen hadden, maar het partijbestuur. Voorstanders van een wat realistischer koers zetten, na het vertrek van Van den Heuvel als voorzitter, alle kaarten op het toenmalige PvdA-Kamerlid W. Meijer als haar opvolger. Na een felle strijd betrok echter M. van den Berg in 1979 de voorzitterskamer op de eerste verdieping. Zijn fulmineren tegen 'het Haagse circuit' had hem geen windeieren gelegd. Onder zijn leiding zou de partij haar socialistische beginselen niet langer verloochenen. Vanuit de Tesselschadestraat werden de banden met het Landelijk Energie Komité dat actie voerde tegen kerncentrales, opnieuw aangehaald en kreeg het strategiedenken tot ergernis van fractievoorzitter Den Uyl een nieuwe impuls.

Vanuit het partijkantoor aan de Nicolaas Witsenkade werd het kerntaken-debat geëntameerd. Vandaaruit werd ook geregeld dat in 1981 de kerncentrale in Dodewaard vreedzaam zou worden geblokkeerd. Tot misnoegen van toenmalig minster van binnenlandse zaken E. van Thijn die niet schroomde de demonstranten te laten verwijderen door de Mobiele Eenheid. Amsterdam versus Den Haag. Het pand trilde op zijn grondvesten tijden de WAO-crisis in de zomer van 1991. Na het aantreden van het voorzittersduo Vreeman en Rottenberg, vier jaar geleden, werd weer regelmatig met de vinger richting Den Haag gewezen. Na de verhuizing kunnen bestuur en fractie gezellig bij elkaar op de koffie en herinnert alleen het gebouw van de FNV in de hoofdstad aan de rode familie van eertijds.