RIOD-onderzoek

Het is jammer dat mr. A.J.W. van Schijndel in zijn kritisch artikel van 5 oktober over Srebrenica geen vragen stelt over de competentie of bevoegdheid van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) dat door de Tweede Kamer is aangesteld als onderzoeker. Van Schijndel legt terecht de vinger op de bevelsstructuur van Dutchbat of het mogelijk gebrek daaraan en de draaierijen van minister van Defensie Voorhoeve. Niet voor niets is onze taal verrijkt met het spreekwoordelijke 'Karremans-gevoel'. Dat het in Srebrenica mis is gegaan staat buiten kijf. Maar, moet het RIOD die zaak onderzoeken?

Wat kan een RIOD onderzoeken als Van Mierlo, Kok en de VN-ambassadeur geen poot aan de grond krijgen bij de Verenigde Naties?

Ik wijs erop dat het RIOD een diep trieste geschiedenis heeft van pedante uitspraken en missers. Aantjes, Weinreb om er een paar te noemen. Van verhoren of verhoortechnieken heeft men bij het RIOD geen kaas gegeten. Juridisch waarderen van feiten. Behoort het bij de competentie van historici om voor rechtertje te spelen? Is advocaat Van Schijndel niet bang dat zijn kritische vragen veel te kritisch zijn voor historici.

Waarom geen parlementaire enquête? Niet dat dat veel helpt (IRT) of dat je daarmee de internationale aspecten van Srebrenica kunt onderzoeken.

Naar mijn mening leent 'Srebrenica' zich niet voor de aanpak van historici, alleen al omdat er tweeduizend mensen worden vermist. Het RIOD kan niet anders dan tot broddelwerk komen omdat de vaardigheden, de bevoegdheden vragen te stellen en antwoorden te krijgen bij het RIOD niet in huis zijn. Is het toevallig dat het CDA de enige partij was die (overigens betrekkelijk ongefundeerd) tegen de opdracht aan het RIOD heeft gestemd?

Niet bekend

Een bevel om de onderste steen boven te krijgen ontbreekt zeker als je het RIOD laat rommelen. Nederland, Dutchbat en de Tweede Kamer laten zich afschepen.