Rel in India over schilderijen van naakte vrouwen

NEW DELHI, 15 OKT. De Indiase kunstwereld is in rep en roer wegens de opzettelijke vernieling eind vorige week van een reeks kunstwerken van de vooraanstaande schilder Maqbool Fida Husain door radicale hindoes. Zij namen de 81-jarige schilder kwalijk dat hij hindoe-godinnen naakt had afgebeeld en stichtten daarom donderdagavond brand in een galerie in de west-Indiase stad Ahmedabad, waar werken van Husain waren tentoongesteld. In totaal gingen 28 schilderijen en 23 tapijten verloren.

In heel India hebben kunstenaars verontwaardigd gereageerd op het incident. Tijdens manifestaties hekelden ze de aantasting van Husains artistieke vrijheid en waarschuwden dat zulke acties een klimaat scheppen dat doet denken aan het fascisme in het Europa van de jaren dertig. Spottend vroegen ze de daders of ze zich misschien ook stoorden aan de zeer erotische sculpturen op enkele vermaarde oude hindoe-tempels in Khajuraho en Konarak.

M.F. Husain, een excentrieke verschijning met een eerbiedwaardige witte baard die blootsvoets over straat pleegt te gaan, reageerde zelf verrassend gematigd op de vernieling van zijn werk. In een verklaring vanuit Londen, waar hij een veiling van Indiase kunst bijwoont, verontschuldigde hij zich ervoor indien zijn werken sommige mensen 'gekwetst' hadden. Wel bedankte hij vrienden die het voor hem hadden opgenomen “op dit moeilijke tijdstip, nu de hele grondslag van de Indiase democratie en de culturele vrijheid wordt bedreigd door een kleine minderheid die vastbesloten is de klok terug te draaien en niet vooruit, zoals de meeste mensen met gezond verstand willen.”

De centrum-linkse regering in New Delhi heeft vooralsnog niets van zich laten horen en lijkt vooral bevreesd haar vingers te branden aan de kwestie. Door onverbloemd partij te kiezen voor Husain, een moslim, vreest het kabinet kennelijk veel hindoes tegen de haren in te strijken. In radicale hindoe-kringen leeft er intussen geen enkele spijt over het incident.

“Een kunstenaar moet er ook voor zorgen dat hij de gevoelens van de mensen niet kwetst,” aldus een parlementslid van de rechtse Bharatiya Janata Party (BJP), die in de oppositie zit in New Delhi.

Husain, die zijn loopbaan in de jaren dertig in Bombay begon met het schilderen van reusachtige reclameborden voor populaire films, put dankbaar uit allerlei aspecten van de Indiase samenleving voor zijn kleurrijke werk. Regelmatig gebruikt hij thema's uit de rijke hindoe-mythologie in zijn werk.

De laatste jaren hebben kunstenaars in India herhaaldelijk de ergernis van bepaalde politieke groeperingen op hun hals gehaald. Zo werden twee boeken van de Brits-Indiase schrijver Salman Rushdie, The Satanic Verses en The Moor's Last Sigh, verboden omdat die moslims en hindoes zouden hebben beledigd. Het verbod op The Moor's Last Sigh is inmiddels opgeheven. Ook de Bengaalse schrijfster Taslima Nasrin was om politieke redenen niet welkom in India.

Vorig jaar koelde een Indiër zijn woede op een doek van de Nederlandse kunstenaar Rob Birza getiteld Kill-Kiss India, dat deel uitmaakte van een expositie in het museum voor moderne kunst in New Delhi. Het werk werd gerestaureerd en hing in het voorjaar in het Stedelijk Museum in Amsterdam.