Referendum over monarchie bepleit

DEN HAAG, 15 OKT. Er moet een referendum worden gehouden over de vraag of de monarchie dient te worden vervangen door een republiek. Deze volksraadpleging kan het beste worden gehouden ten tijde van de troonsopvolging. Op dat moment “kan de minst persoonsgebonden, en dus de meest zuivere keuze pro of contra het systeem van de monarchie worden gemaakt.”

Dat stellen de Jonge Democraten (JD), de politieke jongerenorganisatie van D66. Het pleidooi maakt deel uit van 'Tien democratiseringsvoorstellen voor D66', die de JD gisteren hebben gepubliceerd. Binnen D66 wordt verschillend gedacht over het referendum-voorstel, dat al in april van dit jaar op een congres van de JD werd aangenomen.

Staatssecretaris J. Kohnstamm (Binnenlandse Zaken) wijst het voorstel om principiële redenen van de hand. “De monarchie is niet los te koppelen van personen”, zo verklaarde hij vanmorgen in een reactie. “Zo'n referendum ontaardt daardoor gemakkelijk in een volksgericht voor of tegen de troonsopvolger, en dat moeten we niet hebben.” Kohnstamm vindt dit nadeel zwaarder wegen dan het voordeel dat het volk door middel van een referendum zich kan uitspreken over de meest gewenste staatsvorm. “De enige die als persoon het directe effect ondervindt van zo'n oordeel, is de troonopvolger. Om dit soort persoonsgebonden effecten te voorkomen, heeft het kabinet in zijn voorstellen voor het referendum het koningshuis buiten de lijst van referendabele onderwerpen gehouden”, aldus de staatssecretaris.

Het Kamerlid J. van Walsem staat wel positief tegenover het JD-voorstel. “Als D66 zijn wij nooit tegen referenda, dus ik vind dat dat ook over zo'n onderwerp moet kunnen”, aldus de parlementariër. Hij vraagt zich alleen af wat het goede tijdstip is om het volk te raadplegen over het koningshuis. “Nu zou een referendum, gezien de populariteit van de huidige vorstin, neerkomen op vragen naar de bekende weg. Dat zou kunnen veranderen bij de troonsafstand, maar die ligt nog heel ver weg. De koningin heeft immers net gezegd dat haar zoon nog heel veel moet leren.”

Het Kamerlid Th. de Graaf, woordvoerder binnenlandse zaken van de D66-fractie, noemt het JD-voorstel “academisch interessant, maar praktisch onuitvoerbaar. Want wat is het alternatief als een meerderheid van de deelnemers aan een referendum 'nee' zegt tegen de monarchie? Een republiek, maar wat voor soort republiek? Bovendien zit op dit moment niemand te wachten op een uitspraak over het koningshuis. Als dat zo was zou dat allang uit bijvoorbeeld opiniepeilingen zijn gebleken”.

Positiever is De Graaf over andere hervormingsvoorstellen van de JD zoals een verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd van 18 naar 16 jaar. Volgens De Graaf ligt gezien de steeds vroegere volwassenheid van jongeren, een verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd “op den duur voor de hand”. Ook staatssecretaris Kohnstamm is positief over dit voorstel, al wijst hij er wel op dat verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd niet los kan worden gezien van andere zaken, zoals de grens tussen meer- en minderjarigheid zoals die is vastgelegd in het Algemeen Burgerlijk Wetboek, en welke leeftijdsgrens in het buitenland wordt gehanteerd.

De JD willen verder gemeenten en provincies de vrijheid geven om gemeenteraads- en provinciale statenverkiezingen te spreiden. De Graaf is hier positief over omdat het “de landelijke geur die rond dit soort verkiezingen hangt” kan wegnemen. Om te voorkomen dat “Nederland constant in een verkiezingsroes komt te verkeren”, zoals staatssecretaris Kohnstam in een reactie op de JD-voorstellen zegt te vrezen, zouden de lokale verkiezingen volgens De Graaf in eenzelfde periode geconcentreerd moeten worden. De voorstellen van de JD bevatten verder een pleidooi voor het instellen van bewonersraden in asielzoekerscentra, en de invoering van referenda op scholen en universiteiten over niet-persoonsgebonden kwesties.