Referendum over grondwet Algerije

ALGIERS, 15 OKT. De Algerijnse president Liamine Zéroual heeft gisteren een referendum aangekondigd over vier belangrijke amendementen op de grondwet waaronder een verbod van op godsdienst gebaseerde politieke partijen en de bevestiging van de islam als staatsgodsdienst. Het referendum heeft 28 november plaats.

In een door de televisie uitgezonden toespraak herhaalde Zéroual zijn belofte dat de eerste helft van het volgend jaar parlementsverkiezingen worden gehouden. Bijna een jaar geleden hadden presidentsverkiezingen plaats, die Zéroual zelf in zijn ambt bevestigden en die hoop vestigden bij de Algerijnse bevolking dat een oplossing voor de bloedige machtsstrijd tussen regime en moslim-extremisten binnen bereik was. Verdere politieke initiatieven lieten echter op zich wachten, en het moslim-extremistisch geweld is de laatste tijd weer hoog opgelaaid. Vanochtend werd in Algiers nog een employé van een weekblad naar wordt aangenomen door moslim-extremisten vermoord.

De president noemde de belangrijkste punten van de grondwetswijziging. Het eerste is dat de islam en de Arabische en Berberse taal en identiteit het erfgoed vormen van alle Algerijnen en dus buiten de politiek moeten worden gehouden. Het is de eerste keer dat de Berberse factor in dergelijk verband aan de orde komt. “Met uw stem hierover maakt u een eind aan alle manoeuvres om de nationale eenheid te ondermijnen”, zei hij.

De kiezers wordt tevens gevraagd zich uit te spreken over de vorming van een tweede kamer in het parlement zoals ook het buurland Marokko zojuist heeft gedaan. Algerije heeft overigens helemaal geen parlement sinds leger en regering tussenbeide kwamen in de algemene verkiezingen van de jaarwisseling 1991/1992 die door het fundamentalistische Front van Islamitische Redding dreigden te worden gewonnen. Ook komen er een Staatsraad om de justitiële controle op het landsbestuur te versterken en een Hoog staatshof, dat de president van de republiek berecht als deze de wetten niet respecteert en “zich het door het volk in hem geplaatste vertrouwen niet langer waardig toont”. (Reuter, AFP)