Nieuwe Philips-topman laat zich gelden

ROTTERDAM, 15 OKT. Amerikaanse presidenten en nieuwe hoofdredacteuren plegen zich in de eerste honderd dagen van hun heerschappij te profileren. In die periode rekenen ze af met hinderlijke erfenissen van voorgangers, stellen intern orde op zaken en lanceren nieuwe ideeën. Als er niet te veel weerstand ontstaat bij de onderdanen, meestal geneigd de nieuwkomer het voordeel van de twijfel te gunnen, zit de nieuwe chef stevig in het zadel.

Of Cor Boonstra, sinds 1 oktober president van Philips, dit mechanisme kent is niet geheel duidelijk. Maar dat hij al twee weken na zijn aantreden een versnelling van geplande reorganisaties aankondigt is een veeg teken. In ieder geval versterkt het de reputatie van 'hands on manager' die de nieuwe sterke man bij Philips vooruitgesneld is.

Gisteren maakte het elektronica-concern bekend zijn reorganisatieplannen te versnellen, in reactie op teleurstellende voorlopige resultaten over het derde kwartaal. Die cijfers vallen kennelijk dermate tegen dat het nog in juli beloofde winstherstel zo goed als uitgesloten is. Philips denkt het bedrijfsresultaat uit de tweede helft van 1995 (2,18 miljard gulden) in de laatste zes maanden van het lopende boekjaar niet te kunnen overtreffen.

Tegen de eerdere voorspelling in betekent dit dat het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening over het gehele boekjaar niet hoger zal uitpakken dan 2,86 miljard gulden; in de eerste helft van 1996 bedroeg het een schamele 681 miljoen. Over geheel 1995 realiseerde Philips nog een bedrijfsresultaat van ruim 4 miljard gulden.

Een studie economie is niet nodig om de consequenties voor de netto winst te voorspellen: die zal dit jaar aanmerkelijk lager zijn dan vorig jaar. Dit voorjaar mocht scheidend president Jan Timmer zijn laatste jaarcijferpresentatie afsluiten met een recorduitkomst: 2,52 miljard gulden. De netto winst over de eerste helft van 1996 haalde nog geen 10 procent hiervan, 236 miljoen gulden.

Die lage uitkomst had structurele redenen, maar was vooral gevolg van de voorziening ter grootte van 800 miljoen gulden die het concern trof voor reorganisatie van zijn grootste zorgenkind, de divisie Sound & Vision.

Zou de netto winst van Philips over de tweede helft van 1996 gelijke tred houden met die over dezelfde periode vorig jaar (1,19 miljard), dan resulteert een netto jaarwinst van 1,43 miljard gulden; nog geen 60 procent van Timmers recordprestatie.

Voor beleggingsanalisten was Philips' profit warning gisteren reden hun prognoses te herzien. Voor beleggers, die de afgelopen drie maanden het aandeel hadden herondekt en het dertig procent omhoogstuwden, was dit het signaal pas op de plaats te maken of afscheid van de 'Flippen' te nemen. De verminderde animo deed het fonds uiteindelijk een kleine vier procent verliezen ten opzicht van de slotkoers vrijdag.

“Ik had op een lichte stijging gerekend in de tweede helft van dit jaar”, erkent beleggingsanalist Daan Muusers van effectenbank Wesselius. “Dit valt me toch een beetje tegen.”

Philips' tweede 'winstwaarschuwing' van dit jaar gaf analisten weliswaar aanleiding hun voorspelling te herzien, maar de achtergronden ervan zijn voor hen net zo min een verrassing als voor betrokken vakbondsbestuurders. Toen voormalig president Jan Timmer begin 1996 voor het eerst de stormbal hees, waren de redenen niet anders: in verband met aanhoudende afzetproblemen bij consumentenelektronica en wegens zware druk op de prijzen van chips diende er rekening te worden gehouden met een winstval.

“Dit komt niet uit de lucht vallen”, weet bestuurder Rick Crauwels van de Philips-kaderbond VHPP. “Je hoort in de wandelgangen geregeld dat het nog niet zo geweldig gaat.”

Wat analisten en vakbondsmensen eigenlijk meer trof dan de mededeling over de winst, is die over de versnelde uitvoering van bestaande reorganisatieplannen. “Daarmee profileert Boonstra zich”, meent Muusers. “Ik verwacht eigenlijk dat hij in het derde kwartaal nog wel een buitengewone last voor reorganisaties zal nemen.”

Ook Crauwels en diens Unie-collega Ad Verhoeven wijzen erop dat dit voor Boonstra een uitgelezen gelegenheid is zich te laten gelden. “Het is duidelijk dat Philips onder Boonstra nog sterker dan voorheen gaat ingrijpen bij divisies waar geen rendement wordt behaald”, aldus Verhoeven.

Boonstra zelf verwoordde dat eerder deze maand al tegenover het huisorgaan Philips Magazine. “In zekere zin vind ik dat ik moet zorgen voor snelheid, voor de noodzakelijke sense of urgency. En natuurlijk ben en voel ik me ook geheel verantwoordelijk voor de financiële resultaten.”

Impliciet bekritiseerde de nieuwe Philips-topman daarbij “afdelingen” die niet hebben meegedaan aan de saneringsoperatie Centurion. In die context bepleitte hij grotere flexibiliteit om maatregelen te nemen als een onderdeel van 'het Philips produktportfolio' financieel niet goed presteert. “Daar moeten we sneller op reageren, wat minder emotioneel en meer zakelijk in zijn. Dat zal worden toegejuicht door onze aandeelhouders, onze kapitaalverschaffers die er uiteindelijk voor zorgen dat we kunnen doen wat we doen en die ik dus voorop stel.”

Of Boonstra een reprise in de zin heeft van de operatie-Centurion, waarmee zijn voorganger Timmer de bezem door de Augiasstal haalde die Philips begin jaren negentig was, valt nog te bezien.

Unie-bestuurder Verhoeven vreest dat een nieuw Centurion Philips nog eens 5.000 banen extra kan kosten. “Er wordt gesproken over snellere uitvoering van actieplannen, maar ik heb niet de illusie dat we alle plannen kennen.”

Philips bevestigde vanmorgen dat het op advies van McKinsey gaat ingrijpen bij Philips International en bij de concernstaf.

Die reorganisatie treft vooral het hoger opgeleide personeel. Banenverlies zal volgens het concern onvermijdelijk zijn. Philips komt morgenmiddag met nadere mededelingen.