Marokkaans en Turks kind vaker slachtofferverkeer

ROTTERDAM, 15 OKT. Turkse en Marokkaanse kinderen hebben drie keer meer kans slachtoffer te worden van een verkeersongeval dan Nederlands kinderen. Dit blijkt uit onderzoek van het Provinciaal Orgaan Verkeersveiligheid in Zuid-Holland (POV).

Jonge kinderen (tussen vier en zeven jaar) van Turkse en Marokkaanse afkomst raken vaker betrokken bij een verkeersongeval omdat hun ouders minder goed op hen letten, zo verklaart een woordvoerder van de Provincie Zuid-Holland. “In huis letten de ouders op de kinderen, op school moeten de leraren oppassen en uit school moet de maatschappij op hen letten. Dat loopt dus mis”, aldus de woordvoerder.

Uit het onderzoek is ook gebleken dat controle op de spelende jonge kinderen vaak aan hun oudere broertjes en zusjes wordt overgelaten. Deze gaan vervolgens spelen met hun leeftijdgenoten en letten niet meer op de kleine kinderen.

Het onderzoek, dat aanvankelijk alleen in Den Haag werd uitgevoerd, is later ook gehouden in de drie andere grote steden Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. “Het gaat vaak om wijken waar veel allochtonen wonen, met smalle straten, veel geparkeerde auto's en weinig beschermde speelmogelijkheden”, meent de woordvoerder van de Provincie Zuid-Holland. Het POV heeft geen onderzoek gedaan in andere, middelgrote steden in Nederland.

Het Provinciaal Orgaan Verkeersveiligheid wil de Turkse en Marokkaanse ouders meer op hun verantwoordelijkheid wijzen. Daartoe heeft de organisatie een videoband gemaakt die zal worden vertoond tijdens het volwassenonderwijs. Ook kunnen allochtone volwassenen een verkeerscurus volgen. Hierin wordt hen geleerd meer controle uit te oefenen op hun buiten spelende kinderen of, als dat niet mogelijk is, af te spreken dat bijvoorbeeld andere ouders op de kinderen letten. Het eerste lespakket zou vanmiddag worden aangeboden aan P. van Vollenhoven, voorzitter van de Raad van de Verkeersveiligheid.