Kussen

Vroegere vrienden - ik herinner me niet dat we elkaar kusten. Nee, zeker niet. Dat bleef bij een 'hoi' of 'dag' of 'daag' en op verjaardagen volstonden we met een handdruk. Eind jaren '60 was dat nog steeds zo.

Het moet begonnen zijn in het begin van de jaren '70. En wel opeens. Van de ene dag op de andere moest er worden gekust. Op elkaars wang, uiteraard, niet op de mond en vrij snel daarna op elkaars wangen - meervoud - en vervolgens, in de jaren '80, op elkaars wangen in drievoud. Rechts, links en dan nog weer's rechts. Wie dat bedacht heeft weet geen mens, maar ieder mens weet dat het zo moet.

Een gedoe. Maar: niet kussen terwijl je pal tegenover elkaar staat brengt aan uitleg nog veel meer gedoe met zich mee, dus wat mij betreft, makkelijk type als ik ben en conflicten mijdend: ik kus elke vrouw die dat van mij verwacht, drie keer, waarbij ik de aardige vrouw de derde kus in het midden, op haar neus geef - dan maar. Je maakt er wat van. Ik ben zeker niet tegen een betoon van hartelijkheid. In Zuid-Amerika, waar ik een aantal jaren heb gewoond, heb ik de 'abrazo' leren toepassen: de omhelzing met één arm, of het tikje met de rug van je hand tegen iemands beginnend buikje. Mannen onder elkaar, vrouwen kwamen daar niet aan te pas.

Terug in Nederland staakte ik het gebruik van de abrazo en werd het weer de stevige handgreep - of het nu je nieuwe chef was of je hartsvriendin. Heel hartelijk, ook in Nederland, is de dubbele handdruk, bijvoorbeeld na de uitvoering van een concert, maar op straat of thuis komt deze dankbetuiging toch weinig voor: er is blijkbaar onder ons geen sterke behoefte aan méér. Vanwaar dan die plaag van twee, drie kussen die al twintig jaar duurt?

Eigenlijk interesseert mij dit onderwerp geen zier. Ik kus. Maar laatst, op een grote bijeenkomst van vrienden - ik was al gezeten en had het groetkarwei grotendeels achter de rug - viel het me, zo de nieuwe begroetingen gadeslaand, op dat er door niemand gekust werd. Drie keer, jawel, maar drie klapzoenen in de lucht, zowel van manlijke als van vrouwlijke zijde. De man neemt het initiatief en 'kust'. Hij doet dat door, zwaaiend met zijn hoofd als een zieke kameel, 3 x in de lucht te smakken en de vrouw volgt hem daarin. Mak ondergaat zij het ritueel, dat zij begeleidt met lichte kusgeluidjes in onbestemde richting, 3 x. Terwijl ik al die jaren de volledige kus heb gegeven! Wat een primitieve, naïeve, misschien wel 'hebberige', 'hongerige' of 'dorstige', 'komt-thuis-tekort'-indruk moet ik hebben gemaakt! En bovendien, toen pas besefte ik: al die vrouwen die ik altijd drie keer heb gekust - hebben mij nooit teruggekust. Nooit geweten. Kun je zien, sprak in mij 's duivels advocaat, hoe zelfzuchtig, hoezeer als een macho je altijd optreedt: als je háár maar kussen kunt. Wat je terugkrijgt interesseert je niet. Kan zijn. 'k Zal mezelf 's nakijken.

Alle emancipatie ten spijt - vrouwen zijn toch erg passief in dit soort zaken. Om niet te hebberig enz. te lijken wil ik de laatste tijd namelijk wel 's het initiatief aan de vrouw laten. Daar maken maar weinig gebruik van, al heb ik begrip voor het specifiek vrouwelijke lippenstiftprobleem, voor haar angst dat ze de man zal 'bevuilen'. Maar ze kan toch wel aangeven dat ze gekust wil worden? Het wonderlijke is (en misschien is het een tip): als een vrouw de man haar wang aanbiedt, zal hij, ook al is hij van nature een luchtkusser, haar daar zeker kussen.

Tot slot. Er zijn gelukkig een paar vrouwen die mij kussen. Op de linkerwang, op de rechter en de derde kus op de neus, of op de mond. Een mond-op-mondkus. Dat is, in elkaars armen, een prettig gevoel, want daaruit blijkt een wederzijdse sympathie. Dus dan kus je elkaar een keer innig op de mond. Of twee keer. Of drie keer. In het openbaar. Waar iedereen bijstaat. En, voordat je elkaar loslaat, nog een lange, laatste keer. Dat mag. Kon vroeger niet.