KPN kan TNT via omweg kopen

ROTTERDAM, 15 OKT. Koninklijke PTT Nederland (KPN) is ingedekt tegen een mislukking van de overname van TNT. Bij een concurrerend bod op het Australische transportconcern kunnen KPN en zijn Zweedse partner Posten AB het 50-procents belang van TNT in het internationale distributiebedrijf GD Express kopen voor 385 miljoen gulden.

Volgens een woordvoerder van KPN is deze constructie niet speciaal in het leven geroepen om concurrerende bieders af te schrikken. PTT Post en Posten AB hebben sinds 1992 een indirect belang in GD Express van respectievelijk 27 en 23 procent. In de overeenkomst die daartoe is gesloten staat een clausule die de overige partners een kooprecht geeft op aandelen GD Express als de zeggenschap in deze gezamenlijke onderneming substantieel verandert.

De prijs waarvoor Posten AB en KPN het 50-procents belang in TNT mogen overnemen wordt volgens de woorvoerder van tijd tot tijd veranderd. Deze is recentelijk vastgesteld op 385 miljoen gulden. De onzekerheid over het slagen van het bod van KPN op TNT is in de afgelopen dagen toegenomen. Grote aandeelhouders van TNT tonen aarzelingen bij de verkoop van hun belang voor de 2,45 Australische dollar per aandeel die KPN biedt. Philips & Drew Fund Management, verklaarde gisteren geen haast te maken bij de verkoop van zijn belang van 11,5 procent in TNT.

Het wacht af of een rivaal van KPN met een bod komt. Eerder zei TNT's grootste aandeelhouder, Bankers Trust, (belang onlangs verhoogd van 16,9 naar 19,9 procent) het bod van KPN aan de lage kant te vinden.

KPN maakte vanmorgen bekend dat het belang in TNT gisteren is opgevoerd van 9,9 tot 14,9 procent. Topman W. Dik van KPN benadrukte gisteren bij een presentatie in Den Bosch dat het bod van KPN op TNT gehandhaafd zal blijven. Dwarsliggende aandeelhouders spelen volgens Dik een spelletje. “Wie het eerst met de ogen knippert, is de lul,” tekende het persbureau ANP op uit de mond van Dik. De Europese Commissie maakte vanmorgen bekend dat wordt onderzocht of de overname van TNT past binnen de mededingingswetgeving van de Europese Unie.