Fugees beschouwen zich als vluchtelingen in de Amerikaanse samenleving; 'Muziek geeft ons gevoel van eigenwaarde'

Fugees: The Score (Columbia 483549-2). Concert 15/10 Ahoy, Rotterdam.

De hiphop-groep Fugees treedt vanavond op in Rotterdam. 'We zijn welbespraakt, welgemanierd en hebben onze school afgemaakt.'

Vertegenwoordigen ze de toekomst van de hiphop, of is hun succes een tijdelijke bevlieging? Met die vraag plaatste het Amerikaanse tijdschrift voor zwarte muziek Vibe een kanttekening bij de schijnbaar onstuitbare opmars van de Fugees, die met Killing Me Softly dè zomerhit van 1996 op hun naam schreven. Van het bijbehorende album The Score werden wereldwijd al bijna tien miljoen exemplaren verkocht. Ook de nummers Fu-gee-la en Ready or not werden hits en met een coverversie van Bob Marley's No woman, no cry liet de groep van zangeres Lauryn Hill, rapper Pras Michel en gitarist/zanger Wyclef Jean horen dat ze even goed thuis zijn in de reggae als in hiphop, funk en soul.

Veelzijdigheid is hun grootste kracht, vindt muzikaal leider Wyclef. Op het podium schrikt hij er niet voor terug om zijn gitaar als een hedendaagse Jimi Hendrix met de tanden te bespelen. Een ander sterk punt is dat de Fugees bij optredens niet terugvallen op de in de hiphop gebruikelijke begeleidingstapes, maar dat live wordt gespeeld. De kritiek dat ze al te zeer afhankelijk zouden zijn van coverversies als het van Roberta Flack 'geleende' Killing me softly uit 1972, wijst Wyclef van de hand. “We wensen ons niet tot één stijl te beperken. De verbindende factor is de hiphop-beat. Onze versie van Killing me softly was nooit zo'n succes geworden als er geen eigentijds gevoel uit zou spreken.”

Hiphop is van de straat, benadrukt Wyclef. Ook van Killing me softly hadden ze een 'street version' gemaakt, met een eigen tekst die minder berustend en vredelievend uitpakte dan het origineel. De oorspronkelijke tekstschrijvers van de oude soulhit maakten echter bezwaar. Daarom konden ze alleen op de albumversie een stukje van de aangepaste tekst laten horen. Met gangster rap heeft Wyclef het niet zo hoog op, hoewel hij van nabij weet hoe moeilijk het is om in het getto een eerzaam bestaan op te bouwen. Zelf scharrelde hij een inkomen bij elkaar als muzikant in funkbands, maar “vrienden die de universiteit afmaakten konden geen andere baan vinden dan hamburgerbakker bij McDonalds.”

Geschiedenisstudente Lauryn Hill had meer geluk. Als tieneractrice werd ze ontdekt door de makers van de soap-televisieserie Days of our lives en in de speelfilm Sister Act II speelde ze een hoofdrol naast Whoopi Goldberg. De wortels van de Fugees bevinden zich niet alleen in East Orange, New Jersey waar Pras en Lauryn elkaar op de highschool leerden kennen, maar vooral op Haïti. Pras is een kind van Haïtiaanse immigranten en Wyclef werd op het eiland geboren. “We beschouwen onszelf als refugees, vluchtelingen in de Amerikaanse samenleving. De naam Fugees is daar een afgeleide van. Wij nemen het op voor de verschoppelingen van deze aarde, omdat we weten hoe het is om in angst te leven om teruggestuurd te worden naar het land waaruit je gevlucht bent. Omdat ik in het getto ben opgegroeid, weet ik waar Bob Marley het over heeft als hij zingt over de armoedige omstandigheden in het government yard. Muziek geeft ons het gevoel van eigenwaarde terug.”

Hoewel hij de omvang van het succes nog niet ten volle kan bevatten, heeft Wyclef een mogelijke verklaring. “Wij spreken de taal van de straat, maar niet in de heftige bewoordingen van de meeste rapmuziek. Wij zijn welbespraakt, welgemanierd en we hebben onze schoolopleiding afgemaakt. Dat is iets wat het blanke poppubliek niet van de doorsnee-rapper gewend is. Zwarte cultuur wordt buiten het getto vaak als intimiderend ervaren. Onze muziek klinkt op het eerste gehoor vriendelijk en idealistisch. Onze boodschap ligt er niet dik bovenop, maar uiteindelijk bereiken we meer mensen dan een gewelddadige gangsterrapgroep die alleen voor eigen parochie staat te schreeuwen.”

Wyclef is niet bang dat de harde kern van het hiphop-publiek niets meer van de Fugees wil weten. “Mensen die ons kenden van ons eerdere album Blunted on Reality dat dichter bij de hardcore van de hiphop stond, moeten wennen aan het feit dat we zo'n zachtmoedige Roberta Flack-hit uit de jaren zeventig hebben opgepakt of een sample van de The Delfonics gebruiken in Ready or not. Er is geen wezenlijk verschil tussen soulmuziek van toen en hiphop van nu. De beste muziek komt altijd voort uit vrije expressie van de ziel. Samples behoren tot de middelen die ons ter beschikking staan om onze gevoelens te uiten. Ik heb een bibliotheek van mooie muziek uit het verleden in mijn hoofd, dus waarom zou ik daar geen gebruik van maken? Zolang de technologie maar geen excuus wordt om de machines al het werk te laten doen. Daarom staan wij met echte instrumenten op het podium. Voor mij is dat een garantie dat elk optreden een uiting van emotie blijft. Vooral als ik met mijn tanden speel, natuurlijk.”