Dow-Jones passeert na 100 jaar de 6.000-grens

NEW YORK, 15 OKT. Het Dow-Jonesgemiddelde sloot gisteren voor het eerst boven de 6.000-grens. De belangrijkste graadmeter voor de industriële activiteit heeft daar precies een eeuw over gedaan.

Opnieuw stuwde het nieuws van de dag de Dow omhoog. Vorige week nam de Dow al even een kijkje boven de 6.000 maar zakte in de dagen erna weer tientallen punten. Nu de inflatiecijfers van eind vorige week geruststellend zijn en de eerste bedrijfsresultaten over het derde kwartaal enorm meevallen, schieten de koersen omhoog. Door goede cijfers van Chrysler, Pfizer en optimistische verwachtingen voor Intel was de stemming vanaf gisterochtend direct positief. De oliefondsen, Eastman Kodak en Caterpillar profiteerden ook van goed nieuws. Het Dow-Jonesgemiddelde steeg gisteren 40,62 en sloot op precies 6010,00.

Tussen de stijging van vijf- naar zesduizend punten zat overigens maar elf maanden. Een eind aan de huidige stijging lijkt nog niet in zicht. De Dow deed er tachtig jaar over om zijn eerste duizend punten te verschalken en bereikte dat niveau in maart 1976. Twintig jaar later is het al zes keer zo veel. Hoewel de euforie bij beleggers overheerst zijn oudere beursgoeroes bezorgd over deze astronomische stijging.

“Er is een enorme bubble op de beurs ontstaan”, aldus Henry Kaufman (69), voorheen werkzaam bij Salomon Brothers en een van de belangrijkste beursgoeroes uit de jaren tachtig. Kaufman werkte bij Salomon Brothers toen de Dow door de 1.000-grens ging maar vertrok in het voorjaar van 1987, precies in dezelfde maand dat de Dow de 2.000 passeerde. Kaufman is behoorlijk bezorgd en vindt dat de stijging van aandelenkoersen in geen verhouding staat tot de mate van economische groei. “De economie doet het redelijk goed maar de financiële markten zijn geëxplodeerd. In Europa zie je hetzelfde. We breken overal records.”

Volgens Kaufman is er een groeiend risico voor de markten en voor de economie. De bezittingen in effecten die op de balans staan van bedrijven en huishoudens kunnen in geval van een crash plotseling in waarde dalen. Als er veel geld is geleend met die effecten als onderpand ontstaat er van de ene op de andere dag een enorme crisis. “Het probleem is dat er geen historische analogie is voor een situatie als deze”, zegt Kaufman. “We weten niet hoe financiële bezittingen zich daarna zullen stabiliseren.”

De enige oplossing die Kaufman ziet is dat de centrale bank zich voorbereidt op de situatie. Het beleid van lage inflatie is een van de factoren die de koersen opdrijven. Iedereen brengt zijn geld naar de beleggingsfondsen en verwacht een gouden oude dag. Wat gebeurt er als de koersen drastisch dalen? Zullen particulieren hun bestedingen zodanig beperken dat de economie niet meer groeit?

Kaufman maakt zijn bijnaam Doctor Gloom beslist waar. Tweederde van de Amerikaanse economie is afhankelijk van consumentenbestedingen, zo betoogt hij, en als daar de rem op wordt gezet, wordt de groei snel aangetast. Kaufman denkt dat er, om het probleem van oververhitting structureel aan te pakken, internationale oplossingen moeten komen. Kaufman: “Markten zijn internationaal en er moet voor toezicht en controle op de markten ook een internationale autoriteit komen.”