Deze klas lacht te makkelijk

De dertienjarige Humphrey uit Ghana, met zijn ene loenzende oog, à la Sartre, zijn gangsterbril met de donkere glazen, zijn k's voor g's, zijn verbastering van mijn naam ('Wakt even meneer Beeksman'), met dat al is deze Humphrey een grappig kereltje. Zodra hij de beurt krijgt, beginnen de leerlingen te lachen, een soort voorpret, want ze weten nu al dat wat hij gaat zeggen, of doen, grappig zal zijn.

Een nieuwe klas, een nieuw begin - in zekere zin, want de leerlingen van deze vervolgschakelklas (VSKl) zijn hier al een jaar, een half jaar, een paar maanden. Suleiman uit Pakistan, links vooraan, is vorig jaar pas laat gekomen en heeft alleen de basiscursus Nederlands achter de rug. Naoual en Gabi, uit Marokko en Hongarije, hebben al een heel schooljaar doorlopen. Humphrey zit hier nu een half jaar.

Maar de klas, als unieke eenheid, is dit jaar nieuw en dat brengt onzekerheid met zich mee. Ik ken de meeste leerlingen niet, zij kennen mij niet en de meeste leerlingen kennen elkaar niet en dus laat ik ze, deze dertienjarigen, een van de eerste lessen maar eens op het bord tekenen waar ze vandaan komen - werelddeel, land, stad - en laat ik ze vertellen hoe het leven daar was, in dat land, in die stad. Humphrey weet Afrika wel te tekenen, en Ghana daarin ook - en terwijl hij zo bezig is en hij antwoord geeft op mijn vragen, wat kortaf, alsof het allemaal even vanzelfsprekend is, barst de klas weer enkele keren in lachen uit. Humphrey zelf glimlacht dan ook - als Tommy Cooper die zijn pose van onnozelheid niet langer kan volhouden - en ook ik kan niet ontkennen dat iets aan deze jongen op de lachspieren werkt. Veel hoeft hij er niet voor te doen, het zit 'm in zijn houding, zijn blik, zijn stem, en hij weet het.

Het zo makkelijke, gretige lachen van deze nieuwe klas - helemaal geruststellend is het niet. Het verraadt dat de leerlingen hier, in Nederland en op deze school, gewend zijn, het verraadt tegelijkertijd een zekere opgewonden onzekerheid - maar het verraadt meer. Het verraadt dat een aantal van hen, zij die het eerst en het hardst lachen, vorig jaar in zo'n gemakkelijk lachende klas gezeten hebben. Het lijkt erop dat vooral Naoual en Gabi diezelfde sfeer nu hier, in VSKl, willen scheppen.

Die gemakkelijk lachende klas was S6, schakelklas 6, met Naoual en Gabi daarin, een klas waarin telkens weer nieuwe leerlingen geplaatst werden en die daardoor wat rommelig was; maar door de goedmoedige sfeer die er heerste, voelden de nieuwelingen zich er bijna ogenblikkelijk thuis. Mij staat, als ik aan S6 terugdenk, vooral de half Russische, half Koerdische Jalal voor ogen, als exponent van die klas, een jongen die goed in de gaten had wanneer het grappig was wat iemand zei of deed (om welke reden dan ook) en dan begon te lachen - maar nooit op een vervelende manier, want Jalal had een groot hart. Toen ik in S6 het woord 'bochel' uitlegde, en voordeed hoe een bultenaar liep - Clouseau in Quasimodo-vermomming, krom, als ineengedoken, met een slepend rechterbeen en een op het ritme van zijn hinken meezwaaiende rechterarm - en daarna vertelde dat mijn oudste broer zo'n bochel had, toen zag ik op het gezicht van Jalal, die eerst nog gelachen had, een trek van medelijden verschijnen. Het werd stil in de klas en Jalal stelde, hartverwarmend, een vraag die ik nooit zal vergeten: “Heeft hij wel een autootje meneer?”

Er zaten nog wat van die leerlingen in S6, Temesgen uit Ethiopië, de kleine Ranasingh uit India, leerlingen die maat wisten te houden, die wel graag lachten maar nooit iemand uitlachten en die zich, net als Jalal, lieten geruststellen door het feit dat mijn oudste broer niet alleen een autootje had, maar zelfs twee, en er, omdat hij tandarts was, nog wel twee zou kunnen kopen. Bovendien, zei ik, was hij getrouwd met een mooie vrouw die veel van hem hield. Toen pas, zo leek het wel, voelden ze zich niet meer schuldig omdat ze zo gelachen hadden om die bochel.

Ik begrijp wel dat Naoual en Gabi deze sfeer, waarin altijd ruimte was voor grappenmakerij, graag zouden overhevelen naar de nieuwe klas, waarin zij nu zitten. Maar de ene klas is de andere niet en die sfeer was typisch voor S6.

Als, na Humphrey, Suleiman naar het bord komt, tekent deze niets. Hij blijft daar maar staan, het krijtje in de hand, op een paar centimeter afstand van het bord denkbeeldige lijnen trekkend, als een tekenaar bezig aan een schets - alleen, de definitieve lijn, of alleen maar 'n lijn, komt er niet. Suleiman durft niet, en zelfs als ik de kleine Ranasingh eerst India laat tekenen, waaraan Suleiman toch vrij eenvoudig Pakistan zou kunnen plakken, komt er nog niets. Als ik dan Pakistan uiteindelijk maar zelf teken, en Suleiman vraag aan te geven waar de stad waar hij woonde zo ongeveer ligt, ook dan: veel geaarzel, met dat krijtje vlakbij het bord, maar niets definitiefs. Vooral door Gabi en Naoual wordt hierom, merk ik, te hard gelachen. De timide Suleiman lacht schaapachtig mee.

S6 wist, zoals gezegd, maat te houden, maar Gabi en Naoual, geïsoleerd van die klas, en in hun gretigheid het net zo leuk te maken, weten dat niet. Voor Suleiman is dat kwetsend en voor Humphrey gevaarlijk: hij die zo goed aanvoelt dat hij grappig is, zou zich, in de onzekerheid van het begin, op zoek naar het snelle succes, wel eens als clown kunnen ontpoppen, en dat lot, dat zo zoet lijkt maar snel zuur wordt, wil ik hem besparen. Om de onzekere Suleiman te beschermen en te voorkomen dat Humphrey een karikatuur van zichzelf wordt, moeten vooral Naoual en Gabi kort gehouden worden. Dat betekent: niet ingaan op zo'n opmerking van Gabi, als zij de klas binnenkomt en direct roept dat 'meneer J. zegt dat alle mensen hebben een staart', hoe verleidelijk ik het ook vind om via de leerlingen met meneer J., de knappe biologieleraar, een dialoog te beginnen - iets dat Gabi zich nog goed herinnert van vorig jaar. Streng zijn is het parool (“Ja Gabi, maar nu snel gaan zitten en je boeken pakken.”) want werken is de enige remedie. Een paar weken lang sober aan de slag, tot iedereen zijn plaats gevonden heeft en de onzekerheid van het nieuwe begin verdwenen is. Pas dan kan deze klas haar eigen sfeer gaan krijgen - en dat het er dan een wordt van geregelde grappenmakerij, daar heb ik alle vertrouwen in, want daar lijkt ook VSKl toe voorbestemd.