Deel vloot Smit Internationale naar bedrijf VS

ROTTERDAM, 15 OKT. Bergings-, offshore- en sleepvaartbedrijf Smit Internationale verkoopt al zijn schepen voor bevoorrading van de offshore-industrie aan Seacor Holdings uit New York.

Smit ontvangt voor de vloot - 49 schepen, waarvan 26 in eigendom (Smit-Lloyd) en 23 in joint ventures - 140 miljoen dollar, circa 240 miljoen gulden. Die opbrengst kan nog met maximaal 50 miljoen dollar stijgen. Smit krijgt namelijk een bonus als het bedrijf met de vloot, waarvan voorlopig het management bij Smit Rotterdam en Smit Singapore blijft, goede financile resultaten weet te behalen. De boekwinst op de verkochte schepen beloopt naar schatting 75 miljoen gulden.

Smit zal de opbrengst gebruiken voor uitbreiding van de kernactiviteiten berging, maritieme aannemerij en havensleepvaart. Het bedrijf denkt daarbij vooral aan expansie in het Verre Oosten en in Zuid-Amerika.

Volgens directievoorzitter M. Busker versterkt de transactie, die hij gisteren bekendmaakte, Smits positie in de bergingsindustrie en de maritieme aannemerij omdat het Nederlandse bedrijf door een samenwerking met Seacor de beschikking krijgt over in totaal 310 schepen. Een groot voordeel daarbij is dat Smit toegang krijgt tot de Noord-Amerikaanse markt en de snelgroeiende activiteiten in de Golf van Mexico. Tot nu toe is die markt op grond van de Jones Act voorbehouden aan Amerikaanse bedrijven.

De komende drie jaar behoudt Smit Internationale het management van de vloot op de Noordzee en in het Verre Oosten. De schepen op de Noordzee blijven onder Nederlandse vlag varen. In de dagelijkse praktijk zal er volgens Smit voor de werknemers van supply-vaart aan boord en op de wal niets veranderen.

Smit heeft besloten de bevoorradingsvaart voor eigen rekening te stoppen wegens de tamelijk verouderde vloot, het bij het huidige kostenpeil te lage rendement en de geleidelijk aan te klein geworden positie op een markt waar vooral de laatste tijd een enorme concentratiegolf woedt. Om de vloot te verjongen zou Smit volgens de directie 300 tot 400 miljoen hebben moeten investeren. “Wij konden in het geweld niet meer meekomen en liepen het risico terug te vallen tot een regionale operator”, zei Smit-directeur Kienhuis gisteren. “Op termijn zullen slechts enkele grote spelers overblijven. Zonder lange-termijncontracten was nieuwbouw van supply-boten een te groot risico. Wij waren bang in een neerwaartse spiraal terecht te komen en vreesden verlies van naam en reputatie.”

Seacor is in de bevoorradingsvaart en ondersteuning van olie- en gasoperaties op zee nummer twee op de ranglijst.

Nummer een is het eveneens Amerikaanse Tidewater met een aanzienlijk grotere vloot. Seacor is vooral actief in de Golf van Mexico, Mexico, de Noordzee en West-Afrika. De onderneming (1500 mensen) boekte vorig jaar een winst van 10,2 miljoen dollar op een omzet van 106 miljoen dollar.

De betaling voor de vloot ontvangt Smit voor een deel in contanten (84 miljoen dollar) en voor een deel in aandelen en converteerbare obligaties Seacor Holdings. Smit wordt daardoor in een klap met een belang van 7 à 8 procent een van de grootste aandeelhouders van Seacor en verkrijgt daarmee recht op een zetel in de board van het Amerikaanse bedrijf dat volgens analisten in de VS, mede door een aantal recente acquisities, uitstekende winstvooruitzichten heeft.