De minister kan soms zonder draagvlak

De ministers van het kabinet-Kok verdedigen hun begroting in de Tweede Kamer. Het kabinet is halverwege de rit; tijd voor een tussenbalans. Vandaag: VVD-minister J.J. van Aartsen (Landbouw, Natuurbeheer en Visserij).

DEN HAAG, 15 OKT. Zelden heeft een minister zijn omgeving zo verrast. De boerenstand had grote aarzelingen over deze niet-boer, maar de minister 'waar geen mestlucht omheen hangt' heeft de touwtjes strak in handen. Hij maakte een streng mestbeleid, hield de gekke-koeien buiten de deur en zet inmiddels de aanval in op de natuurbeschermers. Van Aartsen is niet wars van harde maatregelen.

G. Doornbos, voorzitter van de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO), zag destijds in de voormalig secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken een vleesgeworden ambtenaar. Met andere woorden: iemand die altijd beleid heeft uitgevoerd en nooit beleid heeft gemaakt.

VVD-minister Van Aartsen heeft die gedachte snel gelogenstraft. Hij zet op het departement zelf de lijnen uit. Zijn methode is: veel dossiers lezen, overleg voeren met zoveel mogelijk partijen en daarna een duidelijke keuze maken. Op bijeenkomsten, manifestaties en congressen legt hij vervolgens geduldig uit waar het op staat. Politiek stuit Van Aartsen op weinig hobbels. Het is wel de vraag of er in agrarisch Nederland genoeg draagvlak bestaat voor zijn beleid.

De liberaal is er bij de boeren de laatste twee jaar niet populairder op geworden. De man die in een keurig pak en met deftige woorden zijn sector toespreekt blijft voor hen een outsider. Zijn beleid valt bij de boeren niet in goede aarde, maar onder agrariërs begint langzaam door te dringen dat de bestuurder Van Aartsen eenmaal ingeslagen wegen niet gemakkelijk verlaat. “Als de boer ophoudt met klagen, is daar het einde der dagen”, luidt de stelregel van de minister.

Drie jaar geleden waren begrippen als melkquota, bergboeren en ammoniakbeleid voor de 48-jarige Van Aartsen tamelijk onbekend toen hij door VVD-leider Bolkestein, nadat de VVD-ers Varekamp en Winsemius hadden geweigerd, gevraagd werd om minister van LNV te worden. Kort nadat Van Aartsen op 22 augustus 1994 op de paleistrap met zijn collega's poseerde voor de groepsfoto van het paarse kabinet sprak hij al direct ferme taal. Innovatie, marktgerichtheid, dynamiek en vernieuwing moesten de sleutelwoorden van zijn beleid gaan vormen. “Het beleid van pappen en nathouden is over. Geen compromissen zoeken om het compromis”, kondigde hij aan.

Hij voerde maandenlang besprekingen om met zijn collega De Boer (Milieu) tot een compromis te komen voor een nieuw mestbeleid dat in 1998 'echt' moet gaan aanvangen. De plannen werden vorig jaar oktober uiteindelijk gepresenteerd. De kritiek was niet van de lucht. Maar dat deerde Van Aartsen niet. In een interview met het Agrarisch Dagblad kwam helder naar voren wat hij in 1994 met zijn eerste begroting van plan was. Van Aartsen ligt er niet wakker van als er in de sector geen draagvlak is voor 'echte' maatregelen om het mestprobleem op te lossen.

De notitie mest- en ammoniakbeleid zorgde voor een heftig boerenverzet dat nog steeds niet ten einde is. Mestdossiers werden gestolen, boeren zetten het land op zijn kop met hun demonstraties, een boycot-actie werd op touw gezet. De Tweede Kamer ging echter zonder veel verzet akkoord met de plannen van de VVD-minister.

Van Aartsen gaat als minister het overleg met de boeren allerminst uit de weg. Waar zijn voorgangers doorgaans uitsluitend zaken deden met de overkoepelende organisaties gaat van Aartsen zijn eigen weg. Hij praat met LTO Nederland, maar ook met organisaties als het Kritisch Landbouwberaad en de akkerbouwbond. Zelfs varkensboer en actie-leider W. van den Brink vond een luisterend oor bij de minister.

Het neemt niet weg dat veel Nederlandse boeren Van Aartsen zien als een boeman. Aan de ene kant moeten ze goedkopere produkten gaan leveren om tot ver in de volgende eeuw de concurrentie met de wereldmarkt aan te kunnen, maar aan de andere kant moeten ze blijvend investeren om aan de milieu-eisen te voldoen. Van Aartsen vindt dan ook dat boeren zich volledig moeten richten op innovatie en vernieuwing. Een kleiner, maar sterk boerenbestand zal de Nederlandse faam als landbouwland hoog moeten houden, verwacht hij.

Op nationaal niveau maakt Van Aartsen in klare taal duidelijk waar het om draait. Degenen die het tempo in de toekomst niet bij kunnen benen zullen op den duur afhaken. Via herstructureringsplannen moet de ergste pijn worden verzacht.

Van Aartsen verdedigt als landbouwminister regelmatig de Nederlandse zaak in Brussel. Ook daar is hij bereid harde stellingen in te nemen. Nederland was het eerste land dat tot de massale vernietiging overging van de Britse kalveren die mogelijk leden aan de gekke-koeienziekte (BSE). Van Aartsen zei het besluit om “volksgezondheidsredenen” te hebben genomen, maar het was bovendien gunstig om aan de niet-Europese landen te laten zien dat Nederland geen enkele maatregel uit de weg ging. Er heeft immers nog nooit een gekke koe in Nederland geloeid.

Vandaag begint Van Aartsen aan de verdediging van zijn derde begroting. Dit jaar zal hij de strijd aanbinden met de natuurbeschermingsorganisaties. Volgens de minister is voor boeren een rol weggelegd in het natuurbeheer. Ze moeten derhalve meer zeggenschap krijgen bij het beheer van groen. Natuurorganisaties als Staatsbosbeheer zullen een deel van hun agrarische cultuurgrond moeten gaan afstaan. De organisaties zien er niets in. Van Aartsen zal ook hier zijn plannen trachten door te zetten, want zoals eerder gezegd: draagvlak creëren heeft niet zijn eerste prioriteit. Daar is een troubleshooter niet voor.