D66'er Bakker: Dit is dure, oneigenlijke concurrentie; Verzet tegen Melkertbanen

DEN HAAG, 15 OKT. D66-Kamerlid B. Bakker is een kruistocht begonnen tegen de Melkertbanen en tegen wat hij noemt de “collectivisering van de onderkant van de arbeidsmarkt”. Hij verzamelt voorbeelden van oneigenlijke concurrentie, waarbij Melkertbanen echte banen uit de markt drukken.

Zo kreeg hij een brief waarin een beveiligingsbedrijf wordt aangeklaagd dat sloten laat monteren in rijke woonbuurten. De sloten moeten worden betaald, de arbeidskosten niet. Die neemt Melkert voor zijn rekening. Een fabrikant van damesslipjes in Rotterdam wil met hulp van Melkert de concurrentie tegen goedkope textiel uit Tunesië aangaan. “Het lijkt wel alsof die Melkertbanen niets kosten, maar ze leggen een groot beslag op de collectieve middelen”, zegt Bakker. In 1998 zijn er volgens het D66-Kamerlid zo'n 200.000 personen gesubsidieerd aan het werk. Daarmee is zo'n 6,5 miljard gulden gemeenschapsgeld gemoeid.

“Er zitten nogal wat risico's aan al die Melkert- en andere gesubsidieerde banen”, zegt Bakker. “Zo laten gemeenten steeds meer normale taken verrichten door Melkert-werknemers. Zij gaan daarbij veel verder dan ooit de bedoeling is geweest. Ze overschrijden de snelheidslimiet. Ook worden particuliere banen verdrongen door Melkertbanen. Of het voor de betreffende werknemers allemaal wel zo goed is, vraag ik me ook af. Zij lopen het risico te blijven rondtollen in de Melkert-circuits. Het is toch belachelijk dat een beveiligingsbedrijf in rijke buurten aanbiedt om de sloten te vervangen en zegt: 'U hoeft alleen de sloten te betalen, de werkloze krijgt u er gratis bij'. Dat is de wereld op zijn kop. Die Melkertbanen kunnen nooit de maat voor alle andere banen zijn, maar daar begint het wel op te lijken.”

Bakker verzet zich ook tegen het pleidooi van zijn PvdA-collega Karin Adelmund voor een Participatiewet. “Mensen die buiten het arbeidsproces staan krijgen, als het aan de PvdA ligt, het recht op maatschappelijk zinvol werk. Dat betekent: nóg meer Melkertbanen”.

De PvdA ontwikkelt zich volgens Bakker hoe langer hoe meer tot een “Partij van de Additionele arbeid”. Bakker: “Zo van: trek maar een blik ambtenaren open, die regelen wel dat mensen aan het werk komen.” Al die aandacht voor Melkertbanen vindt Bakker des te schrijnender naarmate de prijs van de arbeid door de PvdA niet ter discussie wordt gesteld. Bakker doelt op het wetsvoorstel waarin dispensatie voor de Wet Minimumloon wordt geregeld. “Daar zijn we nu al vijf maanden met Melkert over in gesprek”, zegt Bakker. “Melkert vindt niet dat kostwinners gedwongen moeten kunnen worden om werk te aanvaarden waarvan de beloning lager is dan de uitkering die ze op dat moment hebben. De VVD, D66 en het CDA vinden dat deze mogelijkheid wel moet worden gecreëerd.

“Melkert wil mensen onder omstandigheden verplichten om vrijwilligerswerk te doen. Maar betaling onder het minimumloon mogen we van hem niet afdwingen omdat dit in zou gaan tegen de geldende richtlijn passende arbeid. Als ik dat hoor vallen de oren van mijn kop. Dan passen we die richtlijn maar aan!”.

Volgens Bakker wil Melkert met al zijn banenplannen vooral de wethouders van gemeenten behagen. “Zij kunnen met die plannen scoren. Maar intussen blijft de arbeidsmarkt op slot omdat er aan de onderkant te weinig mogelijkheden zijn om voor een lager loon te werken dan het minimumloon”, zegt Bakker.

De D66'er wil die “onderkant” opengooien. “Wij moeten mensen meer ruimte geven voor selfemployment. Zij zijn creatiever in het vinden van banen dan ambtenaren. Maar dan moet er wel wat gedaan worden aan de loonkosten aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Nu is het nog zo, dat als je een tuinman 80 gulden per uur betaalt voor het verzorgen van je tuin, dat hij daar zelf maar drie of vier tientjes aan overhoudt. Zelf moet je per uur 200 gulden verdienen om zo'n tuinman te kunnen betalen. De lasten moeten voor dit soort persoonlijke dienstverlening omlaag. Dat kan door volgend jaar als voorzitter van de Europese Unie te pleiten voor een lager BTW-tarief voor deze diensten, door sociale lasten fiscaal aftrekbaar te maken of werkgevers vrij te stellen van die lasten.”