Belangen verdachte en publiek botsen

“De onpartijdigheid van de rechter is een fundamentele regel van de rechterlijke inrichting.” Dat zegt het Belgische Hof van Cassatie bij de motivering van de beslissing onderzoeksrechter Connerotte van de zaak-Dutroux af te halen. Het belang van dit uitgangspunt voor een eerlijk proces wordt kracht bijgezet door het Europees verdrag voor de mensenrechten.

De mogelijkheid van een klacht op grond van dit verdrag bij het in Straatsburg gevestigde Hof voor de mensenrechten kan zijn effect moeilijk hebben gemist.

In zijn beslissing vermeldt het Belgische Hof van Cassatie het Europese verdrag overigens niet met zoveel woorden. Het houdt het bij artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek over de wraking van rechters. Een van de gronden is dat een rechter zich door een der partijen op haar kosten laat ontvangen of van haar een geschenk aanneemt. De veelbesproken spaghetti-maaltijd was georganiseerd door een organisatie die door Connerotte was toegelaten als burgerlijke partij in de strafzaak tegen Dutroux.

Deze laatste omstandigheid maakt het Connerotte volgens het Hof onmogelijk de zaak verder te behandelen “zonder bij de andere partijen, meer bepaald de verdachte, en bij derden verdenking te wekken”. Volgens het Europese hof voor de mensenrechten wordt de onpartijdigheid van de rechter verondersteld aanwezig te zijn, totdat het tegendeel blijkt.

Naast het persoonlijk gedrag van de rechter kan “zelfs de schijn een zekere betekenis hebben”, voegde het Europese hof daar in 1982 aan toe. Het waarschuwde bij die gelegenheid echter ook dat het standpunt van de verdachte - waar het Belgische Hof zo nadrukkelijk naar verwijst - “belangrijk is maar niet doorslaggevend”

Indien er sprake is van stemmingmakerij tegen een verdachte is dat volgens de Straatsburgse rechtspraak een reden de zaak te verwijzen naar een ander district. Daarom hadden de advocaten van Dutroux ook gevraagd. Dit weigerde het Hof van Cassatie echter gezien het gevaar van vertraging in het onderzoek en vanwege de hoeveelheid mensen en middelen die in Neufchâteau al zijn ingezet.

De uitspraak van het Hof van cassatie is betiteld als een “typisch Belgisch compromis”. Vis noch vlees dus. Het Europese Hof in Straatsburg zit er ook mee, getuige het vonnis van 1982: “Wat in deze gevallen op het spel staat is het vertrouwen dat de gerechten in een democratische samenleving moeten inboezemen in het publiek en bovenal in de verdachte.” Dat deze dubbele taakstelling innerlijk kan botsen, blijkt wel uit de zaak-Dutroux.