Alleen jongste schaker ontsnapt aan remisevirus

TILBURG, 15 OKT. Slechts één speler toonde zich in de vierde ronde van het Fontys schaaktoernooi niet ontvankelijk voor het hardnekkige remisevirus dat de ene partij na de andere tot een onontkoombare puntendeling veroordeelde. Of er nu tam werd geschoven of wild werd gehakt, remise zou het worden en remise werd het.

Met die ene uitzondering dan. Uitgerekend Peter Leko, de jongste, maar ook veruit de meest vreedzame deelnemer, deed zichzelf een bijzonder genoegen met een overwinning op zijn landgenote Judit Polgar.

Het ongeloof over Leko's winstpartij was groot. Zo groot zelfs dat niemand twijfelde aan het praatje dat de 17-jarige Hongaar zijn punt voor een goed deel te danken had aan de vechtlust van zijn landgenote, die vroeg in de partij een remise-aanbod had afgeslagen. Een vermoeide Polgar hielp dat gerucht na de partij snel de wereld uit. Tot haar stomme verbazing was het juist Leko geweest die op de zestiende zet haar voorstel om er mee op te houden van de hand had gewezen.

Leko's reputatie van calculerende remiseschuiver komt niet uit de lucht vallen. Jarenlang werkte het Hongaarse talent slechts aan één doel. Hij wilde de jongste grootmeester aller tijden worden. Als dat tegen sterkere tegenstanders het totale afbraakschaak betekende dan moest dat maar. Vijf maanden na zijn veertiende verjaardag was het zover. In Wijk aan Zee behaalde Leko zijn laatste grootmeesterresultaat en brak daarmee ruimschoots het oude record van Judit Polgar.

Die wisseling van de wacht leidde aanvankelijk tot een verbeten rivaliteit. Met name Leko liet geen kans voorbijgaan om te benadrukken dat zijn grootmeestertitel zonder al te veel studie tot stand was gekomen. Hij had een evenwichtige opvoeding genoten en was niet, zoals de zusjes Polgar, 's ochtends wakker geworden met een reeks schaakopgaven boven zijn bed. Die concurrentiestrijd is de laatste tijd sterk gesleten. Op de Olympiade in Jerevan keek niemand er meer van op dat de twee voormalige wonderkinderen zich collegiaal en in opperbeste verstandhouding inzetten voor het Hongaarse team.

Wat bleef was Leko's uiterst voorzichtige stijl. Verbijsterd staarden zijn collega's naar de veelbelovende stelling waarin hij in de derde ronde tegen Gelfand remise gaf. “Hoe goed moet hij staan om wel door te spelen”, werd er smalend gevraagd. Leko zelf wilde daar een dag later best antwoord op geven. Ook hij had 's avonds weinig begrip gehad voor zijn impulsieve actie toen hij eenmaal had gezien dat de variant waar hij bang voor was geweest geheel onschuldig was. Dat hij nog steeds als remiseschuiver werd gezien vond hij lastiger te verklaren: “Sinds het toernooi in Dortmund eerder dit jaar heb ik me voorgenomen om iedere partij helemaal uit te spelen. Ook als dat het risico met zich meebrengt dat ik verlies. Het lijkt me de enige manier om vooruit te komen.”

Zo was het ook in zijn partij tegen Polgar gegaan, met wie hij toch nog een rekening te vereffenen had. “Ik verloor deze zomer in Wenen een onnozele partij van haar. Toen ze nu remise aanbood vond ik niet dat ik beter stond, maar wel dat ik een goede stelling had om door te spelen.” Dat was ook zo en spoedig stond hij zelfs huizenhoog gewonnen. De winstvoering ging hem daarna minder vlot af. Pas na 61 zetten was het zover. Of zoals Karpov vlak daarvoor spottend opmerkte: “Leko heeft er alles aan gedaan om deze partij niet te winnen, en toch staat hij nog steeds gewonnen.”

Karpov kon moeilijk zeggen dat hij zelf wel een overtuigende indruk had gemaakt. In het prestigeduel tegen Russisch kampioen Peter Svidler verkreeg hij met zijn gepatenteerde behandeling van de Caro-Kann zeer gerieflijk spel. Svidler wilde zich juist gaan opmaken voor een zware verdediging toen er aan de andere kant van het bord een verlossend voorstel klonk. Het zal Karpov niet vaak zijn overkomen dat hij in de analyse van zijn tegenstander moest horen hoeveel mogelijkheden zijn stelling nog bood.

Loek van Wely en Jeroen Piket bleven ook op remise steken. Van Wely stelde zijn aanhang teleur, die de afgelopen dagen met een reeks opmerkelijke ontknopingen verwend was geraakt. Dit keer geen blunder, Schwindel (venijnige truc) of miraculeuze ontsnapping, maar een twintigtal solide zetten tegen Joel Lautier. Piket speelde de meest enerverende partij van de dag. In een brei van complicaties botsten zijn aanval en de tegenaanval van Michael Adams op elkaar. Even leek het dat Piket zich vergaloppeerd had, maar dat was maar even. Bescheiden stelde hij na afloop dat het eigenlijk een heel normale partij was geweest. Minder treffend had hij de gebeurtenissen nauwelijks kunnen omschrijven.

Aleksei Sjirov kwam ook niet verder dan remise, ook al kreeg hij tegen Emil Sukovsky uitstekende kansen om zijn leidende positie te verstevigen. Na een lang beleg moest hij erkennen dat zijn lichte materiële overwicht de solide Israeliër niet op de knieën zou krijgen.