840 miljoen mensen hebben altijd honger

We moeten ervoor zorgen dat het fundamentele recht van de mens op voedsel voor allen in de wereld realiteit wordt. Politieke leiders in de wereld zullen daartoe ondubbelzinnige beslissingen moeten nemen. De wereldvoedseldag, die morgen wordt gehouden, is een gelegenheid hier nog eens aan te herinneren.

Voor miljoenen mensen is het recht op voedsel nog altijd een illusie. Zo'n 840 miljoen mensen in de ontwikkelingslanden zijn op dit moment chronisch ondervoed. Dit aantal is gelijk aan de bevolking van de VS en Europa samen. Zij krijgen te weinig te eten om in hun minimale energiebehoefte te voorzien. De dagelijkse strijd om het bestaan slorpt al hun energie op. Jaarlijks sterven miljoenen kinderen jonger dan vijf jaar aan de gevolgen van honger en ondervoeding. Voedsel is schaars in 82 arme landen, waarvan de helft in Afrika ligt.

Deze arme landen worden zwaar getroffen door de huidige ontwikkelingen op de agrarische wereldmarkten. Ze kunnen niet genoeg voedsel produceren om hun bevolking te voeden en ze kunnen de extra hoeveelheid die ze nodig hebben niet importeren. Omdat de slinkende voorraden de graanprijzen omhoog hebben gestuwd, zagen de arme landen zich het afgelopen seizoen gedwongen om rond 4 miljard dollar méér te betalen voor hun graanimporten. De toestand wordt nog verergerd doordat de afgelopen drie jaar de voedselhulp is afgenomen.

Eveneens zorgwekkend is dat de graanreserves in de wereld zijn geslonken tot het laagste peil sinds begin jaren '70. Hoewel dit jaar enig herstel wordt verwacht, zijn we niet voorbereid op een eventuele crisis.

Bevolkingsgroei in relatie tot de voedselvoorziening hoort ook tot de grote problemen waarmee we ons op de drempel van de 21ste eeuw geconfronteerd zien. Over 30 jaar moet er voedsel worden geproduceerd voor nog eens ongeveer 3 miljard mensen - zonder bedreiging van toch al te intensief gebruikte natuurlijke hulpbronnen zoals bodem, water, natuurgebieden en biodiversiteit.

We hebben slechts beperkte armslag. Er zal weinig grond beschikbaar zijn voor verdere expansie, tenzij we natuurgebieden willen opofferen of marginale gronden gaan ontginnen. De bodemkwaliteit wordt aangetast doordat naar schatting een miljard hectare bouwland blootstaat aan erosie door wind en water. Het excessief gebruik van landbouwgif, uitputting van de bodem in de tropen, ontbossing, overbevissing en de verspilling van kostbaar zoet water - wij misbruiken de gereedschappen der natuur waarvan ons leven afhangt.

We kunnen de honger niet uitbannen zonder produktiviteit en produktie van arme boeren te verbeteren en evenmin zonder behoorlijk werk en onderdak te verschaffen aan de armen in de steden. Naar schatting een miljard mensen leeft van minder dan één Amerikaanse dollar per dag. In veel arme landen zal de agrarische sector, die werk verschaft aan de grote meerderheid van de bevolking, nog lange tijd de motor van de ontwikkeling zijn, die zowel werk als voedsel levert.

Eén manier om honger en ondervoeding te bestrijden is met duurzame middelen meer voedsel te produceren op bestaand bouwland, vooral in de landen waar voedselgebrek heerst. Dit vereist onder meer waterbeheersing door middel van kleinschalige en met medewerking van de plaatselijke bevolking vervaardigde oogst-, bevloeiings- en drainagesystemen, verbeterde gewasvariëteiten, een geïntegreerde voedingsstoffen- en gifhuishouding en een efficiëntere voedselopslag om grote verliezen van geoogst gewas te voorkomen. Rijstbouwers in Azië zijn erin geslaagd om met biologische methoden het gebruik van landbouwgif met 50% te verminderen, bij een gelijktijdige toename van de opbrengst met 15%. Er moeten meer van dit soort initiatieven komen.

Met technologie alleen kunnen we echter niet toe om meer voedsel te produceren. Onzekere wettelijke en eigendomsrechten, beperkte beschikbaarheid van land, slecht functionerende markten en gebrek aan kredietfaciliteiten zorgen in veel landen voor achterstelling van de agrarische sector en een klimaat dat fnuikend is voor particulier initiatief. De boeren weten meestal het best hoe ze meer voedsel moeten produceren als men ze maar vrijheid, medezeggenschap en een gunstig ondernemersklimaat gunt.

Om meer mensen te kunnen voeden moeten agrarische investeringen in de particuliere en openbare sector op nationaal en internationaal niveau met 31 miljard dollar per jaar omhoog - een relatief klein bedrag vergeleken bij de 900 miljard dollar die jaarlijks mondiaal wordt geïnvesteerd in de wapenproduktie.

De rijke landen zouden de arme kunnen helpen door een groter deel van de bilaterale en multilaterale ontwikkelingshulp te oormerken voor de agrarische sector. Het totaal aan ontwikkelingsgelden voor agrarische doeleinden is (rekening houdend met ontwaarding) tussen 1980 en 1994 met 48% gedaald, terwijl in dezelfde periode de wereldbevolking met 27% is toegenomen. Ook zouden de rijke landen kunnen bijdragen door de schuldenlast te verlagen en te zorgen dat de ontwikkelingslanden een groter aandeel krijgen bij de mondiale handel in agrarische produkten.