Weer strijd Koerden; stad Sulaymanya valt

ANKARA, 14 OKT. De Noordiraakse stad Sulaymanya, begin vorige maand bezet door de Koerdische Democratische Partij (KDP) van Masoud Barzani, is gisteren onverwachts heroverd door de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) van Jalal Talabani. De PUK, die in september uit praktisch heel Noord-Irak werd verdreven, heeft inmiddels nog enkele plaatsen heroverd.

De herovering van de stad volgde op enkele dagen van intensieve gevechten tussen de twee rivaliserende groeperingen in de grensstreek met Iran. Daarbij zouden honderden doden zijn gevallen. De KDP spreekt van “een massale aanwezigheid van de Iraanse Revolutionaire Garde” in de provincie Sulaymanya, ter ondersteuning van de PUK. De troepen van Talabani ontkennen elke betrokkenheid van Iran in de strijd met de KDP. Internationale hulporganisaties hebben tot nog toe geen grote aantallen Iraniërs gesignaleerd. Irak heeft Iran gewaarschuwd dat het “met vuur speelt”.

De Verenigde Staten, die vorige maand raketaanvallen op Irak uitvoerden in reactie op de Iraakse rol bij de verovering van de Koerdische stad Arbil door de KDP, heeft de PUK en de KDP nu opgeroepen om het conflict op een vreedzame wijze te regelen. “We kiezen geen partij. We willen de gevechten niet aanmoedigen”, aldus een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het Witte Huis voegde eraan toe dat “wij geen constructieve rol zien voor hetzij Iran hetzij Irak in dit conflict”.

Vanmorgen werd ten westen van Sulaymanya opnieuw zwaar gevochten tussen de twee Koerdische groeperingen. Volgens een PUK-woordvoerder in Ankara is onder andere de strategische stad Koj Sanjaq inmiddels weer in handen van de PUK. In de Arabische krant Al-Hayat zei Talabani vanmorgen dat “de PUK geen onmiddellijke plannen heeft om door te stoten naar Arbil, omdat de stad omsingeld is door Iraakse troepen”. Andere PUK-bronnen claimen dat Talabani er wel degelijk op uit is om de voormalige posities van de PUK in Noord-Irak te heroveren, met inbegrip van Arbil.

De PUK werd op 9 september uit Sulaymanya verdreven, nadat de KDP in samenwerking met het Iraakse leger eerder de administratieve hoofdstad van het de facto onafhankelijke Noord-Irak, Arbil, had ontzet.

Pag.4: Feest in Sulaymanya

Na deze overwinning stootte de KDP vervolgens door naar de provincie Sulaymanya. De troepen van de PUK en hun leider Talabani vestigden zich deels in de bergachtige grensstreek en deels in Iran. Sinds die tijd hadden er in het grensgebied met Iran voortdurend schermutselingen plaats tussen de KDP en de PUK. De strijd breidde zich volgens KDP bronnen op 10 oktober uit tot een grootscheepse invasie van manschappen van de Iraanse Revolutionaire Garde en duizenden peshmerga's (Koerdische strijders) van de PUK.

Volgens de PUK is de herovering van Sulaymanya te danken aan “een spontane opstand van bevolking”. De KDP zegt in een verklaring de stad te hebben verlaten om bloedvergieten te voorkomen. Westerse hulpverleners in Sulaymanya bevestigen dat de inwoners met blijdschap hebben gereageerd op de terugkeer van de PUK. “Er heerste gisteren een feeststemming op straat”, aldus Malcom Ormiston van de Nederlandse organisatie Memisa.

Volgens hem is de rust in de stad vanmorgen zo goed als teruggekeerd. “De vraag die iedereen nu bezighoudt”, aldus de Memisa-vertegenwoordiger, “is of het regime in Bagdad woord houdt en zich niet in de strijd tussen de rivaliserende Koerden zal mengen.”

Volgens hem zijn er in Sulaymanya zelf geen aanwijzingen voor een grootscheepse betrokkenheid van de Islamitische Republiek Iran in Iraaks Koerdistan. “Ik heb daarover ook geen berichten gehoord van andere hulpverleners.” Volgens Ormiston zijn er momenteel zo goed als geen buitenlandse hulpverleners in de grensstreek met Iran, zodat “het moeilijk is om een juist beeld te krijgen van de ontwikkelingen daar.”

De Iraakse autoriteiten riepen de Koerdische partijen gisteren na een spoedbijeenkomst van de regerende Revolutionaire Commandoraad op “om buitenlandse machten uit hun regio te houden”. “Wij roepen de partijen die naar de strijd zijn teruggekeerd op de buitenlandse troepen te verdrijven en niet met hen te handelen.” De verklaring vormde een duidelijke waarschuwing aan het adres van de regionale rivaal Iran, waarmee Irak van 1980 tot 1988 een vernietigende oorlog uitvocht. De Islamitische Republiek bood in augustus grootscheepse ondersteuning aan de PUK. Dat was de belangrijkste reden die de KDP aanvoerde om de hulp in te roepen van het Iraakse leger om gezamenlijk de hoofdstad Arbil te ontzetten.

De leider van de KDP, Barzani, houdt vol dat er toen slechts sprake was van een kortstondige militaire overeenkomst, maar meningeen verdenkt hem ervan dat hij met Bagdad tevens een politieke overkomst heeft gesloten wat betreft de toekomstige bestuursvorm van het Koerdische deel van Irak, met hem als leider.