VOLWASSEN MAN TUSSEN SNELLE JONGENS

Damon Hill heeft lang moeten wachten op zijn eerste wereldtitel in de Formule I. De Britse autocoureur is 36 en had al een leven achter de rug toen hij in 1992 zijn debuut maakte.

Damon Hill en Michael Schumacher zitten op een muurtje bij de pits. Het is halverwege het seizoen 1994. De twee coureurs maken al maanden ruzie en botsen met hun wagens tegen elkaar tijdens wedstrijden. Ze moeten vrede sluiten, heeft de opperbaas van de Formule I, Bernie Ecclestone besloten. Hill en Schumacher geven elkaar de hand ten overstaan van een dozijn fotografen. “Laten we ophouden met die onzin”, zegt Hill zachtjes tegen zijn rivaal. “Zeker”, zegt Schumacher. “Na het kampioenschap.”

In de laatste race van dat jaar in Australië maakt Schumacher een stuurfout. Zijn wagen is onherstelbaar beschadigd. Hill vergeet te wachten tot Schumacher is uitgevallen en probeert hem te passeren. Schumacher gooit het gat dicht en rijdt beide auto's in puin. De Duitser wint zijn eerste wereldtitel met een punt voorsprong op Hill.

Ook vorig jaar waren de verwensingen niet van de lucht. Hij is een kloon, een produkt, geen mens, zei Hill over Schumacher. Hill kan niet tegen zijn verlies, reageerde Schumacher. “Hill is een humeurig mannetje, daar kan ik niet tegen.” En nog voordat het huidige seizoen was begonnen, ontnam Schumacher de wereldtitel van Hill iedere waarde. “Hill mag dit jaar de titel winnen”, zei Schumacher toen hij zijn handtekening zette onder een contract van veertig miljoen gulden met Ferrari. Schumacher verwachtte een jaar nodig te hebben om de Ferrari - vaak onbetrouwbaar - te ontwikkelen. Hill moest dit jaar wel winnen, concludeerde Schumacher. Zijn enige concurrent betrof teamgenoot Jacques Villeneuve, een 24-jarige debutant in het race-circuit.

De psychologische oorlogsvoering werd in de Formule I in ere gehouden door Piquet, Prost, Mansell en Senna. “In de autosport werd de meeste rivaliteit veroorzaakt door het enorme talent van Senna”, vertelde oud-wereldkampioen John Surtees in The Guardian. “Het was frustratie. Hij was op de baan zo goed dat de andere coureurs punten probeerden te scoren buiten de auto. Hetzelfde is nu het geval met Schumacher.”

Ook volgens Ecclestone is jaloezie en frustratie de basis van de rivaliteit tussen Hill en Schumacher. “Schumacher is zo goed dan hij het zich kan permitteren om arrogant te zijn.” Hill baalt dat hij slechts een kwart verdient - vijf miljoen in plaats van twintig miljoen gulden per jaar - van het salaris van Schumacher, zegt Ecclestone. “Maar er is er maar één de beste en die verdient het meest.”

Formule I is waarschijnlijk de meest egocentrische sport ter wereld. Op een paar meter breed asfalt strijden de coureurs tegen elkaar met snelheden van meer dan driehonderd kilometer per uur. De wagens worden ieder jaar veiliger maar de dood rijdt altijd mee. De meeste coureurs zijn jong, vrijgezel en hyperarrogant. Ze reizen de hele wereld rond, maar zien nooit meer dan twintig verschillende racecircuits.

In dat wereldje is Hill de uitzondering, een normaal mens, een volwassen man tussen de snelle jongens. Hij is een van de weinige coureurs die niet is verhuisd naar het mondaine Monaco, maar naar een gemoedelijker belastingparadijs. Hij huurt in de wijk Killiney in Zuid-Dublin het huis van de Ierse miljonair Joe O'Connel, die zijn fortuin verdiende met het importeren van kerstbomen. Hij heeft niet Boris Becker en Villeneuve als buren, maar zanger Bono Vox van U2, diens collega Jim Kerr van de Simple Minds en acteur Mel Gibson.

Het contrast tussen Hill en Schumacher is meer dan de tegenstelling tussen een harde werker en een natuurtalent, tussen een introverte Engelsman en een zelfverzekerde Duitser. Het is vooral een verschil in leeftijd en levenservaring.

Hill is 36, getrouwd, en had al een leven achter de rug toen hij vier jaar geleden zijn debuut maakte in de Formule I. Hij groeide op met racen. Zijn vader, de legendarische Graham, was twee keer wereldkampioen Formule I in de jaren zestig. Als kleine jongen vond Damon het niet meer dan normaal dat zijn vader vijf jaar achter elkaar de Grand Prix van Monaco won. Maar Graham Hill verongelukte in 1975 toen Damon vijftien was. Graham, inmiddels manager van een eigen raceteam, was met vijf medewerkers op weg van Frankrijk naar huis. Graham zat zelf achter de stuurknuppel van de Piper Aztec en was er, ondanks zware mist, van overtuigd dat hij zou kunnen landen op het kleine vliegveld van Elstree. Hij weigerde uit te wijken naar Luton. Het vliegtuig stortte neer op een golfbaan.

Omdat Graham zijn vliegvergunning niet had verlengd, keerde de verzekering niet uit. De families van de andere slachtoffers legden beslag op de erfenis. Damon moest samen met moeder en zus het huis met 25 kamers verlaten en kon de dure public school niet afmaken.

Hij heeft op school nog gerebelleerd, was zanger in de punkband Sex Hitler and the Hormones, maar is daarna snel volwassen geworden. Hill is getrouwd en heeft drie kinderen. Zijn oudste zoon, de zevenjarige Oliver, heeft het syndroom van Down's. Hills vrouw Georgie heeft in een BBC-documentaire verteld hoe ingrijpend de geboorte van Oliver, die gewoon thuis woont, hun leven heeft veranderd. “Het ene moment keek ik naar hem en voelde ik gewone, moederlijke liefde”, bekende zij op televisie. “Het volgende moment overwoog ik om een kussen over zijn hoofd te houden.”

“Het was een moeilijke tijd”, vertelt Hill in de biografie From Zero to Hero. “Toen ik jong was, wilde ik met alle macht mijn wil opleggen aan het leven. Ik vocht voor mijn plannen en liet me door niemand beïnvloeden. Maar ik kreeg snel genoeg in de gaten dat de dingen gebeuren, of niet. Je hebt niet alles in de hand.”

Hill droeg gisteren in Japan zijn titel op aan zijn vader, zoals hij deed bij zijn eerste overwinning en bij zijn zege in de British Grand Prix op Silverstone, een van de weinige wedstrijden die Graham nooit won. Damon draagt altijd een donkerblauwe helm met verticale witte strepen, de clubkleuren van de Londense roeiclub waar zijn vader in de jaren vijftig een enthousiast lid van was.

Om zo min mogelijk voordeel te hebben van zijn achternaam, zocht Hill, toen de verleiding te groot werd, in eerste instantie zijn toevlucht tot motorracen. Hij vocht langzaam zijn weg naar boven in de sport. Toen hij later alsnog in een racewagen stapte, begon hij in de laagste divisie, een 1600 cc klasse. Hij heeft daarna in vrijwel alle klassen gereden, was nooit een uitgesproken kampioen of een groot talent. Maar hij wist iedere kans die hij kreeg ten volle te benutten. Pas in 1991 werd hij strijder voor Williams. Een jaar later maakte hij zijn debuut voor de racestal. In 1993 won hij zijn eerste Grand Prix, en meteen daarop de twee volgende.

“Ik ken alle verhalen over mijn vader die met een glas bier in de Steering Wheel Club stond en zich de Formule I probeerde in te praten”, vertelde Hill na zijn debuut. “Dat voorbeeld is me vaak voorgehouden. Maar ik ben geen prater, ik heb geen charme. Ik ben een volhouder.”