St. Andrews oorsprong van miljardenindustrie

ST. ANDREWS, 14 OKT. In elke pub gaat het gesprek over bogeys, birdies en eagles, op elke straathoek is een golfwinkel gevestigd met drivers, putters en windbreakers. Het Schotse St. Andrews, een lieflijk, typisch Brits kustplaatsje ten noorden van Edinburgh, is the Home of Golf, de bakermat van de golfsport. Zelfs topspelers als Greg Norman, Ernie Els en Phil Mickelson zijn zich bewust van de geesten die over hun schouder meekijken als ze afslaan op de eerste tee van the old course.

In St. Andrews wordt al 450 jaar golf gespeeld. Weliswaar maakt het British Museum of Golf, naast de baan, in de eerste vitrine melding van het Nederlandse middeleeuwse spel Kolf als voorloper van hun eigen sport, toch ligt de oorsprong van het huidige golf in St. Andrews. Kolf en andere middeleeuwse spelletjes met bal en stick hadden een doel boven de grond, een boom of een deur. In Schotland speelde men golf met als doel een gat in de grond. In 1547 werd voor het eerst melding gemaakt van golf in het stadje, in 1691 refereerde een kroniek aan St. Andrews als de metropolis van de sport.

Niet bekend

De oude baan van St. Andrews is eens in de vijf jaar gastheer voor de British Open, de belangrijkste van de vier jaarlijkse majors. Vorig jaar won de Amerikaan John Daly, de volgende aflevering is in het jaar 2000. En het toernooi winnen op St. Andrews is voor golfers vergelijkbaar met het winnen van Wimbledon voor tennissers. Er is echter een belangrijk verschil met Wimbledon. Op het tennispark in Londen mogen de rest van het jaar alleen de leden spelen. De golfbaan op St. Andrews is in principe een openbare baan en daardoor uitgegroeid tot de belangrijkste toeristische attractie van Schotland. Vooral Amerikanen vinden het prachtig als ze op de achttiende hole over de Swilcan Bridge wandelen, een bruggetje dat ouder is dan de Verenigde Staten.

Op het vasteland van Europa is golf nog een jonge, zich ontwikkelende sport; in de VS (130.000 banen) en het Verenigd Koninkrijk is golf een miljardenindustrie en het Schotse stadje pikt zonder enige gêne zijn graantje mee. De oude baan is beschikbaar voor iedere liefhebber, maar het recht de greenfees te verkopen is voor tien jaar verpacht aan het commerciële ticket-bureau Keith Prowse. Een starttijd reserveren op de old course moet minimaal een jaar van tevoren en de prijs van een rondje van achttien holes is deze maand opgeschroefd tot bijna tweehonderd gulden per persoon. Pal naast de baan, waar vroeger een spoorlijn lag, staat inmiddels een lelijk, luxe hotel voor de vermogende toerist en de verwende speler.

Behalve de oude baan telt St. Andrews nog vijf andere banen met achttien holes (bijvoorbeeld de 'nieuwe baan' uit 1897) en een oefenbaan met negen holes, volgens kenners stuk voor stuk zo uitdagend als de mooiste banen in Nederland. Op die banen worden jaarlijks 180.000 rondes gespeeld, waarvan 80.000 door 'bezoekende golfers'. Bovendien houdt het golfen in Schotland, waar schoolkinderen na het laatste lesuur de tas op hun rug binden om nog een balletje te slaan, niet op buiten St. Andrews. Op elke weg vanuit de hoofdstad van The Kingdom of Fife volgt binnen tien kilometer een afslag naar weer een andere baan, aangegeven op de borden van de Britse ANWB.

De old course, pal aan de Noordzee, is niet eens zo bijzonder, al is de afslag vanaf de eerste tee verraderlijk eenvoudig. Daar is de fairway nog weids, is het gras gemaaid en zijn er geen bunkers gegraven. Verderop, richting zee, beginnen de glooiingen die de ballen alle kanten op laten stuiteren en liggen de potbunkers, net groot genoeg voor een boze man en zijn golfclub.

Toch zijn er bij mooi weer uitzonderlijk lage scores mogelijk op de duinbaan ('links'). De Amerikaan Mark O'Meara begon donderdag zijn ronde, vanaf de tweede hole, met acht birdies op rij. Hij dreigde het baanrecord te breken, tot de Road Hole opdoemde. De zeventiende hole is de moeilijkste par-4 ter wereld. De tweede slag moet terechtkomen op een onmogelijk smalle green. Links daarvan wacht de extreem diepe en steile bunker, rechts ligt de weg en staat een muurtje. Als de bal tegen het muurtje stuitert en stil komt te liggen, rest de spelers vaak niets anders dan een slag via het muurtje. O'Meara maakte een dubbel-bogey en eindigde zijn rondje met 63, één slag te weinig voor het record. Een dag later deed de baan zijn reputatie eer aan, de baan beet terug. In windkracht zeven zwoegde O'Meara zich met een ijsmuts op het hoofd naar een ronde van 75.