Profiel van de Duitse theologe Dorothee Sölle; 'Zij is bijna net zo irritant als Jezus'

Op drie plaatsen sprak en preekte de Duitse theologe Dorothee Sölle het afgelopen weekeinde in Nederland. Sommige links-kerkelijke gelovigen zien haar als een 'protestantse heilige'.

ROTTERDAM, 14 OKT. Wie over honderd jaar geïnformeerd wil worden over de vraag wat zich in de laatste decennia van deze eeuw in de wereld van de protestantse theologie in Europa heeft voorgedaan, zal waarschijnlijk snel stuiten op de naam van de Duitse theologe Dorothee Sölle. Zo vindt de vrijzinnige, Rotterdamse predikant T. R. Noorman dat Sölle beter dan wie ook het politiek-theologische klimaat van deze tijd heeft aangevoeld en daar met haar boeken op een heel strijdbare en uitdagende manier vorm aan heeft gegeven.

“Mevrouw Sölle wordt hier als een protestantse heilige gezien', zegt H.M. Kuitert, oud-hoogleraar in de theologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. “Zoals gereformeerden vroeger een portret van Abraham Kuyper aan de muur hadden, zo siert haar foto nu tal van huiskamers'.

Dorothee Sölle (67) is één van de opvallendste en meest omstreden Duitse theologen van na de Tweede Wereldoorlog. Vooral in Nederland werd en wordt ze door veel linkse gelovigen bewonderd. Door haar uiterst kritische opstelling heeft zij in Duitsland nooit een universitaire aanstelling kunnen krijgen. Wel was zij enige jaren hoogleraar in de VS.

Volgens Kuitert bevat het oevre van zijn collega uit Hamburg drie prachtige boeken, maar is ze later “steeds eenzijdiger geworden. Ze betrekt zulke overdreven stellingen dat wat ze te berde brengt, niet meer op zijn pootjes terecht komt. Dat ze ten strijde trok tegen de hele Duitse theologie begrijp ik wel want die is ook nog steeds zo saai en dogmatisch als het maar kan. Maar de manier waarop ze dat deed, was wel erg selectief en eenzijdig'.

Vijftien jaar geleden ontmoette de Haarlemse predikant J.Beumer de Duitse theologe voor het eerst. “Dat was in 1981 bij een hearing van de Wereldraad van Kerken over de kernbewapening die in Amsterdam werd gehouden. Ik zag haar zitten in de aula van de Vrije Universiteit en schoof stilletjes naar haar toe. Om haar te vragen of ze een keer wou komen preken. Je hoeft het niet met haar eens te zijn, maar van die kleine grijze muis gaat werkelijk dynamiet uit. Ik ken geen theoloog die zichzelf zo in de waagschaal heeft gesteld als zij”. Volgens Beumer zijn er maar heel weinig theologen die in hun boeken de moed hebben iets van zichzelf en van hun eigen ervaringen te laten merken. “Maar haar boeken en preken staan vol persoonlijke ervaringen: over haar kinderen, over haar oma-zijn, over haar echtscheiding, et cetera. Wie Sölle leest komt haarzelf tegen, volop: haar context, haar politieke strijd, haar hoop en haar nederlagen. Zij begint altijd bij de mensen en komt uiteindelijk op God uit, terwijl het bij de meeste theologen precies anders om gaat'.

De Haarlemse dominee zegt over Sölle: “Ze heeft mij in mijn nekvel gegrepen en mij vertrouwd gemaakt met haar mystieke geloofsopvattingen. Maar het voornaamste is dat zij er zo hard aan heeft gewerkt dat haar landgenoten zich hun eigen Duitse geschiedenis bewust gingen worden. Men kan nu veronderstellen dat haar tijd en die van de politieke theologie grotendeels achter de rug is, maar in de marge van de kerk bloeit haar geëngageerde theologie nog altijd. Dat is zondag bij haar preek in de Grote Kerk in Haarlem wel gebleken”.

Dorothee Sölle is op 30 september 1929 als Dorothee Nipperdey in Keulen geboren. Haar vader was een beroemd jurist en hoogleraar. In de Domstad aan de Rijn heeft Dorothee de oorlogsjaren meegemaakt. Zij en haar familie leden veel honger en kou en overleefden de geallieerde bombardementen. Pas in 1946 toen ze ging studeren, hoorde ze voor het eerst iets over de jodenvervolging en over de concentratiekampen. “Maar niemand verklaarde ons de Duitse geschiedenis van de moderne tijd en bij welke tradities, tendensen en instincten de nazi's hadden kunnen aanknopen”, vertelde ze gistermiddag in een lezing in de Rotterdamse Laurenskerk. Sölle is zich haar hele leven voor haar land blijven schamen en gaf daar op een erg directe en soms zeer agressieve manier blijk van door bij spreekbeurten in en buiten haar land te verklaren dat het in Duitsland 'nog altijd naar gas stinkt'. “Ik heb deze schaamte over mijn volk nodig en ik wil niets vergeten”, schreef zij in 1995 in haar autobiografie, “omdat vergeten voedsel geeft aan de illusie dat het mogelijk is ook zonder de doden mens te worden. Maar in werkelijkheid hebben wij hun hulp erg nodig en heb ik Anne Frank (die net als Dorothee Sölle in 1929 was geboren - red.) heel hard nodig gehad”. Na haar afstuderen in 1954 werd zij lerares aan een katholieke middelbare meisjesschool in Keulen en trouwde zij met de kunstschilder Dietrich Sölle. Ze kregen drie kinderen. Tien jaar later werd het huwelijk ontbonden.

In Nederland kent waarschijnlijk niemand haar zo goed als uitgever Ton van der Worp die tot voor een jaar directeur van uitgeverij Ten Have was. Negenendertig boeken heeft hij van Sölle op de markt gebracht. Gisteren verscheen het veertigste boek (De hemel aarden) van haar hand. Volgens Van der Worp was 'Lijden' dat in 1973 verscheen en zeven drukken beleefde, haar mooiste boek. Daarin ging zij in op de vraag of het mogelijk is aan lijden en pijn zin te geven. Vervolgens probeert zij om te onderscheiden tussen lijden dat blind en doof maakt en lijden dat geïntegreerd wordt in het leerproces van het leven waardoor er sprake kan zijn van een 'Job die sterker is dan God'.

In 1965 had hij in de Groene Amsterdammer de tekst gelezen van Sölles rede Kirche ausserhalb der Kirche die zij in Keulen had gehouden. Daarin wreef zij de kerken onder de neus dat er buiten de kerk minstens even veel kerk' was omdat de roep om sociale gerechtigheid daar soms beter gestalte krijgt dan in de kerken. “Wat Sölle zei, was een eye-opener voor me', zegt haar uitgever. 'Met mijn streng-christelijke achtergrond was ik totaal afgeknapt op het gekissebis in de kerken. Maar wat die mevrouw zei, dat was nog eens andere koek. Als het die kant op gaat, wil ik wel verder met theologie”.

Van der Worp noemt Dorothee Sölle een theologe van chique Duitse afkomst, iemand met zeer veel smaak en stijl en signaleert dat er een zekere discrepantie bestaat tussen haar manier van wonen en leven en wat zij in haar boeken predikt. Ook wijst hij op haar boosheid dat ze in Duitsland nooit hoogleraar heeft kunnen worden. “Ze heeft dat altijd als een beroepsverbod gevoeld”. Weliswaar kreeg Sölle in 1994 een ere-professoraat van de Universiteit van Hamburg, maar “op die benoeming heeft ze alleen maar bitter gereageerd”. Sölles reislustigheid is spreekwoordelijk. “Dat heeft ze van haar moeder. Die trok op hoge leeftijd nog naar China en nam haar doodskist met zich mee voor het geval dat ...”.

Naar het oordeel van dr. K. Blei, de secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde kerk, is Sölle een toptheoloog die haar grote politieke en sociale engagement uitstekend weet te verbinden met een mystieke geloofsopvatting. “In God en in Jezus Christus geloven, betekent voor haar in opstand komen tegen de onrechtsverhoudingen in de wereld', aldus Blei. “Door de officiële Duitse godgeleerdheid is zij jarenlang op grote afstand gehouden, maar gelukkig is zij tenslotte hoogleraar geworden aan het Union Theological Seminary in New York.” Vooral onder vrouwen.

Ook de Leidse docent in de dogmatische theologie, K. Biezeveld heeft veel waardering voor Sölles manier om mensen “niet te laten indutten. Maar aan de andere kant zie ik ook veel herhaling in wat zij schrijft. Haar theologie vormde altijd één grote aanklacht tegen het Westerse, burgerlijke christendom, maar daarin was ze ook altijd heel ongenuanceerd en met grote stappen snel thuis”. Storend vindt Biezeveld die tot voor kort ziekenhuispredikant was, dat de Duitse theologe “zo keihard is in haar oordeel over mensen en geen rekening met persoonlijke levensvragen houdt. Het gaat in het leven niet alleen om politiek, maar bijvoorbeeld ook ook om de strijd van kankerpatiënten tegen hun ziekte”.

Nadat Sölle in de jaren '70 veel kerk- en religiekritische vrienden in Nederland had gekregen, ging ze zich als theoloog steeds meer richten op de wereld van de armoede van Midden- en Zuid-Amerika. Ze werd bevrijdingstheologe en ging Nicaragua als 'het heilige land' zien. Vooral het feit dat ze heftig anti-Amerikaans werd, vindt prof. Kuitert jammerlijk. “Ze was altijd bezig met politieke bevrijding, maar aan de moeders van de jongens die in Nicaragua tegen de Sandinisten vochten en daarbij om het leven kwamen, had ze pastoraal niets te bieden. Dat vond ik voor een theoloog die zo met alles was zo begaan is, nogal armoedig. Waar blijf je dan met je goede bedoelingen. Met al haar emoties en verontwaardiging over het leed in de wereld, kon ze iemand in persoonlijke nood niet helpen. De laatste tijd is ze wat rustiger geworden, kreten als 'God is links' hoor je niet meer van haar”.

In Duitsland heeft Sölles optreden altijd veel irritatie en veel opschudding veroorzaakt. Vooral door de thema's van discriminatie, ontwikkelingshulp, bewapening, Vietnam en het overheidsoptreden tegen de Rote Armee die zij telkens weer centraal stelde. “Toen zij zich - mede geinspireerd door de Hollanditis, de strijd in Nederland tegen de modernisering van de kernbewapening- scherp en in schier eindeloze herhalingen ging uitspreken tegen de plaatsing van kruisraketten in Duitsland en in Europa, heb ik”, aldus haar uitgever, “wel eens gedacht: Nou mens, rustig an maar, zou je niet eens wat anders verzinnen. Ze sloeg wel eens heel erg door met haar scherpe politieke analyses en haar onberedeneerde Godsbesef. Om het zelf ook eens heel overdreven te zeggen: ze is voor mij bijna net zo irritant als Jezus”.

Dat Sölles manier van theologiseren vooral in Nederland zo aansloeg, komt door de sterke emoties die zij opriep bij ondermeer mensen die in die tijd de kerk verlieten, maar hun geloof niet kwijt wilden raken. “Ze wist heel erg op je gevoel te werken”, vertelt dominee Beumer.