PERENCUSTARDTAART MET ROSÉSAUS

De combinatie van korrelige, zoete peren met een fluweelachtige custard verdient geprobeerd te worden. De finishing touch is de rosésaus; een prachtige dieproze saus met een subtiel aroma van wijn, kaneel en aalbessen.

Als u een springvorm gebruikt om de taart te bakken, moet u er een bakblik onder zetten voor eventuele lekkage. Voor zes tot acht personen: 1 kilo stevige handperen, geschild en klokhuizen verwijderd

30 gram boter

125 gram kristalsuiker

3 grote eieren

3,25 deciliter slagroom

1 eetlepel bloem

2 theelepels vanille-essence

snufje versgeraspte nootmuskaat

Rosésaus:

1,5 deciliter rosé wijn

75 gram suiker

1 kaneelpijpje

1 stukje citroenschil van 2,5 centimeter

2 theelepels maïzena

5 eetlepels aalbessengelei

Snijd de peren in acht stukken als ze groot zijn en anders in vieren. Verhit de boter in een grote koekenpan. Doe er de peer in en bestrooi met 3 eetlepels van de suiker. Bak de peren tot bijna al de siroop verdampt is en de peren goudgeel van kleur zijn. Schik de peren in een springvorm van 23 centimeter doorsnede.

Doe de overgebleven 75 gram suiker in een kom en klop er de eieren, slagroom, bloem, vanille-essence en nootmuskaat door. Giet dit mengsel over de peren in de vorm. Zet de taart circa 45 minuten in een op 180 graden Celsius voorverwarmde oven, of tot een ingestoken mes er schoon uitkomt.

Doe voor de rosésaus de rosé, suiker, kaneelpijpje en de citroenschil in een pan. Breng aan de kook en laat 15 minuten sudderen. Verwijder het kaneelpijpje en de citroenschil. Maak een papje met de maïzena en een paar eetlepels van het rosémengsel. Klop het papje en de aalbessengelei door het wijnmengsel. Breng al roerend aan de kook en laat koken tot een dikke saus. Neem de pan van het vuur en laat de saus afkoelen.

Laat de taart op kamertemperatuur komen. Snijd in punten en serveer met de rosésaus.