Paul Gascoigne: ik ben fantastisch, maar zij zijn gek

Woensdag speelt Ajax tegen Glasgow Rangers. Bij de Schotse kampioen speelt Paul Gascoigne, schurk of held, gek of geniaal? Een portret van een bijzondere voetballer aan de hand van een bijzondere Engelse filmdocumentaire: Gazza's coming home.

Paul Gascoigne is 29 jaar, maar nog een kind. De begrippen verantwoordelijkheid, plichtsbesef en discipline zijn hem vreemd. Met emoties weet hij geen raad, uitbarstingen van woede komen als donderslagen bij heldere hemel, tranen wellen op uit onvermoede bronnen, oerdriften spuiten als onblusbaar vuur uit zijn hart. Paul Gascoigne voelt zich zelden begrepen. Pas wanneer hij is omringd door mensen die hem toejuichen en hem nemen zoals hij is, met al zijn eigenaardigheden, dan pas is hij gelukkig. Paul Gascoigne is een bijzondere voetballer omdat hij anders is dan andere voetballers. Dat maakt van hem een uitzonderlijk mens.

Zie hem lopen met de bal aan de voet, tegenstanders omzeilen alsof ze hun hond uitlaten, draaien, kijken, schieten en scoren. En zie hem ontploffen van vreugde, van waanzin, zijn vuist ballen en dol geworden over de grond rollen met al die jongens. Het is aangrijpend om te zien hoe een man zich verliest in het voetbalspel, om hem op de wolken van euforie te zien wegdrijven. Gascoigne is gek, maar wordt nog gekker wanneer hij heeft gescoord ten overstaan van duizenden gekken die hem aanbidden omdat hij zo geweldig is.

“I love it.” Gascoigne richt zijn vuist tot de tv-camera en schreeuwt: “That's my comeback.” Ruim een jaar mocht de Engelse filmmaker Ken McGill de Engelse voetballer volgen na zijn terugkeer op Britse bodem. McGill baarde eerder opzien met een film over de ondergang van de Engelse bondscoach Graham Taylor. Vorige week toonde het Engelse tv-station Channel Four de documentaire Gazza's Coming Home. Een voetbaldrama met beelden van Gascoigne als eenzame man, eenzame voetballer, eenzame vader en eenzame echtgenoot. Gascoigne is teruggekeerd uit Italië waar hij de cultuur van de natte gemeente miste, waar hij was geïsoleerd van zijn familie en vrienden, van Newcastle, waar hij als zoon van een een arme arbeider werd geboren.

Gascoigne keerde niet terug naar Engeland, waar hij een held is. Hij ging naar Glasgow, de Schotse havenstad die veel gemeen heeft met Newcastle, de Engelse industrie- en havenstad. Hij voetbalde bij Lazio Rome, maar wilde daar weg. In de film zien we zijn advocaat en zijn accountant in mei 1995 uitleggen waarom hij niet naar Chelsea, Leeds en Aston Villa moet gaan. Zij adviseren hem Glasgow Rangers. Daar wordt het meeste geld betaald, daar is hij ver van de Engelse tabloids die hem altijd 'onheus' bejegenen. “Ik wil naar een club die veel wint”, zegt Gascoigne. “Dan kan ik veel relaxen en veel vissen. Ver weg van die monsters van de pers die altijd naar je op zoek zijn om je op te vreten.”

Gascoigne is in Glasgow nog niet feestelijk onthaald door de zingende Rangers-fans of de Romeinse pers staan al voor zijn neus. “Paulino, hoe gaat het”, vraagt een van de modieus geklede Italianen en hij wijst op het fraaie geruite kostuum van de voetballer. “Gianni Versace, bello, sei grande Paulino. Maar waarom kunnen we niet met je praten, je bent zo'n aardige kerel?” Gascoigne glimt als een toverbal en zegt een interviewtje toe na de wedstrijd. Aandacht kan hij moeilijk afwijzen, stel eens voor wat de Italiaanse kranten schrijven wanneer hij zou weigeren.

Gascoigne heeft ook in Glasgow verplichtingen die niets met voetbal te maken hebben. Hij moet filmacteur en Rangers-fan Sean Connery de hand schudden. Hij geeft de acteur een hand, praat met hem over niets en loopt weg om vervolgens in de camera te zeggen: ,.,Toen ik hem een hand gaf dacht ik: daar moeten veel borsten in gelegen hebben.'' Hij moet op weg naar een volgende handdruk. Je ziet hem denken: ze mogen me, ze houden van me, ik ben fantastisch, maar zij zijn gek.

Zodra hij voetbalt blijkt dat ze hem niet meer mogen omdat hij niet zo goed voetbalt. Hij raakt geblesseerd, hij raakt gedeprimeerd, hij is eenzaam, hij wordt gek. Vier maanden woont hij in een hotel even buiten Glasgow, ver van zijn vrouw en kind die nog in hun huis in Hertfordshire verblijven. Eenzaam en langzaam gek wordend zit hij te zappen op de afstandsbediening, snel van de ene na de andere zender, minutenlang, vloekend op al die fucking bullshit. Wanneer hij niet op zijn kamer is, traint hij, maakt hij lol met zijn collega's op het veld, scheldt hij de scheidsrechters uit in de wedstrijd, geeft hij een tegenstander een kopstoot en verzuipt hij zijn leven in het café. “Ik heb mijn hele leven bier gedronken, dus waarom nu niet? Een paar biertjes doet me goed.”

Wanneer zijn vrouw bevalt van een baby ligt Gascoigne zijn roes uit te slapen na een nacht zuipen en zingen met zijn ploeggenoten. De tabloids hebben de fout opgemerkt en sabelen Gazza neer. Maar Gascoigne is nog een kind en zijn vrouw begrijpt hem. We zien hem zijn zoon de luier afdoen, hem zoenen en met zijn pikkie spelen. Op dat moment verschijnt in de film een foto waarop Vinnie Jones - erger dan tien Gascoignes bij elkaar - Gascoigne in zijn kruis tast. “Nu ben ik Vinnie Jones, but you don't mind, won't you my boy”, zegt hij tegen zijn kind.

Gascoigne in een speedboot op een Schots meer, helemaal alleen. Gascoigne in de ochtendschemering vissend met een zwiepende hengel, helemaal alleen. Gascoigne pratend met een visser over het leven. Gascoigne die in de ochtendschemering een krant pakt en een kop ziet waarin met grote letters zijn naam staat. De wereld kan hij niet ontvluchten, ook zichzelf niet, zelfs niet op een verlaten meer in het hoge noorden van Schotland. “Soms weet ik niet waarom ik zo gek doe”, zegt hij. “Dan geef ik kopstoten, dan scheld ik scheidsrechters uit, dan geef ik tegenstanders beuken. Ik weet niet waarom, maar ik wil altijd graag winnen. Ik wil van iedereen winnen, ik wil winnen van de hele fucking wereld.”

Soms zie je een tic in zijn gezicht, een nerveuze kramp van zijn gezichtsspieren. De dichter Ian Hamilton suggereert in zijn Gazza Agonistes dat Gascoigne lijdt aan een milde vorm van het Tourette-syndroom, schelden en vloeken zonder het te beseffen. Een feit is dat hij als twaalfjarige meemaakte dat het broertje van zijn beste vriend werd doodgereden. Paul ging stotteren, wat hij nog altijd doet. De voetballer heeft geen idee wat hem dagelijks overkomt. “Wat ik weet is dat ik veel geld verdien, nog meer wil verdienen en dat ik alles aanpak wat ik kan verdienen. Mijn vader en moeder moesten schrapen en schrapen, ze hadden niks. Het enige wat ze me konden geven was liefde en een bal. Daar draait mijn leven om: het krijgen van geld, liefde en het krijgen van een bal.”

Hij wil niet alleen zijn. Van alleen zijn gaat hij denken en van denken wordt hij depressief. Hij wil mensen om zich heen hebben, altijd mensen die hem aanbidden en die hem nemen zoals hij is. Wanneer hij in het café terugkeert in Gateshead, nabij Newcastle, zitten daar de vrienden van vroeger. Ze zuipen en zingen en vertellen grappen. Gascoigne lacht om niets, als hij maar kan lachen. Hij heeft het naar zijn zin tussen zijn familieleden, naast zijn moeder en zijn broer en zuster. Hij heeft het niet naar zijn zin in die grote villa aan de rand van Glasgow. Alleen in zo'n groot huis met vijf slaapkamers laat hij zich rondleiden door de makelaar, Gascoigne op zijn voetbalkousen, in zijn trainingspak in een kasteel. Dat past niet bij hem.

Paul de zuiper wordt de held van Engeland op het Europees kampioenschap. Paul de eenzame gaat toch maar trouwen. Het huwelijksfeest is van een orde die in het paradijs niet misstaat. Hij kust zijn vrouw Sharon verlegen, om hem heen staan andere voetballers. Hij lacht, hij is de lieveling. Maar niets is mooier in de film dan de beelden waarop Gascoigne in de beslissende wedstrijd voor het Schotse kampioenschap tegen Aberdeen de Rangers naar de titel voert. Alle drie doelpunten zijn van hem, waarvan twee op een manier die door de onnavolgbare solo's doen denken aan Maradona. Gascoigne is magistraal. Zoals hij die wedstrijd naar zijn hand zette, op wilskracht, op wraak, op de wil om de wereld te veroveren, dat is aangrijpend. Hij zegt het zelf na de wedstrijd: “Het kon niet beter.” Paul Gascoigne: schurk of held, gek of geniaal?