Museeuw huilt en Museeuw lacht

LUGANO, 14 OKT. Het Vlaamse dialect bereikte alle Nederlandse kranten. In de wandelgangen in Lugano werd het woord goesting een begrip. Johan Museeuw had geen moraal om nog langer door te fietsen, beweerde hij vorig weekeinde na Parijs-Tours. Hij wilde onmiddellijk stoppen met koersen. Een etmaal later had hij zich bedacht. Een week later won hij op imposante wijze de wereldtitel bij de professionals. Op zijn 31ste verjaardag zette Museeuw gisteren een kroon op zijn wielerloopbaan.

De eeuwige twijfelaar is een fantastische coureur. Als het hoofd van Museeuw niet regelmatig op hol zou slaan, hadden de zware dijen voor een nog fraaiere erelijst kunnen zorgen. Hij won twee keer de Ronde van Vlaanderen, hij won Parijs-Roubaix en de Amstel Goldrace, de Leeds Classic en twee keer het kampioenschap van Zürich. In het wereldbekerklassement toont hij zich de laatste jaren de meest constante rijder. Maar in zijn hart blijft hij een beginneling, die zeer snel uit zijn evenwicht raakt.

“De doppen waren doorgeslagen”, verwoordde Museeuw zijn impulsieve reactie van vorige week. “Ik ben ook maar een mens van vlees en bloed. Ik kan heel ontgoocheld zijn als iets tegenzit. Meestal weet ik dat te verbergen, maar in Tours heb ik me even laten gaan. Ik zag het even helemaal niet meer zitten. Gelukkig hebben mijn familieleden mij weer op de fiets gekregen. Ze hebben op me ingepraat. Ik draag aan hen de bloemen op.”

De strijd om de regenboogtrui was een enerverend gevecht tussen een frêle Zwitser en een gespierde Vlaming. De 32-jarige Mauro Gianetti wist zich gesteund door een betere ploeg en het chauvinistische thuispubliek. Meer dan honderdduizend toeschouwers stonden langs de kant. 's Ochtends om negen uur stapten duizenden Italianen uit de trein in Lugano, een Zwitserse stad met Latijnse allure. Ze hoopten op een herhaling van 1953, toen Fausto Coppi op dezelfde plaats naar de wereldtitel greep. Ze kregen een wielerspektakel maar geen Italiaanse zege. De sterkste landenploeg raakte verstrikt in een tactisch steekspel. De bronzen medaille voor Michele Bartoli was een schrale troost voor de luidruchtige tifosi.

De Zwitsers kregen waar voor hun geld. Alex Zülle kwam nogal klungelig ten val bij de bevoorrading. Tony Rominger speelde op voorbeeldige wijze de rol van wegkapitein en dirigeerde Gianetti naar de kopgroep van elf andere renners. Gianetti en Museeuw waren op papier de sterksten en bleken in de praktijk ook over de beste benen te beschikken. “Mauro was sterker, ik was slimmer”, sprak Museeuw na afloop.

In januari had Museeuw nog geroepen dat het parcours in Lugano voor hem te zwaar zou zijn. Hij is sterk bij korte beklimmingen, de langere hellingen zijn minder aan de krachtmens besteed. In de Ardense klassiekers heeft hij om die reden dikwijls verstek laten gaan. Op papier leken de Comano en de Crespera geschapen voor renners die op souplesse naar boven rijden. In de praktijk kon zwaargewicht Museeuw goed uit de voeten op het gevarieerde WK-parcours.

“Als ik een heel goede dag heb, kan ik overal uit de voeten. Vandaag was zo'n dag”, vertelde Museeuw met een stalen gezicht. Blijkbaar was hij beter dan voorgaande kampioenschappen. Museeuw, een specialist in eendaagse wedstrijden, heeft in het verleden altijd zwak gepresteerd op een WK. Vorig jaar liet hij zelfs helemaal verstek gaan, uit vrees voor de Colombiaanse bergen. In Lugano kreeg hij afgelopen week de smaak te pakken. Hij zat elke dag urenlang op de fiets en genoot van zijn outsidersrol. De bookmakers hadden hem, de man zonder goesting, over het hoofd gezien.

Voor Gianetti waren de druiven extra zuur. Vorig jaar was hij misschien wel de sterkste in Colombia, maar als knecht van Pascal Richard moest hij destijds te vaak in de remmen knijpen. Gisteren voelde hij zich als thuisrijder verplicht in de aanval te gaan. Het publiek reageerde luidkeels op elke stemverheffing van de omroeper, wanneer Gianetti weer eens een versnelling had geplaatst. Na 250 kilometer bleek hij te veel met zijn krachten te hebben gesmeten. Hij kreeg het zware verzet niet meer rondgedraaid en wist zich kansloos in de sprint.

Gianetti was de betere klimmer van het tweetal, maar hij kon de ervaren Belg niet verontrusten. Museeuw vertrouwde op zijn hartslagmeter, die hij koestert als een metgezel. Telkens als Gianetti achterom keek, trok Museeuw een grimas om zijn tegenstrever te misleiden. “Ik gaf de indruk dat ik niet meer zo goed was.” Museeuw vertrouwde op zijn sterke eindspurt. Voor de ogen van ploegleider Eddy Merckx gooide hij de armen in de lucht. “Johan heeft bewezen dat hij kan klimmen”, sprak de viervoudige wereldkampioen met een traan over de bleke wangen.

Bondscoach Merckx kon tevreden zijn. Zijn zoon Axel overtrof zichzelf met een vierde plaats en zal een groot deel van de winstpremie mogen opstrijken. Net als de Nederlandse ploeg kwamen de Belgen met slechts twee renners over de finish. Terwijl Museeuw en Merckx jr. elkaar in de armen vielen, reden Maarten den Bakker en Casper van der Meer een verloren race. Met een 44ste en een 49ste positie bevestigden ze de stelling dat de Nederlandse beroepsrenners nog lang niet uit het diepe dal geklauterd zijn.

België beschikt over een paar toppers, van wie Museeuw als vaandeldrager een zware last op zijn brede schouders voelt. Bij gebrek aan concurrentie staat hij voortdurend in de schijnwerpers. Hij wordt op handen gedragen in zijn geboortestreek, waar hij een loopbaan als garagehouder verruilde voor het wielerpeloton. Museeuw bouwde een prachtige erelijst op, maar in zijn hart is hij geen kampioen, daarvoor mist hij uitstraling en zelfvertrouwen. Met zijn kenmerkende hoge stemgeluid probeerde hij gisteren zijn gevoel van twijfel te uiten.

“De supporters, de media, iedereen verlangt een overwinning. Kom ik bij de bakker, wordt er altijd over wielrennen gesproken. Ik wil niet meer leven met die druk. Ik wil winnen maar ik moet niet meer winnen. Zo ga ik mijn carrière afmaken. Het leven is te mooi om altijd onder druk te staan. Ik ga zeker nog een jaar door, maar als de goesting weg is kan ik beter stoppen.”

Aanstaande zaterdag verschijnt Johan Museeuw aan de start in de Ronde van Lombardije. Daarna keert hij terug naar zijn woonplaats Gistel, waar de plaatselijke bevolking haar held zal onthalen met een Westvlaams wielerfeest. Het huldebetoon zou eventueel tussentijds kunnen worden geënsceneerd, maar Museeuw piekert er niet over deze week naar België af te reizen. “Zo graag zit ik niet op de vlieger.”