Markka

DE TOETREDING VAN de markka, de munt van Finland, tot het wisselkoersmechanisme van het Europese Monetaire Stelsel (EMS) onderstreept de waarschijnlijkheid dat de Economische en Monetaire Unie met een behoorlijk aantal landen zal beginnen. Finland voldoet aan de voorwaarden tot deelname van het Verdrag van Maastricht.

De groep van landen die in 1999 de overstap zal maken naar een gemeenschappelijke Europese munt groeit. Daarmee wordt de druk op de landen die nu nog buiten het EMS staan - Groot-Brittannië, Italië, Zweden, Griekenland - alleen maar groter.

Om te beginnen hebben de Finnen een knappe financieel-economische prestatie geleverd. In de zomer van 1992 (Finland was nog geen lid van de EU) begon de valuta-onrust in Europa met de markka, die zijn informele band met de D-mark niet langer kon volhouden. In drie jaar tijd heeft Finland zijn munt gestabiliseerd, de inflatie afgestemd op de Duitse, het begrotingstekort meer verlaagd dan de criteria van Maastricht vereisen en de staatsschuld binnen bereik gebracht van diezelfde criteria. Net als de Denen en de Ieren hebben de Finnen harder en sneller gesaneerd dan de Nederlanders die met zoveel tevredenheid naar de begrotingscijfers voor 1997 kijken.

DE EURO KRIJGT steeds meer gestalte nu vanuit het verre noorden en zuiden van Europa de politieke drang toeneemt om bij de eerste groep landen te behoren. De vastbeslotenheid van de Spaanse regering om deel te nemen, heeft de Italianen met een schok tot het besef gebracht dat ze draconische begrotingsmaatregelen moeten nemen als ze niet met Griekenland buiten de EMU willen worden gehouden. De wens om de lire spoedig weer tot het EMS te laten toetreden, waaruit het in 1992 werd weggespeculeerd, neemt toe. In Frankrijk worden deze week stakingen verwacht nu de regering met alle mogelijke middelen probeert om de criteria van Maastricht te halen. En in Groot-Brittannië begint zich een lichte paniek af te tekenen nu de Britten lijdzaam moeten vaststellen dat continentaal Europa werkelijk op een gemeenschappelijke munt afkoerst. Denemarken en Zweden beraden zich eveneens.

Dit euro-enthousiasme op de valreep is niet zonder gevaar. De eis tot strikte naleving van de criteria van Maastricht was impliciet bedoeld als drempel om traditioneel zwakke munten buiten de deur te houden, in ieder geval bij de start van de EMU. Met recht heeft de president van de Bundesbank, Tietmeyer, er onlangs nog eens op gewezen dat het niet de bedoeling is om met overhaaste, eenmalige kunstgrepen (de privatisering van France Télécom in ruil voor een staatsgarantie voor de pensioenen, de Belgische goudverkopen, de Italiaanse belastingverhogingen) de lat van Maastricht te halen. Het moet gaan om structureel gezonde economieën. Vandaar ook de nadruk op een stabiliteitspact voor de landen die zullen deelnemen aan de euro.

DE GELOOFWAARDIGHEID van de euro is niet gediend met een ongeloofwaardig begin van de monetaire unie, waaraan toch al genoeg onzekerheden kleven. Daarom valt het te preferen dat een voorhoede in 1999 begint en dat andere landen aanhaken als in 2002 de bankbiljetten en munten van de euro in omloop komen. Finland heeft zich vandaag voor de eerste groep gemeld.