Kinderarbeid op agenda van WTO

ZWOLLE, 14 OKT. Nederland zal het verbod op kinder- en dwangarbeid op de agenda zetten van de komende conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Singapore. Dat maakte minister Melkert (Sociale Zaken) zaterdag bekend in zijn slottoespraak bij een bijeenkomst van de PvdA in Zwolle.

Het op de agenda van een handelsorganisatie plaatsen van het naleven van arbeidsnormen, zoals een verbod op kinder- en dwangarbeid, op discriminatie van arbeiders en de vrijheid van vakvereniging, geldt als een eerste stap om handel en arbeidsomstandigheden met elkaar te verbinden. Een uiterst middel om dit af dwingen zijn handelssancties, bijvoorbeeld een embargo op produkten die door jonge kinderen zijn gemaakt.

Wat Melkert betreft zijn handelssancties niet aan de orde bij de WTO-conferentie. De bewindsman beschouwt het al als een “unieke stap, juist voor een vrijhandelsnatie als Nederland” als arbeid op de agenda komt in Singapore. Landen die sancties op willen leggen als produkten onder erbarmelijke arbeidsomstandigheden worden gemaakt laden bovendien de verdenking op zich dat ze dit doen uit protectionistische overwegingen. Frankrijk en de Verenigde Staten hanteren deze sancties wel. Vooral de houding van Frankrijk is volgens Melkert “zeer discutabel” en ingegeven door protectionistische motieven.

Het kabinetsstandpunt volgt op een advies van de Sociaal Economische Raad dat professor Van der Heijden in mei aanbood aan het kabinet. Van der Heijden is verheugd over de aandacht die Nederland in Singapore aan de arbeidsnormen wil geven.

“Dat Nederland daarbij handelssancties als arbeidsnormen niet worden nageleefd, niet aan de orde stelt, spreekt vanzelf. Dan maak je het onderwerp meteen onbespreekbaar.”

Het kabinetsstandpunt om de arbeidsnormen op de WTO-agenda te zetten is het resultaat van onderhandelingen tussen Melkert, minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) en staatssecretaris Van Dok (Economische Zaken).