Kind en Kraai en Aap zinvol bijeen

Voorstelling: Kind en Kraai; Aap verslaat de Knekelgeest van Peter Schat door de Nationale Reisopera. Regie: Ernst-Theo Richter. Gezien: 12/10 Hengelo. Herhalingen t/m 5/11. Amsterdam: 14, 15, 17/10.

Het is de maand van Peter Schat. Vorige week ging in Den Haag de première van zijn Diapason, later deze maand volgt daar nog de première van zijn Indisch Requiem. De Nationale Reisopera brengt twee oudere stukken op het podium: een voor het eerst geënsceneerde versie van zijn liederencyclus Kind en Kraai op teksten van Harry Mulisch gaat vooraf aan zijn opera Aap verslaat de Knekelgeest, op een zelf geschreven libretto naar een Chinese strip. Tijdens de Holland Festivals 1980 en 1982 was Aap een groot publiek succes. Sindsdien werd, ondanks enkele pogingen, het een uur durende operaatje niet uitgevoerd.

De enscenering van de elfdelige cyclus Kind en Kraai (1977) door regisseur Ernst-Theo Richter lijkt aanvankelijk niet veel meer dan een aanzet tot enige illustratie van wat morbide passages: de pop, die door de vader wordt vernield, de bijl die een stoel verbrijzelt. Of zijn het uitbeeldingen van de inbeeldingen van het verdoemde kind? Het thema van de oedipale fantasie (moord op vader, trouwen met moeder) wordt nog abstracter behandeld.

De Belgische sopraan Judith Vindevogel personifieert het kind in een schijnbare ontwikkeling. In wezen poseert het kind slechts, variërend van een speels aandoende, maar uiterst berekenende dwingelandij, die zich ook uitstrekt tot de rol van pianiste Mireille Heijltjes, tot een cynisch schaterend duivelskind. Wat mooi bij de uiterlijk naïeve rol past is Vindevogels kinderlijk hoge stem, die elke volwassen expressie ontbeert. Jammer is dat de Nederlandse tekst op een enkele frase na nauwelijks is te verstaan.

De combinatie van Kind en Kraai met Aap verslaat de Knekelgeest is in deze voorstelling meer dan een toevallige. Muzikaal liggen deze zeer aansprekende en helder klinkende stukken uit 1977 en 1980, ondanks de verschillen in instrumentatie, niet ver uiteen.

Aap, een verhaal over de strijd tegen het kwaad van de Knekelgeest die zich in duizend misleidende gedaanten voordoet, werd destijds bij de première gepresenteerd in een decor van Floris Guntenaar: een landschap van latten, een Chinese kostumering en een onvergetelijke rol van Marianne Blok. Ook nu zou Guntenaar het decor maken, maar een meningsverschil met de regisseur leidde tot het inschakelen van Jorge Jara.

Aap wordt hier geënsceneerd als een bonte circusvoorstelling met lobbes-clowns en hongerige wilde beesten, zoiets als een fusie tussen Guus Janssens Noach en I Pagliacci. Dat snelle, bijna geïmproviseerde karakter past niet alleen goed bij het verschijnsel 'Reisopera', maar ook bij de ideeën van Schat, die in zijn toelichting zelf ook spreekt over de theatrale middelen van het circus: magie, illusie en vechtacrobatiek. De eerste Aap-voorstellingen vonden al plaats in een tent, Guntenaar en Schat ontwierpen het reizend operatheater 'Opera Mundi' en Schats Houdini (1977) was een 'circusopera'.

Aan Guntenaars vormgeving van Houdini met telkens wisselende gronddoeken werd aan het begin nog even gerefereerd toen de circuspiste ontstond door een doek uit het Kind en Kraai-decor op te vouwen. En aan het eind van Aap verbindt Richter Kind en Kraai met Aap verslaat de Knekelgeest tot één hechte voorstelling door een verwijzing naar het slot van Kind en Kraai. Hoewel Aap meent dat hij Knekelgeest voorgoed heeft verslagen en zijn companen de ogen heeft geopend, is het tegendeel het geval: ze krijst even triomfantelijk en onheilspellend als het kind van Mulisch, dat daardoor alsnog een extra demonisch profiel krijgt.

De voorstelling is onderhoudend en heeft het karakter van 'voor acht tot tachtig'. Ondanks het explosieve spektakel waarmee de Knekelgeest telkens eclipseert is Aap goedmoediger dan destijds, toen het geheel in de regie van Annemarie Prins wat feller, hoekiger en venijniger leek. Nu overwint Aap de Knekelgeest door haar en de beestenentourage met een zweep te temmen en door hoepels te laten springen. Het slot met de in een kringetje rondlopende Aap, Zwijntje, Sandy en Hsuan-Tsang heeft een smeltende Felliniaanse melancholie.

Die sfeer was er ook muzikaal: Aap klonk in deze door Vincent de Kort goed gedirigeerde voorstelling met een grote nadruk op de strijkers lyrischer en roerender dan de première, die ik mij van het Nederlands Blazers Ensemble en Ed Spanjaard herinner als spitser en puntiger. Er zijn goede rollen van Monique Krüs (Knekelgeest) en Richard Zook (Aap).

Bij de première van deze versie was Aap zaterdagavond zeer besteed aan het goedlachse Hengelose publiek en Peter Schat bleek na afloop verguld met de voorstelling. Harry Mulisch gaat deze week kijken, wanneer Kind en Kraai wordt gespeeld in de Amsterdamse Stadsschouwburg, bij hem om de hoek.