Het universum van Céline met dames in zwarte lingerie

Voorstelling: Céline door Het Nationale Toneel. Naar werken van L.F Céline. Bewerking: Ruud van Megen; regie: Johan Doesburg; muziek: Maurice Horsthuis; choreografie: Tatiana de la Fuente; decor: André Joosten; spel: Hans Dagelet, Will van Kralingen, Vincent van den Berg; Gezien: 11/10 Koninklijke Schouwburg Den Haag. Aldaar t/m 26/10. Tournee t/m 11/1. Inl: 070-3565363

Hans Dagelet heeft op het oog wel iets weg van Céline. Een enigszins benig gezicht, achterovergekamd haar, scherpe kaaklijn. Misschien is het wel zo dat de gelijkenis tussen acteur en personage na verloop van tijd toeneemt, zoals een baas op den duur vaak op zijn hond gaat lijken.

Dagelets fascinatie voor Céline dateert niet van vandaag of gisteren. Nu bijna drie jaar geleden maakte hij met regisseur Johan Doesburg voor het theater een tekstcollage op basis van het werk van de roemruchte schrijver. Dagelet-Céline deel 1 was een met muziek van Maurice Horsthuis omlijste solovoorstelling van Hans Dagelet als de bezeten verteller Ferdinand.

Toen het geplande tweede deel wegens subsidieperikelen niet van de grond kwam werd gekozen voor een andere, grootschalige aanpak in samenwerking met Het Nationale Toneel. Céline, zoals de produktie nu kortweg heet, wordt dan ook gepresenteerd als een op zichzelf staande voorstelling. Hans Dagelet staat ditmaal samen met Will van Kralingen en Vincent van den Berg op het toneel dat gedomineerd wordt door een forse ijzeren stellage. Bovendien zijn er op het podium zes strijkers, die opnieuw muziek van Maurice Horsthuis uitvoeren, en drie danseressen.

Vanwaar die choreografie? Refereren de nummers van Tatiana de la Fuente aan de relaties die Céline met verscheidene danseressen onderhield, of moeten ze de enscenering extra schwung geven? Hoe dan ook, de drie veelal in zwarte lingerie gestoken dames die evenals de musici telkens vanuit het niets in de benevelde ruimte opduiken voegen weinig toe, ze rekken de voorstelling slechts onnodig op.

Niet dat we ons zouden hoeven te vervelen. Johan Doesburg heeft juist gekozen voor een swingende, modieuze aanpak: korte scènes, veel muziek (zachtgevooisde violen maar ook donkere opzwepende klanken), veel zang (Franse chansons met name), een zilver glittergordijn en bovenal een flitsende montage die het publiek zappend door het oeuvre van de schrijver voert.

In vliegende vaart zoeven de scènes voorbij - en vallen in scherven uiteen. Het is alsof een waanzinnige bezig is geweest her en der bladzijden uit de boeken en geschriften te rukken om die vervolgens lukraak achter elkaar te plakken. Gebeurtenissen en passages uit 's mans leven en werk zijn bijeeen geharkt en vertonen nauwelijks samenhang. Ferdinand de arts en Ferdinand de cavalerist, Ferdinand de jodenhater en Ferdinand de door seks geobsedeerde, Ferdinand de oude cynicus en Ferdinand het rusteloze kind: ze komen als duveltjes uit doosjes en verdwijnen weer. Het resultaat is chaotisch en hijgerig.

Het feit dat Hans Dagelet, Will van Kralingen en Vincent van den Berg om beurten optreden als de hoofdfiguur draagt bij aan de verwarring. Moet men daaruit opmaken dat Céline vele gezichten had? Van hen drieën vind ik Dagelet de meest voor de hand liggende en overtuigende vertolker, hoewel de anderen beslist niet slecht spelen. Soms staan de oude en de jonge Ferdinand gelijktijdig op het toneel. Er zijn ook allerlei bijfiguren die vaak als cartoonachtige types worden neergezet en de situatie in een slapstick veranderen.

Toegegeven, ik heb er af en toe om gegrinnikt maar ik had geen moment het idee dat deze voorstelling mij werkelijk toegang verschafte tot Céline's universum.