Henk Vos wordt bij 't warmlopen al uitgefloten

Ondanks het tegenvallende gelijkspel van zaterdag tegen RKC is Feyenoord vandaag als de Nederlandse koploper naar Barcelona gereisd voor de UEFA-Cup-ontmoeting tegen Espanyol. Toch is niet iedereen blij bij de Rotterdamse club. Henk Vos zit op de reservebank en is niet erg populair bij de aanhang van Feyenoord.

BARCELONA, 14 OKT. Tien minuten voor tijd mag Henk Vos tegen RKC het veld in. Na zijn eerste actie, die mislukte, blèrt een Feyenoord-supporter op de hoofdtribune in Waalwijk “wisselen!”. Vos is de pispaal van het rood-witte legioen en dat knaagt flink aan het zelfvertrouwen van de spits. “Ik ben gewoon bang om in het veld iets te ondernemen, want als het mislukt, breekt de pleuris weer uit.”

Tegen FC Groningen, afgelopen woensdag, stond hij door het ontbreken van Larsson weer eens in het basiselftal. Vos speelde niet goed en werd al snel weer massaal uitgefloten. Na afloop schreeuwde hij bij terugkeer in de kleedkamer dat het voor hem zo niet meer hoefde met dat klote-publiek. “Zoiets moet ik natuurlijk niet zeggen, maar het zat me tot hier. Het is echt niet leuk als 20.000 mensen je uitfluiten. Ga er maar eens aanstaan. Je bent prof, daar moet je boven staan, wordt er dan gezegd. Ja, dag. Ik ben ook een mens.”

Henk Vos, 28 jaar, is in de eredivisie de speler die de meeste clubs heeft gehad. Feyenoord is zijn negende werknemer. Maar nog niet eerder maakte de Brabander mee dat de eigen aanhang zich tegen hem keerde. “Ik heb altijd de mensen op de hand gehad. Bij Ekeren was ik publiekslieveling en bij Standard, Metz en Sochaux ging het ook uitstekend.”

Hij kan nu dus alleen maar gissen naar de reden van de negatieve houding van het rood-witte legioen. Misschien is het zijn vermeende band met Arie Haan die hem tijdens het vorige seizoen als zijn eerste aankoop naar Feyenoord haalde. Vos: “Dat verhaal van die vriendschap is hier bij Feyenoord ontstaan. Ik hoor er de gekste dingen over. Het klopt niet. Haan en ik hadden bij Standard een goede trainer-speler-verhouding. Meer niet. Ik ben nooit bij hem op de koffie geweest of zo. Maar als dat wel zo zou zijn geweest, wat dan nog? Mag zoiets niet in de voetballerij?”

Of zijn het misschien de witte schoenen waarop hij afgelopen seizoen tegen Borussia Mönchengladbach speelde en die voor de nodige ophef zorgden? “Ik heb geen moment stil gestaan bij het mogelijke effect. Ik heb die schoenen ook niet aangedaan omdat ik wilde opvallen. Adidas had me gewoon gevraagd of ik er op wilde spelen. Als ik twee doelpunten had gemaakt, loopt half Nederland op witte schoenen. John de Wolf heeft ze bij VVV ook, en die Elber bij Stuttgart ook, maar bij Feyenoord kan zoiets blijkbaar niet.”

Vos zegt het allemaal niet te begrijpen. “Laten die toeschouwers dan bij de training naar me toekomen en me vertellen wat ze van me willen. Maar ik heb nog niemand gezien. Ja oké, ze willen doelpunten. Maar die kan ik ook niet uit mijn mouw toveren. Ik doe mijn best. Daar kunnen de mensen toch niet aan twijfelen? Ze zien waarschijnlijk het liefst dat je achter elke bal aangaat en dat je zo door de reclameborden de gracht in flikkert. Maar dat is nutteloos.”

Het dieptepunt van de aversie tegen hem was de klap in het gezicht die hij van een supporter kreeg. Het was op de open dag bij Feyenoord aan het begin van het seizoen. Vos hoorde schelden en kreeg plotseling “een tik voor mijn kop”. “Ik schrok me rot. Ik heb niet gezien wie het was. Ik was omringd door kinderen die een handtekening wilden hebben. Ik ben meteen naar binnen gegaan en ben daar gebleven. Ik laat me niet in mijn eigen stadion voor mijn kop slaan.”

De speler heeft geen poging ondernomen de naam van de dader te achterhalen. “Die kom je toch niet te weten. Misschien was het wel een vreemde. Ik wil ook niet zielig overkomen. Ik ben geen huilebalk.” Maar waar gaat het heen als supporters al spelers van hun eigen club aanvallen? “Als er niets gebeurt, staan ze straks met een mes voor je neus”, beseft Vos. “Misschien moeten spelers zich niet meer zo vrij tussen het publiek begeven.”

Vos zegt zich bij Feyenoord niet te laten verjagen. “Dan gun ik die mensen niet. Ik heb het echt naar mijn zin bij Feyenoord. Ik profiteer mee van het succes. Het moet een kick zijn om bij zo'n club te spelen en die kick krijg ik nog steeds. Feyenoord is een aparte club. Ik weet dat er hier 's zondags veel mensen op de tribune zitten die hard voor hun geld moeten werken. En die zien zo'n Vos rondlopen die een paar ballen verspeelt. Maar dat doe ik ook niet expres. Feyenoord-supporters zijn erg trouw, maar waarom steunen ze niet het hele elftal? Waarom loopt er volgens hen nou net één klootzak tussen?”

Hij heeft dit seizoen ook al gemerkt dat de stemming zo kan omslaan. Toen Vos een paar keer met succes inviel, werd hij uitbundig toegejuicht. “Dat is de voetballerij. De ene dag ben je een held, de andere dag de grootste klootzak van de wereld. Ik zal er van genieten als ze straks weer mijn naam roepen. Zo ben ik gelukkig ook.”

Misschien, vraagt Henk Vos zich tenslotte ongevraagd af, vinden de supporters wel dat hij zich te makkelijk in zijn rol als reserve schikt. “Moet ik nu dan allerlei dingen gaan roepen? Natuurlijk wil ik spelen. Maar ik kan ook tegen de waarheid. Voor mij is er op dit moment gewoon geen plaats in Feyenoord 1. Ik speel niet goed, dat is simpel. Maar ik wil ervoor vechten. Laat de mensen me daar dan bij helpen. Die steun kan ik best gebruiken. Laatst tegen De Graafschap zaten er 20.000 mensen te fluiten en toen was ik alleen nog maar aan het warmlopen!”