'Grote kans' voor Zuid-Korea als lid van de OESO

SEOUL, 14 OKT. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft vrijdagavond besloten Zuid-Korea als haar 29-ste lid toe te laten. Na Japan wordt Korea pas het tweede Aziatische lid. De regering van president Kim Young-sam die toelating tot de OESO anderhalf jaar lang tot een hoeksteen van haar beleid had gemaakt, sprak zaterdag bij monde van onderminister Uhm van financiën over “een grote kans voor de Koreaanse economie om een nieuwe start naar een hoog-ontwikkelde economie te maken”. Oppositiepartijen in Seoul verwerpen het op 25 oktober in Parijs te ratificeren OESO-lidmaatschap daarentegen als een recept voor financiële chaos. Zij verzekeren dat 's lands voorbereidingen voor het lidmaatschap er inmiddels toe hebben geleid dat de economische groei dit jaar zal afnemen tot 7 procent, dat het tekort op de lopende rekening op 12 miljard dollar kan uitkomen terwijl tot overmaat van ramp de beurs van Seoul in mineur is.

De meest zichtbare veranderingen als gevolg van Korea's toetreding tot de OESO zijn te verwachten in de financiële sector. Zo heeft Seoul zich verplicht over een periode van vijf jaar de controles over kapitaalstromen en andere financiële regulering af te schaffen. Op grond van deze toekomstbeloften heeft de OESO uiteindelijk besloten Korea het lidmaatschap te gunnen.

De OESO zal die beloofde vooruitgang elk jaar controleren. Bij sommige OESO-leden bestond bezwaar tegen deze 'achterafprocedure'. Bovendien hekelden enkele Scandinavische landen Korea's harde opstelling inzake arbeidsverhoudingen. Maar grote leden als Amerika, Japan en Duitsland vonden dat een voorname handelspartner als Zuid-Korea - met een grotere economie als Australië en een vele malen hoger inkomen per hoofd (10.000 dollar) als de laatst toegetreden OESO-leden Mexico en Tsjechië - toegang moest krijgen.

Temeer daar de Aziatische representie in de OESO - alleen Japan - tot nu toe mager was.

Tot de door Zuid-Korea beloofde liberaliseringen op financieel terrein behoren: Koreaanse bedrijven die deelnemen aan infrastructurele projecten van hun overheid mogen vanaf volgend jaar geld lenen in het buitenland. Volledig buitenlandse banken en effectenkantoren mogen vanaf december '98 in Korea onbeperkt aan de slag. Buitenlandse investeerdermogen vanaf december '99 schuldpapieren van grote Koreaanse bedrijven kopen. In het jaar 2000 wordt het buitenlandse aandelenbezit in Koreaanse bedrijven, dat nu nog aan een maximum van 20 procent is gebonden, ongelimiteerd.

Hoewel de regering de voordelen van OESO-lidmaatschap en financieel-economische liberalisering breed uitmeet, spreken oppositiepartijen hier over “Korea's overgave aan de Organisatie van Economische Samenzwering en Ontbinding.”

Zij wijzen er op dat Mexico's toetreding tot de OESO twee jaar geleden prompt werd gevolgd door een diepe financiële crisis die het land jaren op achterstand zette. Dat Mexico's vrije val van destijds het gevolg was van macro-economisch wanbeleid en van het kunstmatig hoog houden van de peso is hier in oppositiekringen geheel onbekend.

Dat ondanks de officiële liberaliseringsvoornemens oude gewoonten ook buiten de oppositie taai blijven, blijkt de laatste tijd herhaaldelijk als de regering het publiek met kracht oproept om ter beteugeling van 's lands handelstekorten minder buitenlandse produkten te consumeren en minder buitenlandse vakanties te vieren.

Nationalistische actiegroepen gingen vorige week nog wat verder. In een park in centraal Seoul betoogden ze met leuzen als “mensen die buitenlandse goederen kopen, verkopen hun land aan het buitenland”.

Tot besluit werd een pop verbrand van “de natie-vernietigende consument van buitenlandse produkten”.