GERARD THOOLEN 1943-1996; Bescheiden reuzenkracht

Gerard Thoolen, die zaterdag op 53-jarige leeftijd is overleden, viel als filmacteur voor het eerst op 1980, met zijn aardse hoofdrol - monumentaal van Friese koppigheid - in Het teken van het beest van Pieter Verhoeff. Twee jaar later volgde de van zijn zekerheden beroofde ambtenaar van de sociale dienst in De smaak van water van Orlow Seunke en in 1983 vertolkte hij de in het nauw gebrachte manipulator en morfinist Mertens in De mannetjesmaker van Hans Hylkema.

Hoe gedetailleerd zijn spel was, en hoezeer het werd geschraagd door een groot inlevingsvermogen en een zuiver gevoel voor humor, bleek in 1985 opnieuw in De ijssalon van Dimitri Frenkel Frank, een onderschatte film waarin Thoolen schitterde als de Berlijnse jood Otto Schneeweiss, wiens bonhommie in het nuchtere Nederland een hulpeloze indruk maakte. In datzelfde jaar maakte hij de onherbergzame film Pervola die hem in conflict bracht met regisseur Orlow Seunke en tegenspeler Bram van der Vlugt. Daarna was hij geruime tijd uit de roulatie.

Op aandringen van Pieter Verhoeff was Thoolen in 1987 terug met een bijrol in Van geluk gesproken: een ongeschoren scharrelaar, met Carmiggeltiaanse opmerkingsgave geportretteerd, met een afgesabbelde peuk sigaar in de mond en een vervaarlijke blik in de ogen. Sindsdien speelde hij geen dragende rollen in grote bioscoopfilms meer, maar des te meer bijrollen. Onder meer, in 1989, in de MGM-produktie A Dry White Season, naast Marlon Brando en Donald Sutherland. Ongetwijfeld had Thoolen vaker internationale engagementen kunnen krijgen, maar hij durfde door zijn depressies geen plannen op lange termijn te maken en Hollywood interesseerde hem niet. Op het toneel verscheen hij voor het laatst in het voorjaar van 1992, als de oude vader in Het begeren onder de olmen van O'Neill bij het Zuidelijk Toneel, waarin regisseur Ivo van Hove echte koeien liet meespelen.

De laatste jaren werkte hij hoofdzakelijk voor de televisie, als de sjacherende tegenspeler van Rijk de Gooyer in In voor- en tegenspoed, als een lawaaiige tv-producer in de kluchtig bedoelde, maar hopeloos gestrande serie Achter het scherm (de voor vanavond geprogrammeerde herhaling is door RTL5 uit piëteit geschrapt) en als de modderende verslaggever Koos Tak in het gelijknamige feuilleton van Theo van Gogh. Zijn beste werk was dat niet - ook de hooggespannen verwachtingen rondom Koos Tak konden niet worden waargemaakt. Maar dat lag, denk ik, niet aan Thoolen; hij had binnen de onduidelijke formule niet de ruimte om de man tot een levend personage te maken.

Zijn laatste optreden in het openbaar was eind mei, toen het VPRO-programma De Plantage een reünie organiseerde met alle acteurs van het vroegere Werkteater. Thoolen zat, zwijgzaam zwetend en zichtbaar ongelukkig, op de achterste rij en kon alleen nog met wat schorre woorden beamen dat hij daar destijds zijn eerste thuis had gevonden.

Gerard Thoolen overleed in het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam en wordt donderdag op Zorgvlied begraven. Wat rest, is een indrukwekkend aantal mannen - licht en elegant, sterk of zachtmoedig, log en looiig, maar allemaal gespeeld met grote gevoeligheid en met een bescheiden reuzenkracht.